Spanje
20 juni – 28 juni 2009 Biarritz – Navarra - 700 km Hola Espania!
Thuis had ik al uitgedacht dat ik perse via Biarritz de grens van Spanje wilde bereiken. Toen ik daar als jonge meid met mijn ouders in de auto langs de kustlijn slingerde, was ik helemaal onder de indruk van de prachtig gekleurde hortensia’s die tegen de berghellingen groeide. Ik weet nog dat ik tegen mijn moeder zei, dat dit een plek was waarnaar ik absoluut nog een keer terug zou gaan. “Prima meisje, ga jij daar later maar eens terug…” Waarschijnlijk zei ik dat op veel loakties die ik met mijn ouders aan deed. Maar de naam BIARRITZ heb ik altijd onthouden…
En wat een fantastische badplaats! Strak blauwe lucht, tezamen met de koperen ploert vanaf vroeg in de ochtend tot 22.00 uur in de avond. Helder wit, groen, licht & donkerblauw water met een brede baan glinsters over de wijd uitgestrekte zee. Mooie stranden en leuke baaitjes, met nog niet al te veel mensen in kleurrijk badgoed. Met daaromheen prachtige koloniale gebouwen, stijlvolle winkels met dure schoenen, kleding, sieraden en chocolaterieën. En eindelijk ‘leven op straat’. Barretjes die tussen 19.00 en 24.00 uur druk bezocht worden, de BBQ’s die een heerlijke geur langs de laatste badgangers verspreiden en jonge mensen die volledig uitgedost nog een borrel drinken op de stenen muur tussen de zee en de boulevard. De mooie groene camping, het zwembad, de zee en Biarritz op loopafstand houden ons een week op dit voor ons laatste stukje Franse bodem. Poepie-bruin over ons hele lijf vertrekken we op donderdag 25 juni 2009 richting de Spaanse grens.
Viva Espania
Daar zijn we binnen een half uur. Geen grensovergang en ook geen gebouw wat nog doet herinneren aan een douanepost tussen het Franse en het Spaanse grondgebied. Ineens zijn de teksten op de borden in het Spaans. We pakken de kortste route naar San Sebastian. Waar we ook rijden, we hebben aldoor zicht op de zee, baaitjes en strandjes met badgangers, met de stad op de achtergrond. We bezoeken het oude centrum. Wat een verschil met Frankrijk. Oude mannetjes, oude dames, maar eigenlijk alle mensen zijn stijlvol gekleed, er is volop ‘leven’ op straat en toch hangt er een heerlijk relaxte sfeer in een heel authentiek en lieftallig centrum. Het staat er bekend om de Pintxos, tapas die lijken op kunstwerken en die je in twee happen op kunt eten. In elke karakteristieke & sfeervolle bar staan zeker 25 verschillende soorten Pintxos in vol ornaat op de bar. Ze zijn echt overheerlijk! Later op de middag rijden we door naar Pamplona, waar we een oud collega van Ronald zullen ontmoeten.
25 juni – 26 juni 2009 Pamplona Te gast in een op-en-top Spaans gezin!
Over-excited komen we veel te vroeg aan in een buitenwijk van Pamplona waar we een paar dagen te gast zullen zijn bij een echte Spaanse familie. En dus besluiten we nog even te gaan wandelen in het dichtst bijzijnde park. Er lopen alleen maar jonge mensen met kinderwagens: we genieten van de ‘Prenatal Parade’. Rond een uur of zeven staan we in de achtertuin van Jon, Julie, Ane (5) en Eider (3) en krijgen we een rondleiding door hun zeer moderne & hip ingerichte huis. De kinderen zijn helemaal ‘trots’ dat ze in het Engels ‘hallo’ kunnen zeggen. Blijkbaar is de serie van ‘Dora’ (die mijn neefjes en nichtjes in het Nederlands, Engels en Spaans kijken) nog niet tot Noord Spanje doorgedrongen. Na een welkomstborrel, maakt Jon rond 22.00 uur zijn specialiteit klaar: meloen met echte Spaanse ham en spaghetti met zelfgemaakte pestosaus (basilicumblaadjes worden vers uit de tuin gehaald en gemengd met pijnboompitten en Spaanse olijfolie). En eerlijk is eerlijk, hoe eenvoudig ook: het smaakt super!
We slapen in de logeerkamer. Als we rond half 9 wakker worden zijn Jon en Julie al naar hun werk en liggen de kinderen nog op 1 oor. Beneden wacht de Colombiaanse au-pair op ons, die ook vroeg in de ochtend al hele verhalen in ‘rapido Spaans’ ten gehore brengt. Hoezo, eerst ff op gang komen: ze praten allemaal zo snel en van vroeg in de ochtend tot laat in de avond. Als Esmilla de kinderen een uur later heeft aangekleed, brengt ze ons naar de bus die ons naar Pamplona vervoert.
We maken kennis met het stadje waar tussen 6 en 14 juli 2009 het legendarische festival met de stieren plaatsvindt! Zes grote ‘BULLS’ rennen als dolle dwazen door de smalle steegjes van het dorp achter een grote groep stoere mannen aan, die zo snel mogelijk en ongedeerd het eindpunt van het 825 meter lange parcours in de arena wensen te bereiken. We lopen de route en denken ons in hoe het moet zijn om door een stel opgefokte stieren te worden achtervolgd… ook Pamplona is weer sfeervol & gezellig en ook hier leven de mensen weer op straat!
Als we om 18.00 uur ‘thuis’ komen worden we direct in de auto van Jon geladen om naar een dorpsfestival te gaan. Op het grasveld rondom een parochiehuis wemelt het van de Spaanse kinderen die door een aantal volwassen begeleiders tot 22.00 uur worden vermaakt met allerlei ‘oud-Hollandse’ spelletjes. Stoelendans, zaklopen, estafettes en andere activiteiten vormen het middelpunt van het feest. Ouders juichen hun kinderen toe en drinken achter de kinderwagens met voor het festijn te kleine broertjes & zusjes een paar flinke glazen wijn. De BBQ’s worden aangestoken, maar helaas kunnen de kinderen het niet tot etenstijd uithouden (22.30 uur). Nadat de Ane & Eider thuis direct onder de douche worden gezet, gaan wij nog aan het diner. Ditmaal een vleesgerecht met een rode saus, met meloen en kersen toe: weer eenvoudig, maar weer uitermate smaakvol. We pakken de landkaart van Spanje op tafel en stippelen samen met Jon nog een mooi vervolg uit van onze reis door zijn geboorteland.Olite, de woonplaats van zijn schoonouders wordt de volgende ochtend onze eerste bestemming.
