Ghana

07 december 2009 Kpalimé – Akosombo – 218 km No hurry in life!
Als we na een korte, prachtig groene bergroute bij de eerste slagboom komen op onze weg naar de grens van Ghana, stap ik uit met mijn grootste glimlach. De douane-beambte staat op en veegt zijn mond af. “Bon Appetit”, roep ik enthousiast! Het ijs is gebroken. Tja… we hebben bij de kleine grenspost bij binnenkomst in Togo geen visum gekregen en die zijn we ook niet gaan ophalen, want daarvoor moesten we helemaal naar de hoofdstad van dit land. En bij de douanepost is geen carnet ingevuld, geen doorreisgeld gevraagd en volgens hen was ook een assurantie niet nodig. Ik geef de man een hand en zeg dat we zijn prachtige land helaas moeten verlaten, omdat het tijd is richting Ghana te gaan. Hij lacht, loopt naar het draadje dat over de weg is gespannen en wenst ons met zijn grootste glimlach een hele goed reis. Dat was de douane… dat ging wel heel erg makkelijk…

Kort daarna, precies op de top van de bergpas, hangt weer een draadje over de weg. Ik klim met al onze papieren naar het hokje van de police, waar een vriendelijke man in blauw uniform mij vraagt even geduld te hebben. “Pas de programme, pas de probleme”, roep ik hem na en ga rustig op een stoepje zitten. Als ik eindelijk aan de beurt ben en hem onze paspoorten geef, begint de show. “Ik zie helemaal geen visa in jullie paspoorten staan”, zegt de man verward. Ik sta op, laat de man de stempels zien die wij bij binnenkomst hebben gekregen, en vertel hem dat zijn collega mij heeft gezegd dat dát het visum is en dat die zeven dagen geldig zou zijn. Helaas … hij durft geen exit-stempel te geven en roept zijn collega zónder uniform. Shit, de patron!

De patron legt mij uit dat wij geen officieel visum hebben, dat wij die in de hoofdstad Lomé moeten gaan halen en dat het ons 10.000 CFA’s per persoon gaat kosten. Ik probeer nog even voet bij stuk te houden, bedel om een enkele exitstempel… hoe moeilijk kan dat zijn?
Maar als ik merk dat we geen schijn van kans hebben, zegt ik tegen de patron dat het voor ons geen enkel probleem is om naar Lomé te rijden. “Wij draaien gewoon om, rijden vandaag naar Lomé, halen morgen een visum en komen overmorgen terug. Ben je er dan om ons uit te zwaaien?”. De patron blijft heel serieus en doet mij een ander voorstel. Als ik nu voor elk van ons 10.000 CFA’s betaal, dan kan ik zo doorrijden. “Lieve schat, ik heb geen CFA’s meer. De laatste hebben wij vanmorgen uitgegeven, immers over 10 minuten kunnen wij in Ghana zijn en hebben wij andere valuta nodig!”. De patron schud zijn hoofd en doet ons het voorstel om terug te gaan naar het dorp waar we vandaan komen, om daar geld te wisselen. “Joh, dan betaal ik u alleen voor een exit stempel, dan hebben we voor hetzelfde geld liever een echt visum. Geen enkel probleem… wij rijden wel naar Lomé, we zien jullie wel weer over een dag of drie”. De man loopt me achterna richting de auto, legt me uit dat hij de hoogste baas is en geeft ons de mogelijkheid om in euro’s te betalen. Tja, betalen moeten we toch… dan maar in euro’s. Hebben we nog steeds het visum van Benin uitgespaard.

Bij de grenspost van Ghana is niemand in uniform, bemoeit iedereen zich overal mee en reageert iedereen even sloom. Onze paspoorten worden gestempeld, een dokter kijkt naar ons gele boekje en vervolgens worden we door twee mannen naar de volgende post geëscorteerd. Daar moet Ronald alles op, aan en in de auto laten zien en laat een leidinggevende mij ruim een kwartier wachten, terwijl niemand wat aan het doen is. Vervolgens moet ik zelf ons carnet invullen, want daar snappen ze helemaal niets van. Ronald is wat ongeduldig, maar ik sta erop dat alles volgens de formaliteiten gaat, immers dit is onze laatste bestemming voor de auto op de boot gaat. Ik wil dat invoer en uitvoer van de auto helder op papier staan, zodat we in Amsterdam geen gedonder krijgen om de auto weer tot onze beschikking te krijgen. Engelengeduld hebben we nodig…engelse bureaucratie voert de boventoon.

Eindelijk in Ghana… het land waarvan iedereen ons heeft voorspeld dat we het er enorm naar onze zin gaan krijgen…want: we kunnen engels spreken en in dit land is alles weer te krijgen. Wat ons vooral opvalt is dat alles asfalt is, de weg slecht staat aangegeven, elke vierkante meter grond bewoond is en het merendeel van de mensen niet vrolijk kijkt. En scholen… tientallen scholen en honderden kinderen in schooluniform… je struikelt erover. Vandaar al die missionarissen en die vrijwilligers uit Engeland, Duitsland en Nederland. Als we een uur gereden hebben, worden we aangehouden door de politie: we moeten nog één keer door ‘customs’. Als we onze paspoorten weer voor de dag halen en wachten tot we ingeschreven zijn, kijken we elkaar verbaasd aan. Kerstliedjes op de radio…heel raar, als je geen idee hebt dat het december is en zit te zweten in 43 graden! We rijden naar de eerste grote stad om geld te pinnen of te wisselen. Schijnt een groot probleem te zijn in Ghana…

Bij de eerste drie banken die we binnen komen, staan enorme rijen met mensen te wachten voor twee balie’s. Voorkruipen willen we niet en dus wachten we steeds onze beurt af om keer op keer te worden teleurgesteld. Wisselen is niet mogelijk. Bij de vierde bank staan zeker 45 mensen voor één balie en dus gaan we meteen naar de info-balie om te vragen of we dollars kunnen wisselen. Dat gaat ongeveer zo:
“Do you change dollars for Ghana CD’s?”.
“Yes, we do!”.
“What is your rate?”.
“Our rate is 1.41”.
“Oke, then I want to change 400 dollars”.
“That’s not possible”
“Why not?”
“Because you are not a custumer”
“But I am. I am standing here as your client”
“Yes, but you are not a regular custumer”
“Oke, then I change 200 dollars today and 200 dollars tomorrow. That makes me a regular custumer”
“I am sorry, that is not gonna work”
“Oke, can you tell me the name of a bank who does change dollars”
“Turn to your right, before the traffic lights to your left”.
“Merry X-mas”.

Gelukkig vinden we de bank waar we dollars kunnen wisselen. Alleen duurt het 45 minuten voor ik aan de beurt ben. Als de baliemedewerkers ziet dat ik dollars in de hand heb, beginnen zijn lippen heel hard te trillen: “Ohhhhh, I am not gonna do that, she’s gonna do that” (zegt hij zuchtend en steunend en heel traag) en hij wijst naar zijn buurvrouw aan balie nummer twee. Prima joh… ga ik daar (weer 40 minuten) in de rij staan. Maar, gewisseld wordt er… ik kom de bank uit met een boodschappen tas vol met briefjes van één, vijf en tien Ghanian CD’s. Wat een rijkdom!

We rijden door naar Akosombo, het grootste stuwmeer ter wereld, en vinden een mooie plek op een camping aan een rivier. We lopen direct het dorp in om ergens twee hoog achter te internetten: bloedheet in dat hok en computers uit het jaar nul… heel traag! Als we op de galerij een vrouw vrolijk goedendag zeggen, horen we de laatste woorden van haar antwoord nog als wij al helemaal beneden zijn. Helloooooo, I aaaaaaaaaaam fine, how are youuuuu (en dan in extended version). De meiden achter de bar van onze camping zijn al even traag. Ze kijken allemaal boos of chagrijnig en er kan geen lachje vanaf. Verveeld & onvriendelijk… andere mensen zijn wij nog niet tegen gekomen in Ghana. Als we nog even de straat op lopen zie ik een busje met een slogan op de achterruit: NO HURRY IN LIFE! Ik begin keihard te lachen: dat is werkelijk dé samenvatting van deze dag.

08 december 2009 Akosombo – Kokrobite – 142km Allow your man a second wife!
Wij rijden naar de bekende grote dam! Als we moeten stoppen bij een guard die ons vertelt dat we ergens een kaartje hadden moeten kopen, kijken we elkaar aan. We draaien om en komen er niet meer terug. We hebben al zo veel meren en blokken beton gezien in ons leven. We vinden het wel even goed zo. We rijden naar Tema, waar we in de haven een kantoor van Grimaldi hopen te vinden. Eens kijken of we de auto naar Nederland kunnen verschepen. Rond 12.00 uur rijden we een grote, industriële, vervuilde stad binnen. Dit moet Tema zijn. We volgen de bordjes richting de haven en worden al dolend door dit gebied aangehouden door een enthousiaste Ghanees. Hij springt uit zijn auto, komt aan ons raam staan en vraagt wat we zoeken. “Rij maar achter mij aan. Ik breng jullie naar Grimaldi. En als jullie nu niet tevreden zijn over hun service, bel me dan. Ik ben 13 jaar exportmanager geweest en ben net voor mijzelf begonnen. Ik verscheep jullie auto met alle liefde terug naar Amsterdam!” Een nette, representatieve, jonge vent met pit. Eindelijk iemand die wel verstaanbaar engels spreekt. De schat rijdt ons voor richting Grimaldi en komt nog één keer uit zijn auto om afscheid te nemen. Ik gun het hem zo… maar mijn ‘kind’ moet toch écht op de boot bij een grote bekende maatschappij!

