Marokko (deel 1)

29 juni – 30 juni 2009 Tarifa – Chefchaouen - 141 km Appeltje/Eitje!
Vandaag gaan we over van Spanje naar Marokko. Altijd een moment om even goed op te letten: het verlaten van het ene land, de boardercross en het binnenkomen van het andere land. Het is zo’n moment waarop je alle juiste papieren (veilig) bij de hand moet hebben, nog net wat euro’s op zak moet hebben om aan de grens nog wat te kunnen betalen, maar ook goed moet weten wat je na de grensovergang wilt inwisselen (tegen welke koers) voor de nieuwe valuta. Bovendien word je voor en na de grensposten vaak overdonderd door overbehulpzame lokalen, die graag wat aan je willen verdienen. Hoe beter je weet waar je moet zijn (welke loketjes & welke stempels), hoe alles werkt (witte papiertjes/groene papiertjes), wat je moet betalen (en in welke valuta) en hoe je naar je volgende bestemming komt, hoe zelfverzekerder je overkomt en hoe minder je deze dag als ‘lastig’ zult ervaren. Eigenlijk verheug ik me altijd op deze dag. Het geregel & georganiseer en het contact met alle lokalen mensen is helemaal ‘mijn ding’. Ik vind het heerlijk om daarin zelf ‘een koers’ te bepalen en ‘te dansen’ met hetgeen we voor de voeten krijgen.

Voor deze dag zijn we eigenlijk alleen maar gewaarschuwd. Algeciras (Spanje) zou een criminele stad zijn, met veel ‘hussel’ in de haven. En varen op Tanger (Marokko) was al helemaal geen goed idee. Ook een te drukke haven, te veel mensen en direct gedonder aan de Marokkaanse grens. Een goed alternatief was varen op Ceuta, want dan kwam je wel uit aan de overkant, maar in een Spaanse enclave. Echter die tocht kon alleen vanuit het verschrikkelijke Algeciras. Alle adviezen in ogenschouw nemende besloten wij (op een bewolkte dag) de bus te nemen van Tarifa naar Algeciras, om de haven van deze stad vast te voet te verkennen.

In nog geen 20 minuten bereikten wij Algeciras en ook gelijk het grote busstation. Deze lag op nog geen vijf minuten loopafstand van de haven, vanuit waar de boten elk uur naar Ceuta en Tanger varen. En tot onze grote verbazing konden we het haventerrein ook nog eens zonder problemen oplopen (zonder het tonen van een identiteitkaart of een ticket voor de boot)! Een bijzonder goede bewegwijzering geeft overduidelijk aan hoe je met de auto over het terrein moet slingeren om bij het juiste loket en bij het juiste laaddock moet komen. We lopen de verkorte route en lopen langs de auto’s naar de binnenkomende schepen. Het lossen en laden is een uurtje goedkoop vermaak. Als we teruglopen omdat we alles wel gezien hebben, komen we in de haven nog bij een ‘Passengers Terminal’: een fijne plek om even af te koelen (de ruimte is voorzien van airco). Daar ontdekken we dat alle acht ticketcenters exact dezelfde overtocht verkopen, met exact dezelfde maatschappij en tegen exact dezelfde tarieven. Een vriendelijke Spaanse jonge man wenkt mij als ik langsloop en spontaan nader ik zijn kantoor. Zonder mij ook maar iets te willen verkopen, beantwoordt hij alle vragen die ik kan verzinnen (onder ‘t motto een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden). We zijn helemaal tevreden over deze exercitie en keren na bezoek aan de haven direct terug naar het busstation. Algeciras is inderdaad geen mooie stad! Eenmaal aangekomen op de camping, maken onze Franse buren ons nog even deelgenoot van hun super vervelende ervaring met de grensovergang nabij Ceuta. Super corrupt en onveilig volgens hen: we moeten echt naar Tanger… We kijken elkaar aan en beslissen met onze ogen: “We stick to our plan”!