27 juni 2009 Pamplona – Olite - 127 km Bruiloft & Buurtfeest!
Aanrijden richting het centrum van Olite is een feest. De aanblik op de stadswallen en het kasteel is als een plaatje uit een prachtig sprookjesboek. In gedachten zie je het middeleeuwse leven voor je: met een echte stoere koning, een stijlvolle koningin, met ridders en lieftallige prinsessen. Binnen de stadswallen worden we getrakteerd op een moderne hedendaagse bruiloft, met de stadswallen, het kasteel, de kathedraal, de smalle steegjes en de honinggele huisjes als decor. Ik meng me geruisloos tussen de gasten, wordt enthousiast begroet en mag diverse foto’s maken van mensen die dit Event aangrijpen om met gezinnen en families op de foto te gaan. Uiteraard vertrekken we ook weer tijdig en geruisloos en staan we twee straten verder ineens tussen de leden van een dorpsband. De straten rondom het plein zijn gevuld met lange tafels, grote prullenbakken vol met bier, flessen wijn en grote warme gerechten op mega-branders. We worden uitgenodigd aan tafel voor het eten van een Paella…
Op aanraden van de VVV in Olite, gaan we niet naar de plaatselijke camping, maar rijden we door de binnenlanden naar een plaatsje vlak voor een National Park (nog net in Navarra). Geen goede keus: het is laat, we zijn moe en belanden op een camping aan de doorgaande weg. Toch maken we nog effe gebakken piepers met sperziebonen en na een goede nachtrust gaan we de volgende ochtend weer vol goede moed op pad.
28 juni 2009 Olite – Avila - 418 km Vrijgezellenfeest in the Dessert!
Als je een 4×4 auto bij je hebt, wil je ook graag off-road rijden. En daar is het in Frankrijk en Spanje nog niet echt vaak van gekomen. We zijn dus helemaal blij als we op zondagochtend vroeg een National Park in rijden, waarvan de toegang alleen voor terreinauto’s geschikt wordt geacht. Wat een dessert, wel grappig, maar niet opzienbarend. Tot we midden in een grote zandbak aankomen bij een rotspartij waar een wonderbaarlijke cactus groeit. Dichterbij gekomen, blijkt het een jonge Spaanse god, die binnenkort in het huwelijk treedt en door zijn als Cowboy, Indiaan en Mexicaan verklede vrienden wordt gedwongen voor Cactus te spelen. Hij staat op witte sokken, gehuld in een gifgroen pak met capuchon, met zijn armen in de ‘handen-hoog-of-ik-schiet’ houding, ook gehuld in groen met stekels. We besluiten even te stoppen en ik loop met een flesje Extran onder mijn T-shirt richting de cactus voor een ‘zogenaamde foto’. Meneer Cactus is zo blij met deze energy-drink, dat hij hem toch voor zijn vrienden zichtbaar juichend in de lucht houdt… en het zo toch nog tot een foto komt…
Tijd voor ontbijt. Maar helaas is er nergens een winkel open. Gaan we het Franse leven (lees: verse patisserie & brood op zondag) toch nog missen? In een branchevervaagde dorpswinkel vraag ik in mijn beste Spaans of we ergens brood kunnen krijgen. Volgens mij luidde het (lange) en beleefde antwoord, dat ons ontbijt vandaag niet door kan gaan. Ronald (nog met de reclame van de LOI talencursus in gedachten) meent dat het lange antwoord niets anders kon betekenen als: “Stomme trut, kom je nu bij mij in de winkel vragen naar eens stuk brood? Natuurlijk is er in dit geweldige dorp een brood te krijgen op zondagochtend. Ga alstublieft iemand anders lastig vallen, wil je?!”.
Eenmaal verder rijdend zien we gelukkig een oude vrouw met een stokbrood lopen. In haar kielzog loopt een oude man met twee broden, en als er twee oude mensjes lopen, volgen er nog meer. We ontdekken het spoor en zien weer een brood komende uit een onherkenbaar pand, met openstaande deur met naar beneden hangende slingers. Als ik binnenkom, sta ik midden tussen allemaal hoogbejaarden Spanjaarden die het leven van alledag met elkaar bespreken in onverstaanbaar snel Spaans. Maar goed dat er geen Panderia op de gevel staat: het is meer een kippenhok!
Maar we hebben eindelijk ons dagelijks brood, en… wij vallen niemand lastig… maar de dorpsgek houdt ons nog wel een tijdje bezig. Aan ons raam heeft ze hele verhalen: ze ziet er lachwekkend uit met haar kort gewiekte haar, dik opgemaakte gezicht, met nog slechts 1 tand in haar mond blijft ze maar praten. Zo lullig om na tien minuten nog te zeggen dat je geen Spaans spreekt of verstaat…
We rijden op advies van Jon nog door naar een plek dicht bij de stad Segovia, waar King Felipe V klein Versaille creëerde. We rennen door het paleis, omdat we het wel gezien willen hebben, maar hebben weinig aandacht voor alle vertrekken, de wandkleden, schilderijen en andere voorwerpen uit 1720. We besluiten om rond 17.00 uur toch nog weer verder te rijden en komen zeer laat aan in de prachtige stad Avila. De vergeefse zoektocht naar een camping en vijf ritjes om de complete stad maakt dat we om 20.00 uur helemaal vermoeid zijn en de auto parkeren aan de rand van het ommuurde middeleeuwse centrum. We nemen onze intrek in een door Lonely Planet aangeraden accommodatie en dat blijkt een schot in de roos. Tien passen van de stadspoort komen we in een heel schattig hotelletje, met vriendelijke bediening, met alle hallen en kamers nog helemaal in Middeleeuws karakter. Het heerlijke bed en de fantastische badkamer vallen na 5 weken kamperen goed in de smaak: hier kunnen we morgen lekker uitslapen!
29 juni – 02 juli 2009 Avila – Salamanca – Sevilla - 639 km Het (stads)leven!
We zijn in een prachtige gebied aangekomen. De meest mooie steden verschijnen boven de platte vlaktes. Authentiek, warm & sfeervol, op elke hoek van de straat een nieuw beeld te fotograferen. De fantastische architectuur van de eeuwenoude gebouwen gaan hand in hand met het hedendaagse gebruik door de moderne Spanjaarden. De sfeer is heel levendig en toch is alles heel ontspannen. We hebben overal het idee dat we welkom zijn en hebben nooit het gevoel dat we op onze spullen moeten passen. Na 22.00 uur mengen we ons tussen de plaatselijke bevolking en genieten we van het straatleven en het overheerlijke eten. Het (vakantie)leven (in de stad) is een feest!