We lopen binnen en zijn direct aan de beurt. Van de infobalie naar bureau nummer één, die ons doorverwijst naar het bureau van Peter. Hij staat ons beleefd te woord: natuurlijk kunnen we onze Landcruiser verschepen…kies maar een datum… het kost ongeveer 700 euro… en vul ff een formuliertje in! Binnen tien minuten zijn we klaar! In de auto zitten we te gniffelen: we hadden op minstens 1.000 euro gerekend, maar hielden in ons achterhoofd dat het nog wel een paar honderd euro meer kon zijn. Voor dat geld kunnen we absoluut niet terug rijden. Alleen al de diesel, en dan nog onze visa, de carnet de passages, de assuranties en al onze overnachtingen. Maar ineens bedenk ik me… shit… waren we zo enthousiast, dat we helemaal zijn vergeten te onderhandelen! Gelukkig leren we later dat in Ghana ook alles voor een fixed price wordt aangeboden.

We rijden door naar de ‘Backyard van Big Milly’. We willen graag weer eens een tijdje uitrusten. Ondanks dat we geen haast hebben gehad, hebben we sinds Mauritanië stevig doorgereden en weinig plekken gevonden om wat langer te ‘aarden’. Van Tema tot Kokrobite rijden we op een ‘peage’: bij de diverse kassa’s betalen we 8 Ghanese CD’s… dat is vier eurocent… waarvoor we dan steeds weer 50 km op asfalt kunnen rijden! Prima geregeld.
Alleen wat minder dat we bij elke halte ongeveer dertig verkopers langs het raam krijgen. Maar aan de andere kant reuze handig, want voor de boodschappen hoeven wij de auto niet uit. Van teenslippers, zonnebrillen, brood, appels, ananassen, chips, frisdranken, toiletpapier, superlijm tot waspapier… alles wat je normaal in je winkelwagen gooit, kun je hier tijdens je rit van A naar B inkopen. Moet je wel engelengeduld voor hebben en het vermogen om honderdduizend keer ‘nee’ te kunnen zeggen!

Vlak voor Big Milly’s rijden we een ghetto door. Wat een armoedige huizen, vieze erfjes, slecht geklede mensen zien we hier. We stoppen bij een jonge vrouw met vier kinderen om haar heen. Ze heeft een houten tafel ingericht als winkel en we kopen bij haar mango’s, bananen en ananassen. Als ik haar vraag hoeveel geld ik moet betalen, draait ze zich om en schreeuwt ze haar tienerdochter wakker, die languit ligt te slapen op een smal bankje. Het meisje schrikt wakker, kijkt verward om zich heen, ziet het tafereel aan de ‘winkeltafel’ en roept naar mij “it is not enough, it is not enough!…” Heel grappig. Ik gooi mijn handen open met alle muntjes die ik heb en laat de vrouw het geld zelf pakken. Ze doet mijn spullen in een tasje en zegt wel zes keer “tenk joe, tenk joe…”. Een jonge knaap heeft alles van de overkant gade geslagen, komt naast me staan en zegt: “Thank you for buying, you may come back next time!” Ook heel grappig… fijn om te weten dat je als klant terug mag komen.
Maar ook beschamend: dat je mensen zo blij achter laat, terwijl je alleen maar je boodschappen komt doen.

De GPS geeft aan dat we nog maar vijf kilometer hoeven te rijden. Ongelofelijk dat we nog in een prachtige ‘backyard’ uitkomen. Hoe kan ergens tussen deze rotzooi nog een paradijs aan het strand liggen? Vlak voor de zee en het zand eindigen we in een armetierig dorpje. De gezichten van verveelde en ontevreden mensen voeren de boventoon. Niemand antwoord als we ze ‘gedag’ zeggen. Gelukkig staat de plek van Big Milly goed aangegeven en hoeven we de weg niet te vragen. Aan het einde van de straat zien we een grote beschilderde poort… de plek waar iedere overlander die we onderweg zijn tegen gekomen het over heeft gehad… Big Milly’s Backyard. We rijden de poort binnen, komen op een plein van zand en parkeren onze auto onder de palmbomen. Aan de linkerkant een gezellige ronde bar, aan de rechterkant een poort die je rechtstreeks naar het strand leidt. Vlak daarvoor is een restaurant gemaakt, hoog gelegen, met een vloer van zand, houten bankjes en uitzicht op zee. We kunnen toch niet op dit plein blijven staan…? dit kruispunt richting zee, restaurant en bar? Dan zien we achter de bar eindelijk de ‘backyard’, omringd door zeven kleine hutjes. Blijkbaar is de ruimte voor ‘overlanders’ daardoor flink kleiner geworden. Het is lastig kamperen in deze ‘backyard’. We zoeken de mooiste plek en hebben naast onze auto zelfs nog een stukje privé tuin. De Wc’s zijn niet echt netjes, het water waarmee je handmatig moet doorspoelen is steeds op en voor het douchen schrapen we de laatste restjes zoetwater uit de dichtstbijzijnde put. Tja… het is een mooie plek… prachtig opgebouwd in de laatste 15 tot 20 jaar. Een plek voor Afrika-reizigers waar Big Milly trots op mag zijn…. Maar in tegenstelling tot wat ieder ons heeft verzekerd, kunnen wij hier echt niet langer dan drie dagen blijven!

Een uur later ontmoeten we Big Milly. Geen grote, zwarte Afrikaanse vrouw, maar een prachtige slanke energieke blonde vrouw. Van wat verder weg zie je absoluut niet dat ze al in de zestig is, sterker nog zelfs van dichtbij lijkt ze jaren jonger. Ze heeft charisma, uitstraling en pit, met veel interesse voor haar gasten. Na een kort gesprek doe ik haar de hartelijke groeten van Paul en Renate. De warmte en liefde waarmee zij over haar spraken, blijkt wederzijds. Met belangstelling luistert ze naar onze verhalen over Camping Zebra in Ouzoud. We praten kort over haar ‘levenswerk’, hetgeen ze pas na haar 50ste is opgestart. Over het leiding geven aan haar personeel, welke groep inmiddels al uit 24 medewerkers bestaat. Geen idee hoe ondernemerschap in Ghana werkt, maar volgens mij gaat het runnen van dit bedrijf ook met de helft van de mensen… dit moet toch makkelijker kunnen…? Midden in ons gesprek komen er drie zwarte kindjes aan haar benen hangen. Ze noemen haar ‘mammie’. Als ik haar vraag hoeveel kinderen ze heeft, zegt ze: “Actually, they are not mine. I allowed my husband a second wife, since I didn’t want any children. He chose a Ghanian wife and they have three children… we live together in a house nearby. And you know… everybody should allow their husband to have another wife… it makes things a lot easier!”. Tja… en dan komt de volgende vraag: Wat is de definitie van makkelijk?

09 december 2009 De Backyard van Big Milly’s staat vol!
Ik ben nog niet uit mijn tent of er komt een personeelslid vragen of hij de was voor ons mag doen. Heel graag… we hebben een vuilniszak vol… of dat niet te veel is van het goede?
De jongen neemt de zak gretig aan. Ik vraag hem wat het gaat kosten, maar hij roept mij toe dat hij de stukken moet zien en moet tellen en verdwijnt snel uit mijn gezichtsveld. Niet lang daarna zie ik hem en zijn kameraard boven twee grote teilen sop hangen: de eerste keer dat we mannen zien wassen… ben benieuwd hoe dat uitpakt?

Als Ronald twee uur later tot de ontdekking komt dat hij nog wat in zijn zakken heeft zitten, heeft hij pech. De jongen maakt hem duidelijk de was niet meer onder handen te hebben: “Everything is already drying… upstairs”. Weer twee uur later komt Ronald tot de ontdekking wat ‘upstairs’ betekent: onze was ligt op een golfplaten dak tegen de nok te drogen. Het dak dat niet bedekt is met onze was is ranzig en vies. Ben benieuwd hoe dat uitpakt?

Aan het einde van de dag, vlak voor zonsondergang, loop ik naar de jongen om mijn was terug te vragen. Ik vraag meteen hoeveel geld ik hem verschuldigd ben. “Dat doen we dadelijk… ik kom zo alles bij u brengen!”. Als ik in vier zakjes alles opgepropt in mijn handen krijg, noemt hij zijn bedrag: 20 CD’s, ongeveer 10 euro. Tja… tien euro voor een vuilniszak vol met was: scheelt mij veel tijd en veel werk. En alles in Ghana is ‘fixed price’. En… ik ben hier pas twee dagen, heb nog geen geld uitgeven en heb ook geen benul van kosten. Dus ik betaal…veel te veel. Mijn hersens ruiken onraad en ik vraag aan iemand wat het gemiddelde dagloon van een Ghanees is: vier CD’s. Twee mannen… allebei nog geen halve dag met onze was aan het werk… Potverdorie, mijn bloed begint te koken, maar het is mijn eigen schuld. Ik had me beter in opbrengsten en kosten moeten verdiepen en ik had op voorhand een prijs moeten afmaken. Word ik zo aan het einde van de reis toch wat laks…? Ik kies eieren voor mijn geld en besluit de was in onze plastic bakken te pakken. Het is niet schoon en niet droog! En dus loop ik terug naar de jongen… om hem te zeggen dat Ghana het goedkoopste land van West Afrika en hij de duurste ‘laundry-service’ van dit werelddeel is! En dat terwijl alles nog nat en vies is… Ik zeg hem dat ik niet tegen andere gasten en ook niet bij Big Milly zal klagen, maar druk hem op het hart om dit kunstje nooit meer bij een andere klant te flikken! Mam…voor de eerste keer tijdens onze reis “Strop op de boerderie”!.