Het wordt een heerlijk relaxte dag. Alles loopt voorspoedig. We staan om 08.00 uur op en verlaten om 09.30 uur de camping. We rijden richting Tarifa om nog wat euro’s te pinnen en om boodschappen te doen. Om half 11 rijden we richting Algeciras, maar onderweg stoppen we nog uitgebreid op een zichtpunt: nog ff genieten van het uitzicht op de kustlijn van Spanje en de kustlijn van Marokko. We ontbijten met brood en echte Spaanse ham: heerlijk! Als we in Algeciras aankomen, tanken we nog een klein beetje brandstof voor de eerste kilometers in Marokko en spuiten we de auto af in een wascabine. Wij zijn klaar voor de overtocht!
We rijden naar de ingang van de haven, maar vlak voor de slagboom worden we aangehouden door een brutaal mannetje. “Hier rechts parkeren en aan de overkant een kaartje kopen!”. Wij schudden allebei van Nee en zeggen hem dat wij ons kaartje gaan kopen in de Passengers Terminal. “ Is closed… having siesta now”. Ik twijfel even en kijk op mijn horloge: het is 12 uur. ECHT NIET! Die Spanjaarden doen de rolluiken niet voor 14.00 uur dicht en in die Terminal die wij hebben gezien draaien ze volgens ons 24 uur per dag. Ik vraag snel aan Ronald of hij uit de auto wil springen en onze kaartjes wil halen in de haven, terwijl ik nog even rond zal rijden door de stad en hem voor de slagboom weer op zal pikken.

In de ochtend had ik al een grote map klaar gemaakt met alle benodigde papieren die ik weer in een handzaam en lokaal draagtasje had gestopt. Ronald had met een graai naar de tas alle belangrijke spullen bij zich. Ik rij verder over de boulevard, laat iedereen voor mij op hun gemak parkeren, laat de mensen die weg willen beleefd voor gaan en rek zo op een paar honderd meter veel tijd. Bij de rotonde maak ik de draai om dit rondje nog een keer te vervolgen. Tot ik een mooie plek zie om buiten het bereik van politie en schorriemorrie ergens dubbel te parkeren. Als Ronald mij belt dat hij alles heeft en de Passengers Terminal uitloopt richting de slagboom, zet ik de vaart er weer in en precies op het zelfde moment, bereiken wij dezelfde plek. We slingeren over het terrein naar de los en laadzone. Als wij aan de beurt zijn om het schip binnen te rijden, krijg ik eerst nog instructies: “Madame, please park your car backwards in your row”! Daar had ik al op gerekend, achterwaarts inrijden, maar ook dat gaat super makkelijk tegenwoordig. Niks twee loopplankjes, maar een oprijlaan over de volledige breedte. Geen auto’ s die links, rechts voor en achter tegen elkaar aan worden geplakt, maar twee brede banen om ruim te manoeuvreren en te parkeren. En geen gehaast of druk gedoe, maar gewoon op z’n Zuid Europees: heel rustig aan! We krijgen een uitstekende plek, sluiten alles af en genieten van het uitzicht op het dek. Vlak voor aankomst in Ceuta zien we nog drie dolfijnen langs de boot ‘zwemmen’.

Zo rustig als we de boot konden oprijden, zo rustig rijden we er ook weer af. Het is een klein stukje van de boot tot het moment dat we het haventerrein weer afrijden. Geen file en geen mensen die ons lastig vallen met het verkopen van producten of het wijzen van de juiste weg. Ceuta (een Spaanse enclave) ziet er nog echt Spaans uit. Mooie wegen, mooie boulevards, groene boarders omringd met kunst en mozaïek. We hebben geen zin meer in Spanje en rijden direct door naar de grens. Wat een rommeltje: barakken aan de linker en rechterkant, dranghekken, rijen auto’s en veel mensen die zich tussen de auto’s door bewegen! Maar op verzoek van een vriendelijk mannetje sluiten we gewoon netjes aan in de rij die ons wordt aangewezen. Daar komt opnieuw een aardig mannetje met een badge met zijn naam. “Sluit de auto maar af en kom allebei met je paspoort en je witte papiertje richting de barak rechts van jullie”. De man van de paspoortcontrole kijkt ons nauwelijks aan, opent de paspoorten en begint alles keurig te stempelen. Een dokter houdt nog even een lampje tegen ons voorhoofd en zo zijn we medisch ook weer helemaal gezond verklaard. Een zeer geruststellende gedachte: een gratis medische check-up. We lopen weer terug naar de auto, waar een ander vriendelijke mannetje met badge staat: hij maant ons onze autopapieren te pakken en ons aan te sluiten bij het volgende hokje. Als we aan de beurt zijn, laat de beambte achter de computer zien dat onze auto al een keer eerder in Marokko is ingevoerd door een vorige eigenaar. Klopt! Hoe primitief het er ook allemaal uitziet: die Marokkanen hebben hun administratie wel goed voor elkaar. Als we ook op deze plaats alle stempels krijgen, kunnen we doorrijden: Welkom in Marokko!