We genieten van historisch Avila, de studentenstad Salamanca en de topper: Sevilla!
Highlights
Een onverwachte ontmoeting in het hotel in Avila met Zuid-Afrikanen, die ons uitnodigen om langs te komen in hun huis in Zuid Afrika of hun huis in Italië aan het Como-meer.
Onze culinaire tocht door Salamanca op zoek naar ‘Van Der Poel IJs’: missie na enkele uren afgelast!
Een levensgevaarlijke busrit van Dos Hermanos naar Sevilla langs alle supermarktketens van het land.
Twee heerlijke dagen aan het zwembad van de camping (nabij Sevilla), met draadloos internet, omdat je niets anders kunt doen in een omgeving waar het van 10.00 tot 22.00 uur 42 graden is.
Onze ontmoeting met een Australisch koppel die we helpen met hun voorbereiding op een aantal dagen Marokko (spontane actie: ze hebben geen kaart of reisgids bij de hand).
03 juli – 11 juli 2009 Malaga - 318 km Het was aan de Costa Del Sol…!
De hitte van de binnenlanden drijft ons eerder dan gepland van Sevilla naar de Costa del Sol, waar we mijn moeder en Claudia over enkele dagen zullen ontmoeten. Rond 14.00 uur arriveren we al in Malaga, waar we heel enthousiast op zoek gaan naar een camping (die er niet is). We rijden 30 km verder naar het oosten en zakken steeds verder (als een plumpudding) in elkaar. Hier kunnen we niet gaan staan, als Mam en Claud in Malaga in een hotel zitten: dit is te ver van elkaar! Ronald en ik spreken af om hoe dan ook bij de eerste camping te stoppen en kamp op te slaan. Morgen zien we wel verder.
We laten de auto voor de poort staan en checken in bij de balie. Als we binnenrijden zien we geen enkele kampeerplaats. Het hele terrein is volgebouwd met caravans, woonwagens of houten tuinhuisjes. Iedereen heeft over zijn of haar geheel een mega grote veranda van golfplaten gebouwd. In de patio’s die zijn ontstaan, pronken de plastic tuinstellen en staan de potten gladiolen voor de deur. Overdag hangen de witte gordijnen rondom de ‘tuinen’ dicht, om rond 20.00 uur weer open te gaan.
Rond die tijd komt er ‘leven in de brouwerij’. De mannen verzamelen zich tot een team om domino te spelen en de vrouwen groeperen zich om nagels van handen en voeten te verzorgen. Kinderen zijn gedoucht en scheuren met hun fietsjes over het hele terrein. De jongeren hebben zich opgedoft en halen hun motoren uit voor ons niet zichtbare schuren, om uit te gaan in de nabij gelegen dorpen.
Daar waar ik in de middag dacht hoe ik in vredesnaam met mijn moeder heb kunnen afspreken aan de Costa del Sol, begin ik nu de humor van deze bizarre kampeerplaats in te zien. Maar nog steeds ben ik van mening dat ik mijn moeder hier niet kan ontvangen! We slapen lekker uit en pakken de boel weer bij elkaar om terug te rijden richting Malaga.
Torremolinos of all places!
We rijden Malaga voorbij richting het westen en gaan ons geluk beproeven in Torremolinos. Die plaats ligt bij mij niet echt lekker in het hoofd, maar wel lekker dicht bij het vliegveld (4 km) en lekker dicht bij Malaga (13 km). We rijden het centrum van de goede kant in. Mooie boulevards, prachtige palmbomen, gezellige winkeltjes. Hier kunnen Mam en Claud wel een paar dagen toeven. We rijden pal tegen de tourist-information aan en kunnen wonder boven wonder voor de deur parkeren (de rest van de rotonde en parkeerplaatsen staan bomvol: er wordt zelfs dubbel geparkeerd). Voor het eerst in vijf weken worden we geholpen door een uiterst spraakzame en behulpzame balie-medewerkster.
Niet lang daarna lopen wij met plattegrond, pen en papier langs alle door haar aanbevolen hotels. Na drie hotels van binnen en van buiten te hebben gezien, hebben wij een hele ‘rating-list’ geformeerd en gaat het waarderen van de overige hotels als een speer. Aangezien we elke 15 minuten een nieuw vliegtuig binnen zien komen en al veel hotels helemaal volgeboekt zijn, besluiten wij zonder overleg een reservering voor Mam, Claud en Floris te plaatsen. Nu we nog met de auto kunnen rijden (daktent en luifel staan nog niet uit), maken we gelijk van de gelegenheid gebruik om de omgeving goed te verkennen. We belanden op camping Torremolinos: een vierkant perceel, met kleine grindplaatsen, met plastic afdakjes tegen de zon: maar wel heel schoon sanitair en dat alles voor de bargain-price of 26 euro (de duurste camping so far). Achter de receptie zit een ‘zeerover die boos is op de hele wereld’ en een dusdanige uitstraling heeft, dat zelfs ik niet meer dan twee vragen durf te stellen.
In de avond lopen we via het strand, richting Torremolinos centrum. Eens kijken hoe ver het is richting het hotel dat we voor mijn familie hebben geboekt: 45 minuten, dat is een goede work-out voor de ochtenden en de avonden voor de komende vier dagen. We besluiten om nog even goed uit te rusten voordat ons bezoek arriveert. En dus liggen we drie dagen aan het strand en gebruiken we de eerste avond om ons te oriënteren op het vliegveld, de tweede avond om rond te kijken in Malaga en de derde avond om de familie te begroeten en naar het hotel te begeleiden. Een paar enerverende en gezellige dagen volgen…
Wat een heerlijk weerzien op het vliegveld van Malaga. Middels een bordje “Claud & Co” en een paar pakjes appelsientje heten wij onze gasten van harte welkom aan de Costa del Sol. We nemen een taxi die ons in 20 minuten naar het hotel brengt. Een supermooie kamer is gereed gemaakt; zelfs voor de kleine vent zijn alle benodigde voorbereidingen getroffen. Het balkon geeft uitzicht op twee zwembaden waar we de eerste ochtend heerlijk bijkletsen. Floris (3) is helemaal blij dat hij mee is op vakantie. Met een waterpistool en een grote Shovel (graafauto) heb je geen kind aan deze jongste telg.