En dan komen er twee 4×4 auto’s binnen. Wim en Ellen in hun witte defender en het meereizende engelse koppel Sebastian en Rachel in hun blauwe landcruiser. Gezellig! Er is weinig ruimte in de ‘backyard’ en dus zetten ze de auto’s vlak naast elkaar en neemt het engelse koppel intrek in een huisje. We kunnen even lekker tegen elkaar aanmopperen. Ook Wim en Ellen zijn niet razend enthousiast over Ghana, zijn nageroepen door naakte mensen en met stenen bekogeld. “You go back to your own country! You don’t belong here!” Verder heeft Wim weer een bekeuring te pakken gekregen voor te hard rijden. De vrouwelijke agent had tegen hem staan schreeuwen om alle papieren en gedreigd hem voor de rechter te gooien. Van andere overlanders had Wim gehoord dat dit geen loos dreigement zou zijn. Zijn voorgangers waren namelijk zonder pardon in een hotel gestopt om een paar dagen later in het beklaagdenbankje voor de rechter te moeten verschijnen. Met behoorlijk wat kosten bovendien. En dus gooit Wim het op een akkoordje. Hij gaf de agent 30 CD (dat is 15 euro), waarop de vrouw bleef schreeuwen: “Are you sure this is wat you want to give me? Are you sure, are you sure this is wat you want to give me?”… waarna ze met haar hand een wuifgebaar maakt en Wim maant om snel door te rijden. Tja, en dan word je vlak voor Big Milly’s bekogeld met stenen en heb je bij binnenkomst geen mooie plek… Het leven van een overlandreiziger gaat niet over tulpen!

We besluiten gezellig samen te gaan eten: de lobster in lemonsaus is fantastisch: wat een supermaaltijd. We sluiten af met drie bolletjes ijs: ons eerste schepijs tijdens deze reis. Iets verderop aan een tafeltje hoor ik een jonge knul aan zijn vriendin vragen of zij ook nog een ijsje wil. Mijn hoofd roept al richting hun kant: “Moet je doen… het is geen Van der Poel IJs, maar als je lang geen ijs gehad hebt, is dit prima te eten!”. Ik bedenk me… waar bemoei ik me mee en hoe weten zij in vredesnaam hoe lekker een Van der Poel IJsje smaakt. Als het jonge stel verderop in de avond ontmoeten aan de bar, blijken ze allebei uit Hengelo te komen. Natuurlijk weten zij hoe Van der Poel IJs smaakt! Hoe klein kan de wereld zijn!

10 december 2009 Kokrobite – Kumasi – 299 km Een warme douche voor Ronald!
We zijn ‘klaar’ bij Big Milly’s. Een hele middag en een hele dag rond de auto en niet echt een strand om nu eens lekker aan te luieren. We gooien onze ogen op ‘The green Turtle Lodge’, maar besluiten op voorhand nog even het binnenland in te trekken om nog wat extra’s van Ghana te zien. Een mooie weg met heel veel dorpen en dus steeds weer afremmen naar 50 km per uur. In Kumasi is Ronald klaar met de dag. Hij wil alleen nog naar een hotel met WIFI en snakt naar een warme douche. Dus…dat wordt weinig zien en veel luxe. Aan de balie van het hotel informeer ik naar de prijs voor een kamer. “Veel te veel, dat kunnen wij ons niet veroorloven”, roep ik tegen de baliemedewerker en prompt krijgen we 40% korting. Toch snel verdiend! In de lobby kunnen we allebei internetten. Ronald draadloos en ik achter een mega-snelle computer. Even lezen wat er allemaal gebeurd in ons koude kikkerlandje…

11 december 2009 Kumasi – Kakum NP – 221 km Offroad op herhaling!
“Wil jij nog wat van Kumasi zien?” “Nee, hoeft niet: lijkt me allemaal een beetje meer van hetzelfde”, antwoord Ronald. En dus stappen we in om terug te rijden richting de kust. We willen wel een andere route dan de heen weg. Nou, die krijgen we… Niet lang na onze eerste kilometers belanden we op een slechte piste. Wegens succes geprolongeerd: nog één keer op herhaling… zo’n fantastische, slechte, rode zandpiste, waarvan al onze spullen niet meer naar kleur te onderscheiden zijn. We genieten… van de eenvoudige dorpen waar we doorkomen en de mensen die ogenschijnlijk een stuk energieker en vriendelijker zijn. En dan rijden we onszelf vast in de jungle. Alleen een stel houthakkers langs de weg die ons dringend adviseren om niet verder te gaan. En dus rijden we een stuk terug. De mensen langs de kant kijken ons vragend aan en gebaren in de lucht “wat is er aan de hand?”… Wij lachen en rijden vrolijk verder. Nou rijden we toch nog een zelfde route… Ronald baalt en draait de auto zo weer om: het kan niet waar zijn dat we niet verder kunnen rijden. We gaan het gewoon proberen! En dus rijden wij voor de derde keer langs verward kijkende mensen. Bij een leuk groepje vrouwen blijven we even staan. Ik geef een leuk shirt en wat huishoudelijke artikelen weg, die ze gezamenlijk kunnen gebruiken. De vrouwen staan te juichen!

Als we weer aankomen bij de houthakkers, gooien ook die de handen in de lucht. “Wat nou?”. We leggen uit dat we graag off-road rijden en dat we het door de jungle willen proberen. Dan krijgen we nadere aanwijzingen. Maar… we zijn nog geen kwartier op pad en we kunnen echt niet verder… en dus draaien we om en rijden we voor de vierde keer langs legio voorbijgangers, die van onze toer geen bal begrijpen. Rond het einde van de middag arriveren we in Kakum National Park. We betalen een paar eurotjes voor de entree en acht euro om in het park te mogen kamperen. Prima: daarvoor hebben we een mooie plek uitgezocht op een stuk grasveld voor de ingang. Morgen om half 6 kan Ronald weer olifanten sporen of op zijn minst een stel salamanders, slangen, kikkers of apen zien, want we brengen een bezoek aan het regenwoud. Net voordat de zon onder gaat maken we een survivalmaaltijd klaar. Een beetje warm water in een zakje gieten en 8 minuten wachten om te kijken wat het wordt (de letters zijn van de verpakking). Eddy… het was een heerlijke maaltijd. Dank je wel voor dit cadeau. We hebben het op een avontuurlijke plek aan de rand van de jungle opgegeten!

12 december 2009 Kakum NP – Cape Coast – 35 km Op hoogte door het regenwoud!
Leuk om weer eens te slapen met allerlei jungle-geluiden op de achtergrond. Deed me denken aan mijn reis naar Costa Rica & Panama, precies 16 maanden geleden (ongelofelijk, wat ben ik veel op reis geweest sinds 1 januari 2008). Precies half zes staan wij aan de poort van het park. Samen met een meisje uit Zwitserland en jongen uit de USA en een jongen uit Groot Britannie, beginnen we met onze gids aan een rondje door het regenwoud. Gids voorop… wij er geruisloos achteraan. De jonge Afrikaan schijnt wat met zijn zaklamp, sluipt weer voort en mompelt af en toe “Monkey”. Niet land daarna zijn we aan het einde van onze toer. Omdat wij, bezoekers, toch heerlijk kunnen plaatsnemen op een paar bankjes, maak ik van de gelegenheid gebruik om nog 40 vragen op onze gids af te vuren. Ik heb goed opgelet in Costa Rica en zo krijgen de anderen ook nog een beetje waar voor hun geld. Dan beginnen we aan onze ‘canopy-wandeling: op dertig meter hoogte door de jungle… over touwladers, richting een aantal plateaus in de bomen. De Amerikaan staat te trillen: maar hoe wankel zijn benen hem dragen en zijn armen hem voortrekken aan de railing van touw… hij maakt de wandeling af tot het eind. Een korte cursus MOED.
Om acht uur zitten we al weer in de auto… we rijden tot de Cape Coast… we moeten internetten en we moeten pinnen voordat we uitkomen bij de Green Turtle Lodge. Leuke missie op zaterdag…

Er is geen camping te vinden en dus zoeken we een simpel hotelletje waar we de auto makkelijk kunnen parkeren. Om tien uur lopen we al door het stadje. Op naar het district met alle banken. We lopen van de ene naar de andere ATM machine, maar kunnen nergens geld krijgen… tot grote ergernis van Ronald. En dus strijken we neer bij een restaurantje met uitzicht over zee en zit hij om elf uur al aan het bier. We trakteren ons op een hamburger als ontbijt, waar we zo lang op moeten wachten dat het toch nog een late lunch wordt…
Tja… als het uitzicht maar goed is. Op de extra ketchup die we bestellen moeten we twintig minuten wachten… schijnt heel normaal te zijn in Ghana…
Als we aan de bar gaan afrekenen verschijnt de serveerster met een chagrijnig gezicht. “You’re nog gonna laugh today?”, vraag ik haar vriendelijk. “No, I am busy”, zegt ze met een boos gezicht en Ronald en ik schieten verschrikkelijk in de lach…

Als we nog twee andere banken aandoen, komen we Clive en Taniya tegen. Die hebben dezelfde missie: geld halen! Maar ook zij hebben geen succes: hun blauwe Landrover draait achtjes door het dorp. Gedeelde smart is halve smart zullen we maar zeggen…
Wij besluiten om morgen, zondag, toch door te rijden naar The Green Turtle Lodge. Geen telefoon, geen internet en geen ATM machine. Daar komt straks in Accra vast wel een oplossing voor. Wel doen we veel boodschappen. We gaan bezuinigen en dus halen we bij de grossier ons drinken voor de komende week in huis. Bij het kioskje van het water en bij het magazijn voor frisdranken bedanken ze ons weer in viervoud voor onze aankopen. En wij lachen ons een breuk: voor een tientje kunnen wij de komende week vooruit!