Naast veel kleding en accessoires komen er veel cadeautjes voor ons uit de koffer. Zakken drop, een paar pakken koekjes, nieuwe tijdschriften, een tekentang en een gifzuiger. Ik druk mijn moeder en zus alvast op het hart dat ik nog meer spullen van ze zal stelen als ze over drie dagen weer weg gaan!
We genieten aan het zwembad, aan het strand, struinen over de boulevard, gaan heerlijk uit eten en doen inkopen voor familie en vrienden. Mam, Claud & Floris bezoeken ons op de camping (welke wij troosteloos vinden), waar zij uitgebreid plaats nemen in ons zitje en alles eens goed bekijken. Ze pakken het krantje, vragen ons wat te drinken en te eten: en wij dachten nog wel binnen 15 minuten weer op pad te zijn! Floris vermaakt zich uitstekend met het doen van de afwas, de was en het poetsen van de auto. De daktent is zijn grote favoriet!
Op verzoek van Claudia brengen we op een van de dagen een bezoek aan Alhambra in Granada (omdat ze daar vroeger op school ooit een werkstuk over heeft geschreven). En dus zitten Ronald en ik om 08.00 uur al in de trein naar het vliegveld, waar we een auto hebben gehuurd. Om 09.30 uur staan we voor de deur van het hotel om the Royal Family in te laden. Heel relaxt rijden we richting Granada, want onze gereserveerde kaarten staan ons pas toe om na 14.00 uur het park te betreden. Het rode paleis, het meest briljante islamitische gebouw in Europa en Unesco Wereld Erfgoed, is het bezoeken meer dan waard. Wat een pracht en praal! We dromen nog wat na in de paleistuinen, waar we plots in de gaten krijgen dat Floris de tuinen aan het verbouwen is. Onder een grote dennenboom heeft hij een mooie plek gevonden om met zijn zeven auto’s in het zand te spelen. Tijd dus om te verkassen en plaats te nemen in de toeristenbus die ons door Grananda vervoert. Eenmaal op de terugreis vindt Claud het nog leuk om even uit te puffen aan het strand Het is al 20.00 uur en we zijn nog zeker een uur verwijderd van Torremolinos. Maar dat weerhoudt er haar niet van om alle handdoeken en dekens uit de auto te halen, op het strand te gaan liggen en Floris zijn auto’s te geven. En zo hebben wij nog ongeveerd twee uur gepicknickt met alle spullen die wij nog in de auto hadden. Een erg calorierijke maaltijd (met vette borrelworst, koekjes, chips en onze laatste nootjes), maar een leuke afsluiter van een bijzondere dag!
Afscheid nemen is altijd jammer, maar wat hebben we het leuk gehad. Een paar super-dagen!
Op zaterdag 11 juli 2009 om half 7 staan we weer met de auto voor het hotel om alle overvolle koffers en mijn familie naar het vliegveld van Malaga te brengen. Floris met de fluf in zijn mond bovenop alle bagage. Na drie dikke natte kussen rent hij achter Mam en Claud aan door de gate: de rust is wedergekeerd! We hangen nog een dag rond de auto, ruimen alles op en maken alles schoon, doen nog een flinke was en hangen nog lekker even achter internet. Tussen 16.00 en 20.00 uur nemen we nog effe afscheid van ons eigen strandje die gevuld is met Spanjaarden. Zijn we hier acht dagen en acht nachten geweest… in Torremolinos… of all places!!!
12 juli – 17 juli 2009 Estepona – La Linea – Gibraltar - 185 km Great View!
We verlaten Torremolinos en rijden langs de kust door naar Fuengirola, Marbella en belanden in Estopona. We hebben pas 115 km gereden, maar het was een leuke en gezellige route langs de kust. De vrouw van de Tourist-information vertelt ons dat dit de mooiste kustplaats is aan de Costa del Sol. Met een oude en authentieke binnenstad, een prachtige boulevard en mooie, rustige stranden. Het is inderdaad een tegenpool van de ‘kermis’ die je in Torremolinos treft! We volgen haar tip en rijden vanuit Esteponia een bergrit van 15 km naar een National Park. Het is een prachtige route door een naaldbos met rotsen en smalle rood/bruine zandpaden. Eenmaal bovengekomen hebben we een fantastisch uitzicht! De hele kustlijn van Malaga, Torremolinos, Fuengirola, Marbella, Esteponia tot aan Gibraltar zijn met het blote oog goed te zien. Zelfs Marokko prijkt al aan de overkant. En rustig is het… geen toerist of gaan Spanjaard (die op zondag komen picknicken) te bekennen. En dus pakken we een stel boeken en vermaken wij ons een hele middag op een stenen arena, met dit geweldige decor op de achtergrond. We gaan alleen nog naar de auto om wat te eten, maar zodra het begint te schemeren keren we met hoofdlampjes terug naar ‘onze plek’ om alles nog eens in het donker te bekijken. Wat een lichtjes! Rond middernacht vouwen we de daktent uit om sinds tijden weer eens te genieten van de rust op een ‘wilde kampeerplek’.
We worden wakker van de reetjes rondom onze ‘hut’, gezellig grazend en op zoek naar resten voedsel, die wij niet hebben laten slingeren. We breken op en rijden terug naar Estepona, waar we een ochtend blijven zitten op het terras van een strandtent. Ik leer het al aardig: ‘niks doen’. Maar ook ‘niets doen’ moet bij mij een doel hebben en aangezien ik goed uitgerust ben, besluit ik om kaartjes te gaan schrijven. Mijn grote hobby, maar ik doe het nu vooral omdat ik een aantal mensen beloofd heb regelmatig wat van me te laten horen en een ‘spoor’ te zullen achterlaten.
In de middag rijden we door naar La Linea de Concepcion: de toegangspoort tot Gibraltar (UK). Wat een grensplaats: kaal & ongezellig, ongeorganiseerd, verpauperd, woonwagenkampen, rommel op straat en bijna iedereen heeft een compleet been, arm of rug laten tatoeëren. Ook de camping oogt bij binnenkomst somber: saaie stenen parkeerplaats met afvalcontainers, een grote witte poort en we rijden binnen langs twee kale witte gebouwen aan weerszijde. De camping is klein, maar heeft wel mooie grote plaatsen met veel groen: we zijn zeer tevreden met onze plek! We nemen ons voor om deze standplaats alleen te houden als uitvalsbasis naar Gibraltar, welke we in twee dagen zullen bezoeken.
Gibraltar – Een stukje UK in het zuiden van Spanje
We laten de auto op de camping staan, lopen in 20 minuten langs de kust naar de bus en rijden in 20 minuten naar de grens. Goed dat wij onze auto niet hebben meegenomen: er staat een rij van hier tot Tokio. Veel Spanjaarden werken in Gibraltar en steken elke dag de grens weer over…
Lopend binnen gaan is geen enkel probleem: twee keer je identiteitskaart hoog houden en flink doorwandelen tussen de menigte. Maar wat ontzettend grappig. Direct na de laatste controlepost kom je uit op een brede straat: hordes auto’s, motoren, scooters, fietsen en wandelaars gaan in vier banen heen en terug van en naar de stad. Direct links kun je het vliegveld op, welke maar uit een klein halletje bestaat. Departures en Arrivals gaan zo goed als door dezelfde deur en een paar toiletten en twee tax-free winkeltjes geven het geheel de uitstraling van een Airport. Na nog geen paar honderd meter lopen is de kans groot dat je moet stoppen voor een ‘overgang’: vliegtuigen stijgen op en vliegtuigen landen: “U steekt nu de landingsbaan over, dus stap flink door!” Eenmaal deze aparte oversteek gemaakt waan je jezelf in ‘The UK’. Rode postbussen, rode telefooncellen, rode dubbeldekkers, engelse ‘traffic-signs’ en politie in ‘UK-klederdracht’ regeren het straatbeeld. Alles is geciviliseerd, well-organized en we moeten afrekenen in (Gibraltar) Ponden.
We winkelen in Mainstreet en komen tot de ontdekking dat de ‘cable-car’ vandaag is afgesloten vanwege onderhoudswerkzaamheden. En dus stappen we bij Adrian in de mini-van om samen met hem en een stel Engelsen de tour op de rots te maken. Wederom geweldig uitzicht langs de hele kustlijn, met Algeciras binnen handbereik (waar we straks oversteken, Tarifa (surfparadijs) om de bocht en Marokko aan de overkant. We bezoeken nog de bekende grotten en de Sieg-tunnels en nemen afscheid van Adrian: een knappe, charmante Tourgide van 35 jaar: eerlijk en authentiek, gastvrij en beleefd, niet alleen tegen ons, maar ook tegen andere toeristen, praktisch met oog voor mooie momenten en bovendien lekker relaxt. Hij heeft ons in fantastisch engels van alles verteld over Gibraltar en het leven op dit stukje engels grondgebied!
De volgende dat besluiten we een dagje rust te nemen rondom de auto. We hebben weer een hele ‘was’ verzameld: beddengoed, kleding en handdoeken. We maken even een rondje om de auto, maar alles is OK. En dus gaan we lekker naar het strand, waar we slechts tussen Spanjaarden genieten van de zon. ’s Avonds geniet ik van draadloos internet op het camping terras!
We doen nog een dagje Gibraltar! Nog voor we de grens oversteken ontmoeten we twee Duitse meisjes die geen idee hebben wat ze willen bezoeken in the UK. Sterker nog: ze weten helemaal niet welke kant ze uit moeten lopen om er te komen. En dus lopen wij met ze mee en bel ik Adrian, die de dames bij het eerste tankstation oppikt. Zo… die zijn onder zeil! Nu zelf nog op zoek naar de vriend van Adrian die net een nieuwe catamaran heeft gekocht en ons meeneemt op dolfijnenjacht. Heerlijk om mijn lievelingsdieren weer een keer te spotten. We zijn nog geen paar stappen in het havengebied en we komen Frank al tegen! Wij zijn tot op heden zijn enige gasten, maar ‘he loves to take us to the Dophins!’. We blijven nog twee uurtjes in de haven hangen en gaan vervolgens twee uur ‘on tour’: weer een nieuw intermezzo: Gibraltar vanaf het water. Ik maak kennis met een vrouw van rond de zeventig, geboren op Gibralter, jaren verbleven in Australië, momenteel woonachtig in the UK en nu op bezoek bij haar familie. Tja… dan hoor je weer eens een andere ‘tourguide’ spreken. Vlak voor we de boot afgaan, spreek ik uitbreid met twee Noorse stellen van rond de 60 jaar oud. Ze willen om half vier nog naar boven en dus bel ik Adrian weer om de volgende vier gasten op te komen halen uit de haven. Zelf blijven we hangen bij de Mexicaan: heerlijk om weer een keer een drie gangenmaaltijd met vlees te eten! Als we terug gaan van de grens naar de camping, ontmoeten we een engels meisje die in La Linea woont, zij vertelt ons in 20 minuten over de historie van het dorp en de feesten die er vanaf dit weekend staan aan te komen. Als haar verhaal waar is, dan leven de dorpelingen de komende veertien dagen op het strand om niets anders te doen, dan te feesten. Als we langs de kust terug lopen naar de camping zien we inderdaad allemaal tenten en party-tentjes staan met daaromheen hordes mensen van jong tot oud.Rond 22.00 uur is het nog 32 graden. Niet iedereen blijft op het strand. We zien complete families met tuinstellen, parasols, BBQ’s en koelboxen van het strand komen. Wat een geweldig tafereel. Op de camping aangekomen drinken we nog een borrel op het terras. Weer een leuke relaxte dag!
En toch weer vier dagen en vier nachten verbleven op een plek die wij bij aankomst zo snel mogelijk wilde verlaten. Zo zie je… de eerste indruk is niet altijd de juiste. De camping is groen, super schoon en wordt gerund door een paar gezonde mensen en verder alleen verstandelijk gehandicapten. Wat wordt er hard gewerkt…aan de tuinen, de stuiken, het vegen van de straten & perken…
Wat loopt het allemaal voorspoedig en voor ons klanten eigenlijk ‘geruisloos’. We staan hier geweldig, lekker rustig en met draadloos internet voor maar 13 euro per nacht: in het hoogseizoen!
Highlights
Een middag en een avond bivakkeren op een camping dat meer lijkt op een woonwagenkamp, met een pluimage aan oude opa’s, oma’s, oude & jonge mannen en vrouwen, teenagers, kinderen en baby’s, die op elkaar’s veranda’s druk praten en spelletjes spelen tot diep in de nacht.
Een verblijf aan de Costa del Sol voor maar liefst 8 dagen en 8 nachten (en nog wel in Torremolinos)!
Een fantastisch weerzien met Mam, Claudia en Floris (3): “Nici in de daktent nie in de Nederland…”
Een bezoek aan Alhambra in Granada, waar Floris de tuinen van het prachtige paleis omtovert in een zandbak voor zijn auto’s (lees: waar Floris aan het oefenen is voor tuinman en zijn bijdrage levert).