13 december 2009 Cape Coast – Dixcove – 126 km Boodschappen bij de lokalen!
De kustroute is niet bijzonder, maar voor een zondag (in een land waarin iedereen op de dag des heren naar de kerk gaat) is er veel bedrijvigheid. Ik wil graag nog boodschappen doen: verse bananen, ananas en mango’s voor het ontbijt. Eieren, tomaten en uitjes voor de lunch. Tijdens onze reis hebben we geleerd om direct te stoppen als we zien wat we willen hebben.
Eerder reden we nog wel eens door, maar als je de bananensectie voorbij bent, dan zie je ze niet snel terug. Hetzelfde geldt voor de eieren en de tomaten. Eigenlijk voor alles…
En zo sta ik aan een lange houten tafel te wroeten in wat mini-uitjes en ieniemienie tomaatjes en kies ik tien mooie eieren. Hoe langer ik bij de ‘winkel’ blijf hangen, hoe meer dorpelingen zich om mij heen scharen. Aan het einde van het liedje zijn alle partijen weer blij: wij hebben voor 1,50 voor drie dagen lunch en de handelsvrouw bedankt mij wel zes keer voor onze afname. Ongelofelijk… Een andere vrouw wijst nog enthousiast naar haar kiosk, maar helaas… wij hebben echt niets meer nodig. Eenmaal bij de auto pak ik nog wat spullen die wij echt niet meer gebruiken. Ik loop terug en geef het weg. En weer staat het hele dorp te juichen…

We rijden op een T-splitsing pal tegen de zee aan… we lijken geen andere weg te kunnen nemen en staan op het punt om te draaien. Dan zie ik een pick-up staan met www.greenturtlelodge.com. We stoppen naast de auto en de bestuurder begint enthousiast met zijn hand naar rechts te gebaren. Tussen het marktgedruis (we hadden dus toch nog verderop boodschappen kunnen doen) door kunnen we toch verder. Via een brede rode offroadpiste, komen we bij de afslag. Nog één zandpad en we staan voor de ingang van de Green Turtle Lodge. Voor de vierkante kapschuur, die is ingericht als bar en restaurant rijden we rechts het strand op. Zigzaggend onder de palmbomen door, voorbij de schattige rieten lodges, komen wij op het gedeelte van de camping. Daar staat nog helemaal niemand…
Dit is het aardse paradijs… welke we bij het vallen van de avond toch met Clive en Taniya moeten delen. Maar dat is geen straf: beiden op ons zelf… maar op zijn tijd beiden uit op een avond gezelligheid aan de bar…hier houden wij het wel een tijdje vol!

14 – 18 december 2009 The Green Turtle Lodge Another day in Paradise!
Onze auto staat in de lengte op het strand, onder vier grote prachtig groene palmbomen die ontelbaar veel kokosnoten draagt. Als we vroeg in de ochtend onze daktent uitkomen in bikini en short, lopen we zes passen over het verharde zand richting de laatste serie palmbomen. Daaronder staan onze stoeltjes en liggen onze badhanddoeken. Met een sprong komen we op het volgende ‘terras’ van geel los zand en na tien passen bereiken we de heerlijk heldere en warme zee. Wat een weelde. We genieten in onze eigen achtertuin van zon, zee, strand en hebben een vers ontbijt, een overheerlijke lunch, een eigengemaakt diner en voldoende vocht binnen handbereik. Eindelijk kunnen de boeken, de tijdschriften en de spelletjes tevoorschijn komen. Binnen vijf dagen heb ik twaalf tijdschriften klaar gelegd in het restaurant voor Henk-Jan en Maureen. Elk voorzien van een eigen (kerst)boodschap. Ik hoop dat ze die straks vinden en er plezier aan zullen beleven: wij hebben er ook lol om… wij gaan eindelijk bagage lozen!

Wat kun je hier fantastisch slapen… met de felle branding op de achtergrond. Warm genoeg om slechts onder een laken te liggen, met een heerlijk frisse bries over je hoofd. In onze daktent wanen we ons op enkel een matras in de buitenlucht. Direct na het ontbijt komen ergens uit een verlaten hoekje onze badspullen te voorschijn. Wat hebben we die lang niet gezien… en wat een weelde om op deze eerste ochtend in de Green Turtle Lodge al rond half 9 op een handdoek te kunnen gaan liggen…

Maar, niks doen is nog steeds niet mijn sterkste punt en dus is ‘juffrouw mier’ al weer snel in de weer. Ik pak de hele achterkant van de auto leeg, stal al onze laatste etenswaren uit (zodat we het wel uit ons hoofd halen om ‘buiten de deur te eten’) en doe een enorme was. En wat doe je dan… als je handen helemaal schoon zijn van de biotex… dan ga je (vies ghanees) geld tellen! Gister hebben we allebei vier keer gepind om het geld voor de boot bij elkaar te sprokkelen. Helaas kon dat niet in euro’s, maar het enorme pak Ghanese papier proberen we de komende dagen nog bij een Europese campingeigenaar te wisselen. Grimaldi krijgt graag sterke valuta voor haar diensten. En dan doe ik waar ik als kind altijd zo’n verschrikkelijke hekel aan had: ik maak voor de lunch een warme (avond) maaltijd.

Ongelofelijk hoeveel tijdschriften er nog door de auto slingeren. Voordat ik weg ging heb ik bij boekenhandel Broekhuis voor een bon van 25 euro een enorme stapel ingeslagen. Uiteindelijk moest ik zelfs nog bijbetalen (echt weer wat voor mij). In juli sleepte mijn moeder er nog een stel mee naar Spanje en ook de meiden van mijn Circle brachten ieder wel twee of drie magazines mee. Dat is wel een nadeel hoor… dat je met een auto reist. Je voelt niet hoeveel bagage je meeneemt (leg voor de gein eens 17 tijdschriften op een weegschaal). Ik ben eindelijk op een handdoekje gaan liggen en lees in één ruk de Glossy, de Beau Monde en de Santé uit (bedankt meiden!). Zomernummers lezen in de maand december. Maar hier maakt dat niet uit. Hier is volop zon, zee en strand… het is 35 graden… dus laat die zomerjurkjes de revue maar passeren. Wij merken hier niets van 35 cm sneeuw en kerstliedjes op de radio…

We hebben de douche ontdekt! Twee hele grappige ronde hokjes naast elkaar, helemaal opgetrokken uit keien en met een vloer van leisteen. Lange mensen steken er met hun bovenuit hetgeen betekent dat we allemaal kunnen genieten van een lauwe douche in de buitenlucht. Overdag de zon op je hoofd en in de avond de maan en de sterren in het zicht. Af en toe is er een langwerpige steen naar binnen gemetseld, waar je toiletartikelen op kunt zetten of badkleding aan kunt hangen. Heel geinig. Net voor de zon ondergaat (om 18.00 uur) zijn we terug bij de auto om ons tegen de muggen te kleden. In rap tempo verschonen we nog even ons beddengoed. Super om jezelf zo lekker schoon tussen frisse lakens te kunnen vleien. Voor het eerst nemen we de tijd om de klamboe in onze tent te hangen. Veel mensen die ik ken en die malaria hebben gekregen, kregen het hier aan de kunst van Ghana. Daar hebben we echt geen zin meer in… om weken ziek te zijn als een hond en er vervolgens nog jaren last van te hebben! Met dat als reële mogelijkheid in onze gedachten, trakteren wij onszelf nog even op een heerlijke chocoladefondue. Om daarna gezellig aan de bar te eindigen… En dat gebeurt snel, want terwijl ik met mijn benen languit op een hoge bank lig, rolt Ronald met zijn volle gewicht over mijn rechtervoet als hij onnadenkend van de bank jumpt. Juist díe voet… die ik twee jaar geleden flink zwikte tijdens een vakantie in Turkije… juist díe voet, waarmee ik eigenlijk niet meer op hoge hakken kan lopen (en het afgelopen jaar toch heb gedaan)… juist díe voet, die ik weer zo gekneusd heb door bij Paul en Renate een plafond te schilderen (ik stond de hele dag met mijn voeten op een smalle traptrede om me vervolgens flink uit te rekken, om met volle kracht het verfzuigende plafond dekkend te krijgen. Dat gaf een beetje te veel druk op mijn voet)…

Tomaatje, eitje, uitje… krackertje erbij… het is een heftig ontbijt. Waar je mee omgaat wordt je mee besmet zal ik maar zeggen. Ook onze Britse buren zijn al uit de veren!
Is dan dit het moment waarop ik toch naar ‘het kakkerlakken-toilet’ moet? Toen we Wim, Ellen, Sebastian en Rachel tegen kwamen in Big Milly’s Backyard, zaten zij vol verhalen over de Green Turtle Lodge. Het was er echt adembenemend mooi… helemaal alleen op een verlaten strand met palmbomen… een prachtige plek op het strand, maar…
super lui en chagrijnig personeel, wc’s met kakkerlakken onder de wc-bril en rond je voeten en eten waar je zeker anderhalf uur op moet wachten…Nou, die mensen krijg ik vast wel aan het lachen en dat eten bestel ik gewoon een uur van tevoren, maar die kakkerlakken vind ik toch wat minder… En ja, dat is ook maar hoe je er tegen aan kijkt. Vorig jaar ontmoette Charlotte en ik Roelinka in het regenwoud van Costa Rica. Zij was helemaal in de ban van insecten en heeft ons een fantastische rondleiding gegeven door een klein natuurpark. Het klikte zo goed tussen ons dat we aan het einde van de toer haar lievelingskakkerlak mochten vasthouden. Onderwijl verwees ze alle vooroordelen van deze beesten naar het land der fabelen. En dus… ga ik moet goede moed naar de WC!

Het is een prachtig langwerpig gebouw, precies groot genoeg om vier ruime wc’s in te huizen. Van buiten helemaal ‘behangen’ met halve in de lengte doorgesneden glimmend gelakte bamboestokken. Ik kan kiezen tussen vier dezelfde gesloten houten deuren, allemaal te bereiken via een schattig bordes. Mooi rood betonnen vloertje, mooie bamboe wandjes, mooi houten wc-tje en een keurige mand met toiletpapier. Ondanks dat het een compost-wc is, ruikt het er zelfs lekker. De schoonmaker is er net geweest. Niets te zien van de beschrijving van onze collega overlanders. Maar… de jonge, enthousiaste eigenaar is weer terug van vakantie…dat zal zeker verschil uit maken. En ik maak voor dit tijdstip voor mij als ‘hét moment van de dag om naar toilet te gaan’.