De verkleedpartijen van mijn moeder, die elke dag in 3 nieuwe outfits verschijnt en ons blij maakt met nieuwe zakken drop, pakken koekjes en recente tijdschriften.
Floris die dagelijks zijn voorkeur uitspreekt voor ‘de grote zandbak’ (lees: zee en strand) in plaats van het zwembad van het hotel. Zijn enthousiaste bijdrage van ’s morgens 08.00 tot s’ avonds 23.00 uur.
Een bergrit van 15 km van Estepona tot de top, waar wij in de middag uitzicht hadden van Malaga, Torremolinos, Fuengirola, Marbella, Estepona, tot aan Gibraltar, met aan de overkant de contouren van Marokko. Hetzelfde zicht bij nacht en de wild-camping-place at the top, waar de berggeitjes ons in de morgen wakker maakten.
Onze eerste kennismaking met het grensdorpje La Linea de la Concepcion, de poort tot Gibraltar (UK): een ongeorganiseerde op het eerste gezicht onveilige bende, waar we toch 4 nachten zijn blijven slapen, op een camping die zeer goed verzorgd en schoon is, wireless internet heeft voor 13 euro per nacht (en gerund wordt door geestelijk minder valide mensen).
Ons bezoek aan Gibraltar: een bizar stukje UK aan de zuidkust van Spanje. Waar we de grens te voet oversteken en lopend over de runway van het vliegveld het binnenstadje bereiken. Civilized, organized, clean, typical British met rode telefooncellen, rode postbussen, engelse traffic-signs & rode dubbeldekkers.
Mijn eerste werkdag als tour-agent: tijdens ons tweede bezoek aan Gibraltar breng ik onze gids van twee dagen eerder direct bij binnenkomst van Gibraltar al twee Duitse klanten en niet lang daarna vier Noorse klanten aan. In ruil daarvoor krijgen wij korting op onze Dolphin-tour.
In mijn nieuwe witte jurk word ik aanbeden door de oude mannetjes van La Linea, die mij ten huwelijk vragen (I allready look like a bride).
Onze voettocht van het dorp tot de camping langs het strand, waar het om 22.00 uur nog 32 graden is en waar we de Spanjaarden op dat moment pas van het strand zien komen met complete tuinsets, parasols, BBQ’s en koelboxen.
18 juli – 21 juli 2009 Puerto de Santa Maria – Jerez de la Frontera – 143 km Buenos Noches!
Het is hier mooi dooi ! (citaat uit Twente). Het is hier heet, bloedje-heet! Onder de 38 graden komt het niet en overdag slaat de thermometer bijna dagelijks door naar 45 graden. Er staat een fikse wind in de steden rondom de straat van Gibraltar. Luifel en tent moeten stevig worden vastgezet, maar ook het hoofd en lijf krijgen flink wat rukwinden te verduren. Een erg vermoeiende omgeving om in te zijn. Maar het dwingt ons om na weken toch het Spaanse tempo en het Spaanse levensritme aan te houden. En dus staan we vroeg op, doen we tot 14.00 uur leuke dingen en zoeken we vervolgens onze rust tot zeker 18.00 uur. Pas dan gaan de winkels weer open en komen de Spanjaarden weer op straat. We happen een paar Tapas en wachten met het stillen van onze ‘honger’ tot een uur of tien. Want dan zitten de terrasjes pas vol met ‘eigen volk’. Sfeervol & gezellig! Het wordt onze laatste ‘stuiptrekking’ in Zuid Europa, want binnenkort gaan we over naar Marokko. En dus besluiten we om nog een paar echte Spaanse events (tradities) te gaan bezoeken.
Op zaterdag 18 juli 2009 is Ronald jarig. We worden wakker in La Linea en zijn daar helemaal klaar. Ronald’s verjaardag wordt een reisdag! Ik wist dat ik in het buitenland geen geschikt cadeau voor hem zou kunnen vinden, maar ook in Nederland kon ik niks bedenken waar we tijdens de reis wat aan zouden kunnen hebben. Alles was al klaargezet en ingepakt. En dus leek het mij wel leuk om op zijn verjaardag wat te gaan doen (theater) in het land waar wij op dat moment zouden verblijven.
Rond 13.00 uur komen we aan in Jerez de la Frontera, waar we het hele stadje rondrijden op zoek naar de Tourist-information. Want dat hebben we inmiddels geleerd: campings staan nooit goed aangegeven en als je op eigen houtje op zoek gaat, kan dat je uren bezig houden. Het is een prachtige sightseeing en goed getimed, want eenmaal op de camping aangekomen, kunnen we alleen nog gebruik maken van het openbaar vervoer of van onze eigen benenwagen.
De man van de VVV is uiterst behulpzaam. Er is een mooie camping in Puerto Santa Maria, 15 km van Jerez, met zwembad en vlak bij het strand. En ja… precies in die stad is op de 19e (de volgende avond) een ‘Bullfight’. Ik krijg het nummer van de ‘Plaza del Toro’ om een mooie plaats te reserveren.
Maar goed… altijd jammer om iets cadeau te geven, wat pas later in de week gaat plaatsvinden en dus informeer ik nog naar een echt goede ‘Flamingo-uitvoering’, die nog vandaag ten tonele zal worden gebracht. Ik krijg wederom een adres en nummer van een karakteristieke Taverna. Eerst maar eens naar de camping in P. Santa! Het is een grote camping, goed georganiseerd, met fietsgidsen in bedrijfskleding en wij krijgen een fantastische plek op een hoog plateau. Zo kunnen we wel een middag met ‘de rug tegen de caravan’ zitten. Goedkoop vermaak: er is veel vertier om ons heen. Maar… ook wij zijn een bezienswaardigheid. Er komt zelfs een moment waarop we mensen een nummertje moeten laten trekken om ze op volgorde te woord te kunnen staan: heel grappig!
In de avond gaan we met de bus en de trein terug naar Jerez de la Frontera. Ik heb een goed restaurant uitgezocht waar we inderdaad echt Spaans en subliem kunnen eten. Daarna lopen we in het donker door een groot openluchtmuseum richting de Taverna. Prachtige panden, bijna allemaal verlicht, mooie straten met lanen van sinasappelbomen, gezellige terrasjes gevuld met Spanjaarden. Maar we kunnen niet lummelen: we moeten doorstappen richting de Flamingo-dance! Omdat we niet op tijd dreigen te komen, houden we een taxi-chauffeur aan. Voor slechts 3 euro zet hij ons ‘just in time’ af en nemen wij plaats aan onze gereserveerde tafel op rij nr 1. Eindelijk getuige van een echte Flamingo-uitvoering!
Om 02.00 uur ’s nachts wemelt het nog van de mensen op straat, maar bussen en treinen rijden niet meer. Blijkbaar moeten de chauffeurs ook deelnemen aan het Spaanse nachtleven en dus bellen wij onze chauffeur Juan weer om ons naar de camping te brengen. Een erg leuk intermezzo, want omdat wij ons inmiddels kunnen uitdrukken in het Spaans krijgen wij weer veel ‘inside-information’.
De volgende dag willen wij weer wat bijkleuren aan het strand, maar ongelofelijk wat een windstorm. Er waait zoveel zand om ons heen, dat wanneer we opstaan van het badlaken, ons volledige lijf nog zichtbaar is. De rest van het laken is niet meer te herkennen en moeten we uitgraven. Nadat onze complete lijven vier keer gezandstraald zijn en onze ogen ook voor de derde keer aan de beurt zijn geweest, houden we het voor gezien. We strijken neer op het grasveld van het zwembad, dat nog geen half uur later zijn poorten sluit voor de Siësta. Lang leve Zuid Spanje.
Maar we kunnen mooi even bijslapen, want vanavond gaan we naar de Bullfight. Om half 7 haal ik onze gereserveerde kaarten op: plaatsen in de schaduw, op de 3e (veel ruimer dan de 1e en 2e) rij voor 44 euro per stuk. Een kwartier later zitten we in het locale café tegenover de Plaza del Toro en kunnen we de geschiedenis van de Bullfighters in Puerto Santa via vele foto’s bekijken. Mannen en vrouwen (95% lokaal volk) zijn volledig opgedoft en drinken druk discussiërend allemaal nog even een koud drankje. Om 19.45 uur kopen wij nog snel ff twee kussentjes, twee flesjes water en wat nootjes om te knabbelen. Het gevecht kan beginnen…
Pff… mijn maag draait om!!! Een stier van 450 kilo komt de arena in en wordt door 3 teams van twee personen (in prachtige strakke pakjes) uitgedaagd om van de ene naar de andere kant van de ring te rennen. Kort daarna komen er twee volledig met harnas beschermde paarden binnen lopen. Een van de ruiters verwondt de stier flink in zijn nek. Wat een bloederige bedoeling! De teams blijven de stier uitdagen om hem flink uit te putten. Van elk team mag een persoon twee versierde speren in de rug van de stier steken. En zo gaat de stier volledig opgeschmuckt zijn slachting tegemoet. De matador, de held van het gevecht, gaat nu aan de slag om het volk te vermaken met een dans zo dicht mogelijk rondom te stier. De toeschouwers gaan volledig in het gevecht op. De mannen geven vanuit hun plek commentaar en roepen allerlei adviezen richting de matador. De vrouwen knabbelen aan hun zojuist gekochte nootjes en kletsen vooral met elkaar. Ik ben er echt nog niet uit of ik dit wel leuk vind!
Nog geen 15 minuten nadat het eerste gevecht is begonnen, wordt de eerste matador al op de horens van de stier genomen. In mijn hart had ik stiekem al op zo’n tafereel gehoopt, maar als het dan toch zo ver komt, stokt je adem. Het is net of je getuige bent van een heftig ongeluk, waarbij het nog maar de vraag is of de betrokken persoon het zal overleven. De matador beweegt niet meer en blijft stil op de grond liggen, waarna de overige vijf stierenvechters in paniek om de stier heen rennen om zijn aandacht af te leiden van zijn prooi. Wat een moment….
Zo weet de stier in ronde nummer twee het paard van zijn benen te krijgen. Helemaal gefocust rent de stier nog diverse keren op het liggende paard in, wel of geen stierenvechters die hem in alle toonaarden proberen af te leiden. Volledig gehuld in zijn harnas komt het paard met hulp van zeker tien mensen haast niet meer overeind. Pff… opnieuw draait mijn maag om!
In totaal zijn we zes keer getuige van een rituele slachting, want nadat de matador zijn show met de stier heeft vervuld, mag hij een aantal pogingen wagen om een lans van een halve meter in 1 keer in de rug van de stier te drukken. Dat is in totaal twee keer gelukt, in alle andere gevallen duurde dat vier tot zes keer. Tenslotte wordt er een kort mes boven in het hoofd van de stier gestoken, maar ook dat moest soms tot zeven keer toe worden herhaald, voordat de stier echt dood was. Tenslotte wordt de stier afgesleept door paard en wagen. Mmm… deed mij denken aan de films die wij zien met beelden uit de Middeleeuwen, waarbij mensen elkaar in een arena met bijlen om zeep helpen, onder toeziend oog van honderden mensen. Of een paar mensen die voor het oog van een groot publiek in de arena worden gegooid waar vervolgens twee leeuwen op los worden gelaten. Wat verschaft mij de eer om als levend wezen in de tribune te mogen zitten om te zien hoe meedogenloos een ander levend wezen door ‘mijn eigen soort’ wordt afgeslacht…
De volgende ochtend moet het stierengevecht echt nog even zakken! We hangen wat rond op de camping en gaan rond 18.00 uur lopend naar de trein om nog een keer terug te gaan naar
Jerez. We volgen de stadswandeling: ook bij daglicht is Jerez de la Frontera een leuke stad. We strijken neer op een aantal terrasjes dat vol zit met Spanjaarden die een grote hoeveelheid herrie produceren. Het is een druk volkje! Rond 21.00 uur komen we aan op een hele mooie driesprong met prachtig verlichte panden en mooie groene bomen. Op dit terras heb ik -de eerste avond op weg naar de Flamingo-dans- veel hippe Spanjaarden zien dineren. En dus pakken ook wij de kaart. Tja… wat moet je dan kiezen? Omdat alle voorgerechten slechts 2 of 2,5 euro kosten, besluiten we om alles van de kaart te bestellen. De ober lacht, knikt vriendelijk en begint onmiddellijk te serveren. En ja… er lijkt geen einde aan te komen. Daar waar wij dachten dat een gerecht van 2 euro ook in twee happen op zou zijn (zoals in San Sebastian), kunnen we van elk gerecht toch goed eten samen. Als na dik anderhalf uur alle schaaltjes leeg zijn, komt de ober nogmaals lachend langs: NO MAS…???
Nee dank u wel… NO MAS… het was meer dan voldoende…. en overheerlijk!
21 juli – 23 juli 2009 Jerez de la Frontera – Tarifa - 162 km Te gast in Surfers-Paradise!