Een beetje teleurgesteld dat ik het lievelings-insect van Roelinka niet ben tegen gekomen, speel ik zelf maar weer voor insect. ‘Juffrouw Mier’ pakt onze kledingdozen helemaal uit en selecteert zorgvuldig wat in de auto kan blijven tijdens de verscheping en wat we mee willen nemen naar huis. De rugzakken zijn al half gepakt voor onze terugreis naar Nederland. En als het einde dan zo dicht in zicht is, komt ook de wens om er nog even lekker van te genieten. En dus ga ik met de JFK en de Red nog even languit op mijn kleurrijke badhanddoek om een tint te krijgen die ‘sauna-proof’ is. Immers in Nederland is zonnen er nog voor een hele lange tijd niet bij!

De wens om alle etenswaren netjes op te maken, zorgt voor een gevarieerd dagmenu. Omdat er al weken geen yoghurt te krijgen is, maak ik met water wat melkpoeder aan om de laatste granen en zemelen op te eten. Scheutje ranja erdoor en dan is zelfs dit prutje goed te eten. Gelukkig heb ik mijn laatste hap door mijn keel als Ronald het nodig vindt om mij te verwittigen van het feit dat hij kakkerlakken op het toilet heeft gesignaleerd. Hmm…
Dat probeer ik de komende uren dus nog maar even te omzeilen. Eerst maar eens naar Grimaldi bellen of we dinsdag 22 december 2009 nog steeds te boek staan om verscheept te worden naar Amsterdam. Dat is het geval… Gelukkig hebben we hier geen internet, dus is er ook niet de verleiding om direct een vlucht te boeken. Laten we die auto eerst maar eens in de container rijden. We hebben geen issue met tijd of geld en als we langer moeten wachten op een geschikte terugvlucht, dan gaan we ook daar gewoon van genieten…

En met dat ik aan de rand van de ingang probeer te bellen (de enige plek waarop de mobiele toestellen van de camping bereik hebben), bedenk ik me dat ik buiten de camping naar het toilet kan. En dus maak ik een mooie, lange ochtendwandeling om een plek te zoeken om mijn behoeften te doen. Er gaat niets boven de schoonheid van de natuur!
Op de terugweg, vlak voordat ik het terrein van de Lodge weer opkom, maak ik kennis met een hardwerkend gezin tussen de tomatenplanten. De jonge man & vader draagt alleen een short, heeft een super gespierd donkerbruin bovenlijf en heeft het zweet in druppels over zijn hele lijf. In zijn hand houdt hij een primitief kapmes. Het doet mij denken aan ‘De negerhut van Oom Tom’ en aan de televisieserie ‘North en South’… zeker na al onze bezoekjes aan de slavenburchten.

Ik loop terug naar de auto en pak een tas met een (niet schoon) matrasovertrek, een stuk zeep, een wasborstel (die ik toch niet meer ga gebruiken) en doe er een pak spaghetti en een pot rode saus bij. Als ik terug kom bij het gezin blijkt dat de jonge man en vrouw geen engels spreken. Ze roepen hun tienerdochter. Ik vraag vriendelijk of ze de spullen kunnen gebruiken of dat zij misschien een gezin weten die de spullen kan gebruiken. De vrouw geeft me een dikke knuffel… waarschijnlijk wordt het aangewend voor ‘eigengebruik’. Als ik terug kom bij de auto wil ik een lege waterfles in de vuilniszak gooien… en plots schiet me weer te binnen hoe blij de medewerkers op de camping bij Paul & Renate met die flessen waren. Ook in Mali stonden kinderen te zingen als we ze onze lege waterfles schonken. En dus verdwijn ik met mijn hoofd in de Como-vuilniszak om alle lege flessen van de afgelopen twee dagen te verzamelen. Ik was ze af (terwijl Ronald mij voor een volslagen idioot verklaart) en doe ze in een mooie tas. Terug naar het gezin… die de tas geruisloos in ontvangst neemt. De man geeft me een hand en aangezien we niet verder kunnen praten, vertrek ik met stille trom. Als ik na drie passen omkijk zie ik de vrouw verder het veld in rennen. Ze stopt onder een boom waar ze wat spullen hebben liggen. Ik hoor haar met een hoge stem iets in haar dialect joelen. Ergens verderop tussen de tomatenplanten hoor ik dat een andere vrouwenstem haar antwoord. De vrouw zet de zak op de grond, haalt er met elke hand een fantafles van anderhalve liter uit en steekt haar handen hoog in de lucht boven het groen. Weer begint ze wat te joelen en terwijl ze dat doet, begint ze er ongelofelijk enthousiast bij te dansen. Ze is helemaal in haar sas… Ik sta met tranen in mijn ogen… de spullen die wij zonder pardon in de vuilnisbak gooien, zijn voor haar ‘dé spullen van dé dag’!

Als ik langs de keuken kom, bestel ik een eigen gebakken brood. We koken er een aantal eitjes bij, halen de mayo en de ketchup uit de koelkast en eten een heerlijk broodje ‘gezond’.
We duiken weer op onze handdoeken om nog even bij te bruinen. Het einde van de middag wordt elke dag weer aangekondigd door een stel tienerjongens, die na school langs het strand struint met elk vier kokosnoten op hun hoofd en drie in iedere hand. Of we die willen proeven? Eén van de jongens zie ik al voor de derde keer… en omdat ik het eigenlijk wel sneu vindt dat we niets bestellen, maar ook niets wil… wenk ik hem naar de auto. Ik duik achterin en haal een flesje cola uit de koelkast. Als ik de auto weer uitkom, zie ik dat hij op een grote afstand aarzelend staat te wachten… zo bescheiden! Ik geef hem de cola en terwijl hij mij uitvoerig wil bedanken hoor ik dat hij stottert. Ik kijk hem na terwijl hij wegloopt, maar zie dat hij na een paar passen weer aarzelend stil blijft staan. Enkele minuten later staat hij naast me. Hij vindt dat hij me echt iets terug moet geven… dus toch een kokosnoot!
Jemig wat een dag. Precies het goede moment om aan drie ‘psychologie’ tijdschriften te beginnen. Die ik allemaal in één ruk uitlees. Weer wat voer voor de bibliotheek, waar ze graag willen dat wij de spullen achterlaten om het volgende bezoekers naar de zin te maken.

We zitten heerlijk aan de bar: Ronald met een boek en ik met mijn aantekeningen voor mijn dagboek. Clive en Taniya staan aan de andere kant van de vijftien meter lange smalle houten boot aan het schap. Een derde deel van de boot is opgehoogd met een open kast, waarin al het porselein voor overheerlijke échte koffie & thee staat. Op het midden van het schap staan alle flessen sterke drank zo voor het grijpen. Zo’n beetje alles wat courant loopt bij de Nederlandse slijter is hier te krijgen. Na wat beledigende kreten over Hollanders en Britten van de ene naar de andere kant te hebben gesmeten, wordt het echt gezellig. Als Clive zijn oog valt op het (lege) dubbele whisky van Ronald, bestelt hij spontaan een nieuw glas voor hem… en voor zichzelf. En dus trakteert Ronald er nog eentje terug, waarop Clive erop staat om er nog eentje te doen. Waarop Ronald er nog eentje terug trakteert en ze afsluiten met een laatste glas. Zo… die ogen staan goed ‘in het vet’… die slaapt vannacht als een ‘little baby’…

Normaal om zes uur klaarwakker… vandaag moet ik kijken of hij nog wel ademt. Maar ‘hij doet het nog!’ Weliswaar helemaal bewusteloos, maar zijn borstkas beweegt! Ik maak een lekker ontbijtje voor mijzelf en was onze handdoeken uit. Dit is vast de laatste plek waar dat nog kan… en wie weet hoe lang we straks nog moeten backpacken als de auto eenmaal op de boot staat. Als Ronald de daktent uitkomt en mij vrolijk goedemorgen wenst, wijs ik naar de badhanddoek die al klaar ligt op het strand. Hij loopt er in één streep naartoe en ronkt nog even lekker verder. Een uurtje later maak ik een cup a soup, snij ik het laatste stukje brood in stukjes en maak ik een dipsausje met mayonaise (thanks Anita: een heerlijk en apart ontbijt). Als Ronald echt wakker is, pakken we onze rugzakken vast in. Want al met al hebben we best veel spullen in de auto en moeten we hier op deze rustige plek even goed kijken wat we in de auto laten tijdens het verschepen en wat we mee willen nemen in onze handbagage.