We hebben alles in de omgeving gezien: het is tijd om weer te vertrekken. We kunnen rustig opbreken want voor we Puerto Santa Maria echt verlaten willen we om 10.30 uur de OSBORNE BODEGA nog bezoeken. De laatste dagen is het wel Ronald’s feestje: een flamingo-dans, een stierengevecht en nou weer de hele ochtend drank proeven! Maar… ik moet eerlijk zeggen… het was meer dan de moeite waard. Naast het zien van de fantastische, stijlvolle Bodega en het proeven van de drank, ontmoeten we ook een Pools gezin uit Moskou dat zeer goed Engels spreekt. De stoere Pool is ook een echte doorgewinterde drankliefhebber en Ronald en hij hebben elkaar dan ook snel gevonden. Samen verbazen ze de Spaanse Osborne Gids, die ons nog steeds ziet zitten als zij haar tweede tour al bijna heeft afgesloten. We krijgen allemaal (ook de Poolse vrouw, de zoon en ikzelf: de niet-drinkers in het gezelschap) een fles sherry mee, waar de mannen zichtbaar blij mee zijn. Mij is ook wel duidelijk dat ik de komende middag zal rijden!
Ons plan was om nog naar Cadiz te gaan, maar eigenlijk zijn we wel een beetje ‘stenen-moe’. We besluiten om langs de kust richting Tarifa te rijden om daar nog een paar dagen strand mee te pikken. Maar onderweg verander ik van gedachten: Cadiz is de oudste stad van Europa en Christoffel Colombus is vanuit deze havenplaats meerdere wereldreizen gestart. Deze stad kunnen we toch niet overslaan: het is nog geen 10 km van waar we vandaan komen. Ronald ziet dat eigenlijk niet meer zitten en het compromis wordt, dat we er zelf met de auto doorheen rijden (Private Sightseeing Tour).
Daarna pakken we de kustroute naar Tarifa, maar wat is het warm! We hebben allebei het raam wagenwijd openstaan en het is alsof we uren in een oven worden gestoofd. Omdat de alcohol versneld is verdampt, kan Ronald het stuur overnemen, zodat ik in ‘coma-stand’ op de bijrijderstoel kan plaatsnemen. We kunnen onze draai niet vinden… de route is saai en de campings die we aan doen zien er niet uit. We rijden tot 19.00 uur door en belanden dan op een uitstekende camping. Tenminste een fijn terras en internetacces. We besluiten de boel op te zetten en morgen verder te zien!
We staan helemaal in de schaduw en dus kunnen we eindelijk een keer uitslapen tot 11.00 uur. We starten rustig op met een ontbijt, maken de auto van voor tot achter weer netjes, doen een grote afwas en daarna een grote was. Heerlijk: weer een wasmachine en dus schoon beddengoed (bruin van onze huid met kilo’s zand van het strand), schone handdoeken, schoon ondergoed en eindelijk schone shirts (die ik met de hand niet meer proper kreeg!). Ook van de vaatdoek en de theedoek kon je soep koken. Die wapperen ook weer schoon in de wind. We lezen de krant op internet, pakken weer eens wat tijdschriften. Wat een verademing om in dunne jurkjes te kunnen lopen en het toch lekker warm en heerlijk koel te hebben. Dit is het ideale weer! Aan het einde van de dag lopen we nog ff naar het strand, zo’n 800 m van de camping. Surfers Paradise: gegarandeerd wind! Het strand en het water wordt opgevrolijkt door het kleurrijke materiaal van de kite-surfers: het zijn er zeker honderd! Maar ook de windsurfers zijn in grote getale aanwezig: met zeilen tussen de 5.4 en de 4.7 crossen zij over het water: wat een fantastisch gezicht. Het is jaren geleden dat ik zoveel surfers op een plek heb gezien! Met op het water de bloedfanatieke sporters, op het strand de diverse surf(materialen)stands en de luierende surfers op de sfeervolle terrasjes (met vierkante houten veranda’s met kussens, stretchers, parasols en picknicktafels), waan ik mij weer in de jaren tachtig….
Muchos Gracias Espania!
Spanje gaf me een behoorlijke zelfvertrouwenboost. De afgelopen 15 jaar droeg ik tijdens mijn verre reizen vaak van top tot teen outdoorkleding. Mijn hele lichaam goed verstopt achter flink wat tricot en katoen. In Frankrijk, maar vooral in Spanje heb ik mijn boots verruild voor elegante leren teenslippers, mijn afritsbare broek voor korte rokjes en mijn blouses met lange mouwen voor mouwloze topjes. Ik draag zelfs een witte jurk met spaghetti-bandjes: wat een doorbraak! Thuis had ik nog een mooie donkerpaarse bikini gekocht, met een hoog broekje, een beschaafd maar toch bloot bovenstukje en een bijpassend wikkelrokje.
Daarmee liep ik zelfs op de camping! Als klap op de vuurpijl kreeg ik van Ronald nog een knalroze bikini met een tangaslip. Die kon ik, eigenlijk overal maar zeker in Tarifa, uitstekend dragen. Resultaat: mijn hele lichaam is egaal chocolaatjes bruin en ik voel me nog beter over mijn verschijning. Hier in Spanje loopt iedereen in bikini: of je nu maat 34 of maat 54 hebt en of je nu een B-cup of een F-cup draagt. Het is allemaal prima… en waarom eigenlijk ook niet?
Ik heb genoten van het strand bij Tarifa. Want na op mijn 17e, 18e en 19e regelmatig aan de kant van het water naar surfwedstrijden en World Cups te hebben gekeken, was het een genot om weer zoveel zeiltjes op het water te zien. Eerst lekker rustig liggen en het rijk alleen voor de zwemmers en om 15.00 uur gaat de knop om en waait het binnen tien minuten 21 knopen. Het stadje Tarifa is sfeervol en gezellig. Helemaal in het wit gehuld, haar schoonheden verborgen in de nauwe straatjes die ’s avonds helemaal tot leven komen. Iedereen eet, praat en danst op straat. Eigenlijk hebben we hier dagen lang niets anders gedaan dan geluierd bij de auto, ge-internet op het terras van de camping, bijgebruind op het strand, ijs gegeten in een lounch-surf-bar, genoten van alle fanatieke watersporters en meegedaan aan het fantastische nachtleven in dit zuidelijkste puntje van Spanje. En waar we ook zaten: we hadden aldoor zicht op Marokko! Morgen is het zover, dan gaan we over van Algeciras naar Ceuta.
Africa, here we come!
Artikelen (RSS)