Tijdens het pakken vul ik een Albert Heyn tas voor het Afrikaanse gezin. Met lege flessen, met macaroni en saus, met rijst en ketjap, met ketchup, met een paar hippe slippers in het maatje van hun dochter en met een t-shirt van Ronald voor het blote botenlijf van de vader des huizes. Voor ‘de stotteraar’ heb ik een mooi linnen tasje gevonden en die vul ik met een paar schriften, een paar pennen, stiften en een doos snoepjes. Van alle andere etenswaren maken we een macaroni-prutje, waarna ik besluit een heel eind te wandelen langs de zee…kan mijn hele leven nog eens de revue laten passeren, nadenken over hetgeen de reis mij gebracht heeft en wat ik verder nog wil in mijn leven…

Het is vrijdag… het weekend voor de deur! We strijken neer aan één van de vele houten picknicktafels onder de palmbomen met uitzicht op zee. Ik bestel een verse ananassap en ga voor het brood met gebakken banaan en honing. Wat een maaltijd. Ik heb tot vier uur in de middag geen honger meer! Als we nog even nazitten, zie ik onder een van de andere tafeltjes een gewonde rat tevoorschijn komen. Hij strompelt richting de stam van een palmboom en zet koers richting de ronde bamboehut waarin de keuken is geïnstalleerd. Met de film ‘ratatouille’ nog vers in mijn achterhoofd grap ik naar Ronald dat mijn overheerlijke ontbijt vast uit zijn koker is gekomen. Terug bij onze handdoeken heb ik écht geen zin om weer te gaan liggen en dus maken we een lange strandwandeling naar het dorp dat we rechts in de baai zien liggen. Een paar armoedige golfplaten huisjes, maar wel gelegen in een prachtig paradijs op aarde. Met zon, zee, strand en uitzicht op een fantastisch groen regenwoud eiland. Wij Europeanen betalen grof geld voor een reis met deze ingrediënten op de Maldieven of Bora Bora. Ook dan slapen wij in houten hutjes met slechts een rieten dak, een bed en een tafel en twee stoeltjes. En dan is het gewéldig… lekker back to basic!
Als we dichter bij komen zien we een lange rotsformatie in de zee liggen, waarvoor twaalf kindjes in allerlei leeftijden in hun bruine nakie genieten van de golfen. Met alles wat voor een surfboard moet doorgaan. Als ze ons zien, beginnen ze enthousiast te zwaaien en rennen ze met wapperende piemeltjes onze kant op. Aandoenlijk!

Na een gezellige lunch met Clive en Taniya (wij aan de fruitslade en zij aan de friet met mayonaise) nemen we een duik in de zee en proberen wij onze lijven ook zo prachtig bruin te krijgen. Als we aan het einde van de middag alle jonge knapen weer met vier kokosnoten en een mes zien rondlopen, zie ik één van hen ineens ferm op mij aflopen.”You rrrremember me? You gggave me the kkkkkokacola ttttwo days ago!”. Tuurlijk herinner ik mij dat nog. Loop maar effe met me mee… ik heb iets voor je! Ik laat hem zien wat ik in het linnen tasje heb gepakt en zijn ogen beginnen te stralen als ik hem de schriften en de Holland-pen voor houdt. Een pen met op de top een mooi windmolen met wieken die ook nog draaien! (sorry tante Ellen: ik heb hem weggegeven!). En dan nog een doosje snoepjes… die ik vroeger altijd van mijn oma kreeg… met poedersuiker. Ik pak alles weer in de tas en hang die om zijn schouder. Hij geeft me een hand en loopt richting het dorp. Ik zie dat drie vrienden onder een boom hebben staan wachten en zich nu bij hem voegen. Iets verderop zie ik hem alles weer uit de tas halen. Het enthousiasme in de groep… ongelofelijk! Tja, Ronald’s moeder is vandaag jarig. Als we dan toch geen cadeau aan haar kunnen geven, dan kunnen we op z’n minst iemand anders blij maken! Gefeliciteerd!

Aan het einde van de middag beginnen we alle kisten stuk voor stuk uit te pakken, te reorganiseren en weer in te pakken. Alles ligt ineens weer een stuk efficiënter op zijn plek. Ook het moment waarop ik twee van mijn lievelingsonderbroeken terugvindt. Ergens onder in een kist… in een waszak! Heb ik de laatste drie weken moeilijk gedaan met twee synthetische rotdingen: deze katoenen exemplaren waren een stuk handiger geweest. Maar goed… ik blij en kort daarna onze Britse buren blij: bij hen laten we onze niet geopende flesjes Deet en Hadex (purificatie voor water) achter. Ze waren zelf net helemaal door het spul heen en ze moeten nog (in de regentijd) richting Kaapstad en gaan dan via de oostkant via Tanzania, Kenia en Sudan weer naar de UK. Erg nuttig dus… Ik schenk Taniya ook een portemonnaie met Keniaans geld (daar kom ik de eerste jaren toch niet). Geen idee wat het waard is… als het nog te gebruiken is, koop er dan maar een biertje van en denk aan ons!
Tom, de eigenaar van The Green Turtle Lodge komt voorbij lopen… ik snel naar hem toe… hij kan ons blij maken. “Als ik jou nou heel veel Ghanese CD’s geef, kun jij die dan wisselen voor euro’s. Ik weet dat je er niet voor hebt gekozen om eigenaar te zijn van een bank, maar deze prachtige lodge bent gestart. Maar wie weet… betalen veel van jou klanten jou in euro’s en kun jij de Ghanese CD’s goed gebruiken voor het uitbetalen van jouw personeel. Wij zijn heel blij met de euro’s… voor de overtocht met de boot en voor thuis”. Tom lacht en belooft mij zijn kas te checken. Een uur later meldt hij dat het niet gaat lukken, maar dat hij het geld morgen wel voor ons wil wisselen als hij naar de stad gaat…en nu maar hopen dat hij bovenal wel ‘ondernemer & businessman’ is en een goede koers voor ons in de wacht sleept!

Het is december, bijna kerst… wij hebben er hier geen idee van… liggend op het strand in de zon bij 35 graden. Het einde van onze reis is jammer genoeg in zicht, maar het is mooi geweest. Het hoofd is verzadigd met alle beelden uit West Afrika. Alleen onze timing klopt niet helemaal… hoe super was het geweest om aan het begin van de lente thuis te komen. Maar in Holland is het winter… bar en boos… akelig en koud… en om ons daar vast op voor te bereiden maken wij als diner een Hollandse pot klaar. Puree, gemengd met een uitje, sperziebonen en een bult currysaus. Lekker na een dagje schaatsen… maar ook lekker na maanden met veel rijst en spaghetti.

Het is zaterdag 19 juli 2009. Julie is vandaag jarig. Ik ben al vroeg wakker en we maken een feestontbijt met crackers en gekookte eitjes. Ik kleed me extra leuk aan: vandaag een fuchsia roze bikini met mijn warm paarse bikini-wikkelrok… goed voor veel complimentjes!
Ik doe nog snel ‘de verloren was’, de afwas van gister en zet de laatste maaltijden voor vandaag klaar. De gevulde AH tas voor het Afrikaanse gezin staat nog steeds klaar… ik heb ze gister niet weer gezien! Omdat er voldoende in zit, vul ik een andere AH-tas met nieuwe lege flessen, spaghetti, saus, puree, melkpoeder, een fles olijfolie, een wit T-shirt en een zakdoek. Voor het geval ‘de stotteraar’ nog een keer langskomt…

En dan zie ik haar ineens richting onze auto komen lopen… een grote zilverkleurige schaal op haar hoofd. ‘Bang’ dat ze doorloopt en ik haar voorlopig niet zal zien, laat ik mijn klusje vallen en loop haar tegemoet. “Nice to see you again. I have something for you and your family”. Ik draai me om en haal de Albert Heyn tas op. Als ik hem voor haar op de grond zet, pakt zij de grote schaal van haar hoofd. Er prijken twee mooie grote ananassen in. “My mother wants to give this to you!”. Nu begin ik te stralen. Super! We wilden net een bakje vers fruit en een pineapplejus halen bij de bar. Ik pak de ananassen aan, zeg haar dat we er ontzettend van zullen genieten en vraag haar om haar moeder hartelijk te danken voor dit gebaar. Ruth knoopt de Albert Heyn tas dicht, zet hem op de kop in haar schaal, bindt haar doek weer op haar hoofd en nog geen seconde later staat het geheel weer op haar hoofd. Ze twijfelt, blijft even staan en vraagt me dan om een adres. Ik geef haar mijn visitekaartje… benieuwd of ze ooit in de gelegenheid zal zijn om een mailbericht te sturen!

We besluiten nog even te genieten van de zon om onszelf daarna op een heerlijke lunch te trakteren. Net als we naar het strand willen lopen, komt ‘de stotteraar’ langs… samen met zijn drie vrienden. Het gesprek komt niet echt op gang, dus we lopen door… onze brochetta’s staan klaar. En eigenlijk is die tas die voor hem klaar staat ook echt een ‘huisvrouwentas’. De lunch is overheerlijk. Brochetta: op eigen gebakken brood, verse knoflook, verse tomaatjes en verse basilicum. Super! We duiken nog een paar keer in de golven en genieten nog even op onze badhanddoeken. En dan staat hij er ineens weer…
‘de stotteraar’. Met een kokosnoot in zijn ene hand en een groot mes in zijn andere hand. “You gave me all the things yesterday. My grandmother says that God bless you!”. De stotteraar heet John en hij leeft samen met zijn grootmoeder. Zijn ouders zijn op reis. Hij weet niet waar naartoe en of ze ooit nog terug komen. Broers of zusjes heeft hij niet en zijn opa is al overleden. Ik heb al veel Afrikanen ‘een leugen om bestwil?’ horen vertellen, maar dit komt recht uit zijn hart. Hij wijst met zijn mes naar de kokosnoot, die hij nu echt voor me wil openen. En dat doet ie… super professioneel. Het bovenste kapje slaat hij eraf en er ontstaat zelfs een tuitje waar ik uit kan drinken. Het vocht is helder en de kokos spierwit. Het smaakt uitstekend. Als we er meer willen, kan hij ze voor ons halen. We kunnen ze in de koelkast bewaren… Ik vertel John dat we alles klaar maken om morgen te vertrekken en dat ik nog een tas voor hem heb gemaakt. Hij kijkt naar de flessen, naar het eten, vraagt instructies om de puree te maken en houdt het T-shirt gelijk voor zijn lijf. “It fits!”, zegt hij spontaan. We nemen afscheid en ik kijk hem na als hij vertrekt. Ghana is niet mijn land… en de Ghanesen zijn zeker niet mijn favoriete volk… maar ik hou van Zwart Afrika!
Nog twee plastic kisten en een inbouwbox te gaan en dan hebben we alle spullen weer een keer in de handen gehad en alles geselecteerd en klaar gemaakt voor de boot en vliegreis. Morgen rijden we in 245 km richting Tema om maandagochtendvroeg in de haven te verschijnen. Eens kijken hoe voortvarend onze auto op de boot terecht komt en dan naar een internetcafé om een vlucht te boeken. Vanaf morgen staat alles in het teken van onze terugreis… en misschien, heel misschien zijn we voor het kerstdiner wel thuis.

20 december 2009 Dixcove – Tema – 275 km Afscheid van West Africa!
Mijn vader is vandaag jarig. Binnenkort kunnen we dat feestje samen vieren. We zijn al vroeg op, maar ik kan mijn draai helemaal niet vinden. Het voelde heerlijk om plannen te maken om weer naar huis te gaan. Maar… als het dan zover is, is het toch weer jammer. Zeker als je een paradijs als dit moet verlaten. Ik douche me nog een keer uitgebreid, want we beginnen aan onze terugreis. Geen idee waar we de laatste dagen terecht komen. Terwijl ik alleen maar aan het klungelen ben, is Ronald druk met het inklappen van de tent en het pakken van de laatste spullen. Als ik doelloos drie rondjes om de auto loop, zie ik ‘de stotteraar’ bij de boom staan. Het lijkt erop of hij er al heel lang staat. Hij probeert toch nog geld van me te krijgen voor een nieuw schooluniform. Al die Afrikanen… bijna allemaal houden ze hun hand op en als je ze wat geeft, willen ze alleen nog maar meer…

We nemen afscheid van Clive en Tanya en de eigenaar van de Green Turtle Lodge. Dan rijden we het zandpad af, allebei in de modus om nog flink van deze laatste rit door West Afrika te zullen genieten. Al snel rijden we langs een mini-dorp, met vier huizen en wat rieten overkappingen. Ronald stopt de auto: “Dit lijkt mij een goede plaats om onze campingtafel en twee campingstoelen achter te laten”. Ik stap uit de auto en wordt enthousiast goedemorgen gewenst door de vrouwen die ons iets verderop ‘vragend’ aankijken. Ik loop met één stoel onder mijn arm hun kant op… “Can you use this”? De vrouwen beginnen te juichen. Klappen de stoel uit en zetten één van de kleine kinderen erin. Ik loop terug naar de auto en ze schreeuwen ons na met allemaal bedankjes. Maar wij zijn nog niet klaar…
Als ik met de tweede stoel aankom en later ook nog de tafel uitklap, worden de vrouwen uitzinnig. Eén vrouw legt haar jonge kind op tafel en begint haar broek te verschonen. De eerste functie is bedacht: een commode!

We rijden verder. Wat op de heenweg een irritant drukke aanrij-route naar de Lodge leek (op elke vierkante meter een huis, veel mensen, kinderen, brommers en fietsen waar we kris kras tussendoor moeten rijden) is nu een feestroute. Alle impressies van West Afrika in een paar kilometer. Vrouwen met spullen op hun hoofd, kinderen op hun rug, lemen huisjes met honden, katten en kippen om de deur, handelaren langs de straat, spelende kinderen, verrotte auto’s die ons tegemoet komen en mini-winkeltjes onder een golfplaten dak. Het is echt een fantastische rit. We arriveren al vroeg in Accra en besluiten zo ver mogelijk door te rijden naar Tema. Dan kunnen we morgen op tijd in de haven zijn.

Eenmaal in de voorstad van Tema zien we een hele andere drukte langs de straat. Veel te veel gebouwen en veel te veel mensen (alsof je dwars door een demonstratie rijdt). Nergens een plek langs de weg waar we even ‘naar toilet’ kunnen. Maar… we houden het nog even vol, we zijn vast zo bij ons hotel. … na zes overnachtingsplekken van binnen te hebben gezien en ruim drie uur verder te zijn! Maar, dan heb je wel wat: een nieuw hotel voor weinig geld met draadloos internet. We kunnen om zes uur zo aan tafel schuiven met twee chinezen en een franse zakenman die vloeiend chinees spreekt. Weer eens wat anders…

De auto staat helemaal klaar voor haar bootreis. Zo min mogelijk spullen erin en zo efficiënt mogelijk gepakt. Onze backpacks & daypacks staan al klaar op onze kamer, kunnen we morgen zo mee verder reizen richting Nederland. Ronald zit op het terras en wil nog een paar dingen checken op internet en daarna vroeg naar bed. Als ik onze hotelkamer verlaat en de deur achter me hoor dicht klappen, realiseer ik me dat ik alleen maar met de auto sleutel in de hand sta. Shit… hotelkamer dicht… en geen sleutel. Ik loop naar de balie, waar de dame mij vertelt niet over reservesleutels te beschikken. Shit: auto op de parkeerplaats, bagage in een afgesloten kamer en Ronald op een dakterras. De dame achter de balie belooft me een collega te bellen die de kamer weer open kan krijgen. Maar na anderhalf uur wachten op de nieuwe vloerbedekking in de hal voor de deur van onze kamer, zijn we het beu.

Naast de deur zit een groot schuifraam met daarvoor een stalen raamdecoratie. Ronald steekt zijn hand erdoor en maakt het schuifraam open. Onder het raam staat een keurig opgemaakt tweepersoonsbed. We kunnen de sleutel van de kamer zien liggen… op de sprei ergens halverwege. Ronald pakt een langwerpig houten kunststuk van de muur in de hal en steekt het door de raamdecoratie. De sleutel komt langzaam dichterbij, maar verdwijnt onder de omslag van de sprei net onder het hoofdkussen. En dan weet ik een stukje van de sprei te grijpen. Ik trek … net zolang tot ik de sleutel kan pakken… YES… we kunnen onze kamer weer in! Veel te laat naar bed… want morgen is de grote dag. Dan gaat ‘mijn kind’ op de boot!

21 december 2009 Tema – Amsterdam – 22 km Een spannende terugreis!
We zijn ruim op tijd uit de veren en ik wil een fatsoenlijk ontbijt. Mijn ‘zevende sensor’ zegt dat dit een lange dag gaat worden! We rijden met onze goed georganiseerd ingepakte auto richting de haven. Raar idee om de auto hier straks achter te laten. Precies om 9 uur zijn we bij het kantoor van Grimaldi, waar we gelijk door kunnen lopen naar het bureau van Peter. Die heeft nauwelijks wat van ons nodig. Nog geen tien minuten bureauwerk en hij pleegt een telefoontje met de douane. Of ze er gelijk aan kunnen komen om onze auto te checken. Helaas… de vrouw van de douane is elders in de haven… we moeten even wachten. Drie kwartier later is ze er… loopt een rondje om de auto… checkt de inhoud, noteert het chassisnummer en vertrekt. Peter heeft ondertussen een hijskraan geregeld die een container voor onze auto plaatst. “Rij hem er maar in!”. Ik kijk Ronald aan… “Er zit vast nog een adder onder het gras, dit gaat veel te makkelijk!”. Ronald stapt in de auto om de Landcruiser de container in te rijden. Ik kijk naar ‘het cadeau en de verpakking’ en begin te roepen: “Dat past nooit!!!”. We pakken de rolmaat erbij: container 2.38m en auto 2.65m. Zie je wel… dit was te mooi om waar te zijn. Auto in de container, auto afsluiten, container afsluiten en klaar is Clara. Ik kijk boos naar Peter. Verdorie: ik heb de maten twee weken geleden al doorgegeven! Volgens hem zit er niets anders op dan de auto zonder container te vervoeren. En daar mogen we een half uurtje over nadenken…

Als we terug zijn aan het bureau van Peter vraag ik om korting. We zouden 700 euro betalen voor een eigen container. Maar nu de auto zo vervoerd wordt, wil ik dat het bedrag omlaag gaat. Peter checkt zijn computer en komt met zijn weerwoord: “Sorry, maar het wordt 1.000 euro. Het bedrag is gebaseerd op de afmeting van jullie auto!” Potverdorie… meer risico en duurder uit! En … of we nog hebben gedacht aan de locale leges van 500 Ghanese roepies (250 euro). Ach.. alles altijd nog goedkoper dan terug rijden. We trekken onze laatste Ghanese roepies, US dollars en euro’s uit onze zakken en betalen contant. Als alle geldzaken afgehandeld zijn, wil Peter met ons naar de haven rijden. Maar ik ga hier niet weg zonder exportdocumenten of betalingsbewijs. We laten hier per slot van rekening een Landcruiser en 1.250 euro achter! Maar Peter zegt ons niets te kunnen overhandigen. Immers de auto is nog niet geladen en vertrekt pas op ‘Christmas Eve’. Er staat nog niets in het computer en de documenten zijn nog niet officieel. Hij belooft mij plechtig alles op te sturen naar het kantoor in Rotterdam en verwijst mij naar het Nederlandse personeel aldaar. Omdat ik bijna op mijn kop ga staan, maakt Peter voor mij een A4 met de bevestiging van de overdracht van de auto en het geld. Met een dikke stempel, een datum en een handtekening stelt mij dat tevreden. We vertrekken naar de haven.

Wat veel gebouwen, veel vervoersmiddelen, containers en een pluimage aan mensen. We stoppen op een simpel zandterrein met golfplaten hokjes. Drommen mensen staan in de rij. Peter gaat voor ons permissie aanvragen om het haventerrein op te mogen. Mijn god… moeten wij onze auto hier achterlaten? Maar gelukkig rijden we door. Naar het echte haventerrein, afgesloten door een paar slagbomen, bewaakt door politie en militairen. Peter hoeft er weinig moeite voor te doen om ons aan de andere kant van de poort te brengen. Wat een mega-terrein… We rijden door naar een loods, waar vier mensen voor de roldeur lopen te lanterfanten. Binnen loopt ook een handjevol personeel te struinen. We mogen de auto binnen parkeren en we sluiten hem af. Als ik de sleutels aan Peter wil geven, wijst hij naar een andere man. “Geef maar aan hem. Hij gaat jullie auto bewaken en de boot op rijden”. Tja… en dan geef je de autosleutel zo vrijwillig aan een vreemde…
Peter slaat een arm om me heen en neemt me mee naar het inbouwkantoor… om me te introduceren bij zijn collega Nicholina. Een kennismaking in vogelvlucht, want de Peter moet verder met zijn werk. Hij zet ons weer af bij het hoofdkantoor en wenst ons een goede reis naar Nederland…

Als we in de auto zitten maalt mijn hoofd nog verder. Of we hier wel goed aan hebben gedaan en of we voldoende bewijs hebben dat wij daar een auto en geld hebben achtergelaten. Of die auto wel op de juiste boot komt en of de auto onbeschadigd in Amsterdam zal arriveren. Of wij straks over de juiste documenten beschikken om de auto weer in ons bezit te krijgen. Maar… Grimaldi is een professioneel bedrijf, Peter lijkt een betrouwbaar man en eenmaal thuis bel ik gelijk met het kantoor in Rotterdam. Het gaat vast goed komen! Het is pas twee uur en we besluiten ons te laten afzetten op de luchthaven in Accra. In Ghana hebben wij verder niets meer te zoeken. Wij willen kerst vieren met de mensen waarvan we houden!

Eenmaal op de luchthaven hebben we nergens draadloos internet. Balen! We weten dat er vanavond twee vluchten naar Amsterdam gaan: eentje van KLM en eentje van Afriquia. Ik start bij het vertrouwde adres. Er staat een bullebak van een man achter de balie bij KLM.
“Heeft u vanavond een vlucht naar Amsterdam en zijn er nog plaatsen beschikbaar? Kunnen we voor 400 euro per persoon mee?”. De man antwoord dat er plaatsen vrij zijn en dat we die kunnen reserveren voor 870 euro per persoon. “Dan gaan we met Afriquia”, roep ik ferm. “Dat moeten jullie dan maar doen”, zegt de man terug en gaat verder met de volgende klant.

Helaas… het kantoor van Afriquia is pas om vijf uur open. Een wat oudere man die ons ziet overleggen, lijkt te weten waar we voor komen. “Het kantoor van Afriquia verkoopt geen kaartjes. Daarvoor moet u naar het kantoor in de binnenstad van Accra”. Ronald bedankt de man voor zijn advies, maar wil toch wachten tot het kantoor open gaat. Ook ik heb geen zin om Accra nog helemaal in te gaan. Wel wil ik me voorbereiden op het feit dat we misschien contant moeten betalen en dus stel ik voor om het geld in Ghanese roepies te pinnen. En zo loopt Ronald de hele buurt af om alle machines te proberen en ergens geld te kunnen krijgen. Als ik om vijf over vijf in het kantoor van Afriquia bij een bitch van een mens aan tafel schuif, komt de oude man plots binnen. “You didn’t believe me, You thought I told you lies, You thought I am a cheater”. De vrouw zegt mij ferm dat ‘mijn husband’ naar de man had moeten luisteren. Dat ze geen tickets verkoopt en dat we die hadden moeten halen op het kantoor in de binnenstad die om vijf uur is dicht gegaan. Als ze naar kantoor belt en een collega vraagt langer te blijven om op ons te wachten, probeer ik de man te overtuigen van ‘het misverstand’. Hoe had ik die ‘boodschapper’ over het hoofd kunnen zien. Ik… die heilig gelooft in de krachten van “Het Universum”….

Een kwartier later zitten we in een taxi: Ronald, ik en de oude man. Midden in de avondspits van Accra richting het kantoor dat eigenlijk een half uur geleden al dicht zou gaan. In vier rijen dik kruipen we richting het centrum en arriveren we bij Afriquia waar Vivian geduldig op ons zit te wachten. We bekijken onze mogelijkheden en de kosten, waarna Ronald als een gek weer in de taxi kruipt om alle pinautomaten in de buurt leeg te roven. En Vivian en ik… wij wachten, wachten en wachten. Ik probeer Ronald te bellen om te horen hoe het gaat. Maar de batterij van mijn Blackberry is bijna leeg. Zenuwslopend. En aan de andere kant… als dit niet lukt geven we Vivian een kleinigheid, betalen we de taxichauffeur en proberen we het morgen opnieuw. Wij hebben nooit haast gehad, dat was altijd in ons voordeel… we laten ons nu ook niet opjagen. Ondertussen heeft Vivian al vier keer gevraagd of ze onze tickets mag printen, maar volgens de berichten hebben we nog steeds geen geld om te betalen. Dan belt Ronald dat hij op de terugweg is met een smak aan Ghanese roepies, echter 300 CD’s te weinig. Ik beloof Vivian plechtig dat we langs hetzelfde pinapparaat zullen rijden met mijn pasje en dat ik dat geld bij de incheckbalie zal afgeven. Ze gaat akkoord: omdat het kerstmis is!

Als we rond negen uur terug zijn op de luchthaven probeert de taxichauffeur een slaatje te slaan uit zijn lange rit. “100 US dollars” roept hij bloedserieus. Ik vraag Ronald om ‘de boontjes te doppen’ met de taxichauffeur, terwijl ik met de oude man naar kantoor loop om het restbedrag af te dragen. De pittige tante is er niet meer… is al vertrokken naar de incheckbalie. De oude man verwijst me naar die plek en neemt afscheid, waarbij hij mij ook nog ‘een poot’ probeert uit te trekken. Als ik buiten kom, staat Ronald nog steeds ruzie te maken met de taxichauffeur. Ik stap in zijn auto en vraag hem mij naar het dichtstbijzijnde politiebureau te rijden om hun ons geschil te laten beslechten. De chauffeur kiest eieren voor zijn geld en neemt het geld aan wat wij bereid zijn te betalen. Pfff… we zijn kapot. Blij dat we naar huis gaan. Als we bij de incheckbalie staan en het geld afdragen aan ‘het opperhoofd’ verandert ze in een vriendelijke en doortastende manager. Samen bellen we nog even naar Vivian om te zeggen dat alles goed is gekomen. Op naar de gate…
Waar we te horen krijgen dat we twee uur vertraging hebben en het nog maar de vraag is of we op Schiphol kunnen landen. Er ligt te veel sneeuw. Dat wordt nog wat… 40 graden temperatuurverschil!

Exact twee uur later vertrekken we. In een mooi en comfortabel vliegtuig, met vriendelijk personeel en goed eten! We maken een tussenlanding in Tripoli waar een super goede sfeer hangt. Heerlijk om weer gast te zijn in een moslim-land: de mensen zijn gastvrij, belangstellend en vragen nooit om een wederdienst. Ze accepteren de situaties zoals ze zijn.
Een uurtje later dan gepland vliegen we door naar Amsterdam.

22 december 2009 Aankomst in Amsterdam Home sweet home…!
Een half uur later dan gepland landen we zonder problemen in Amsterdam. “Zo … ingevallen bekkie. U bent flink afgevallen tijdens uw vakantie”, roept de vrouw achter het loket van de douane. Een jongen achter mij sist: “Heb je haar om een mening gevraagd? Laat ze naar haar eigen ingevallen bekkie kijken!”. Lachend arriveren we bij de bagageband, waar we al onze spullen weer in ons bezit krijgen. We lopen door naar de trein, kunnen binnen een half uur op een eerste stoptrein richting het oosten stappen en zijn vier uur later terug in Hengelo.
Ongelofelijk hoe soepel de terugreis is verlopen. Zeker als we in de avond en de volgende ochtend via het nieuws horen hoeveel reizigers er gestrand zijn en hoe slecht het is gegaan met de dienstregeling van de NS. Ik denk aan de auto… die als het goed is morgen op de boot gaat. Ach… allebei in levende lijve terug, mijn appartement weer klaar voor bewoning, nog een paar centjes op zak. Als die auto komt, dan komt ie…Komt ie niet, dan komt ie niet!
Eerst maar eens genieten van “Een witte kerst met familie!”.

08 januari 2010 Haven Amsterdam Onze trouwe reisvriend is terug!
Op 7 januari 2010 stromen de mailberichten binnen. Grand Afrique is aangekomen in de haven van Amsterdam. Broekman regelt de uitwisseling van de juiste documenten met Ghana, regelt alle documenten voor de douane in Nederland en zorgt dat er iemand klaar staat om ons te helpen met het inklaren van de auto. Ik hoef alleen een kleine factuur te betalen en op 8 januari 2010 langs te komen.

Om 09.00 uur zitten we weer in de trein naar Amsterdam Schiphol. Zonder enige vertraging staan we rond 12 uur op het kantoor van John die weet waarvoor we komen en onze documenten klaar maakt. Hij brengt ons zelfs naar de douane en naar de Terminal: wat een service! We nemen afscheid van John en wachten bij de Terminal op een knalrode auto met oranje zwaailichten die ons naar de loods brengt waar onze auto staat. En nog geen tien minuten later zijn we daar! Daar staat ie: Onze Kanjer! Onze Trouwe Reisvriend!
De twee vrolijke Amsterdamse havenwerkers lopen net als wij enthousiast een rondje om de auto. “Jullie mogen jullie handjes dichtknijpen. Deze auto lijkt volledig ongeschonden over te zijn gekomen. Dat zien we vaak heel anders! Vanmorgen stond hier nog een Oldtimer, waar de linkerflank volledig uit lag. Die man stond te huilen naast zijn ‘grote liefde’.
We kijken even vluchtig in de achterbak van de auto. Alles lijkt er nog precies zo in te staan.
“Wat moeten we nog regelen. Mogen wij de auto meenemen?”. “Wijffie, van mij mag je instappe en so vertrekke!”. En zo rijden we om kwart voor twee al vanuit de Amsterdamse Haven richting Hengelo! Ongelofelijk… hoe voorspoedig dit is gelopen… Eigenlijk staat dit symbool voor de hele reis: die verliep super gesmeerd!

Een avontuur door West Afrika: 21.000 km door 16 landen in 7 maanden
Een onvergetelijke reis!