We rijden het land binnen via een brede en kale boulevard, waar veel moeite wordt getroost om alles met bomen, planten en bloemen te laten begroeien. Aan de kustzijde staan alleen maar grote hotels en overal zien we auto’s met Nederlandse kentekenplaten. Zoals het eruit ziet hebben alle Marokkanen ons land verlaten. Wat een prachtige lease-auto’s en bussen stellen de Nederlands ondernemers toch aan hun werknemers ter beschikking. Als we door de Marokkaanse Makro lopen, moeten we goed opletten wat we tegen elkaar zeggen, want overal lopen wij Marokkaanse Nederlanders tegen het lijf. Nadat we alle inkopen voor de komende dagen weer hebben gedaan, rijden we door via Tetouan naar Chefchaouen. Daar strijken we neer op onze eerste Marokkaanse camping. Een kort praatje met de sympathieke eigenaar van de camping leert mij dat wij de volgende ochtend niet moeten vertrekken. Chefchaouen schijnt heel erg leuk te zijn en bovendien kun je in deze omgeving uitstekend wandelen. En dus besluiten we te blijven.

Al vroeg in de ochtend lopen we van de camping over een groot zandpad richting het dorp. Na een paar honderd meter kunnen we onze weg naar beneden vervolgen over een geplaveide trap. We lopen door de ‘bap’ (poort) en hebben geluk: de lokalen hebben hun waren in emmers uitgestald langs de kant van de smalle straatjes. Het is marktdag: dit zorgt altijd voor een levendig spektakel! Omdat het al behoorlijk warm begint te worden zak ik ergens tussen de mensen op een stoepje, waar ik met name door de vrouwen eerst van top tot teen wordt beoordeeld. Kort daarna ben ik onderdeel van het straatbeeld en doet iedereen weer zijn of haar eigen ding. Ik draai me om en maak een foto van het straatbeeld rechts van mij. Op dat moment begint de vrouw aan de overkant van de smalle straat tegen mij te schelden! Ik mag geen foto’s nemen, dat is strikt verboden! Ze staat op, loopt naar het midden van de straat en pakt een paar stenen. Dat ken ik: in het Midden Oosten gooiden de vrouwen ook vaak stenen naar fotograferende voorbijgangers. Een teken dat ze zich heel oncomfortabel voelen en dat is geenszins mijn bedoeling. Ik sta op, loop naar haar toe en laat zien dat ik de foto van mijn toestel verwijder, maar ook daar wil ze niks van weten: ‘opzouten’ moet ik… en uiteraard doen we dat gelijk, we zijn immers te gast.

Het incident geeft me een vervelend gevoel. Ik zorg altijd dat ik netjes volgens de regels van het land gekleed ben en maak zelden foto’s. Zeker niet van mensen en al helemaal niet van heel dichtbij. Als ik dat wel graag wil, dan vraag ik dat altijd netjes en ook nog in de taal van het land (in dit geval in het Arabisch). Dat me dat is mis gegaan. Het gesprek met de eigenaar van de camping heeft me op het verkeerde been gebracht. Hij sprak over globalisering, modernisering en gaf mij te kennen dat de kleding (van de Spaanse Costa) waarmee ik de avond ervoor het land was binnen gekomen, uitstekend gedragen kon worden. Ook in dit kleine dorp. En ja… met dat we verder lopen zie ik dat veel toeristen nog veel bloter gekleed zijn dan ik. Maar lokale vrouwen van mijn leeftijd zie ik niet op straat en de oudere dames zijn allemaal van top tot teen aangekleed.Maar… we genieten van het prachtige stadje dat we echt niet hadden willen missen. Alles in het zicht is wit en blauw geverfd, de steegjes zijn smal, de waterbronnen kleurrijk, de winkeltjes lokaal en gezellig. Bij de vele sap-tentjes drinken we verse jus en we maken contact met de lokale bevolking. Bij de watervallen en de wasplaats genieten we van het schone goed dat in de bomen hangt te drogen en van de kinderen die geen genoeg kunnen krijgen van het water. Aan het einde van de middag ben ik inmiddels vier keer voor 20 kamelen verkocht, zijn we zelf een groot picknick kleed rijker en zitten we vol van alle mint-thee die we overal aangeboden hebben gekregen. Wat een fantastische dag!

Als we moe maar voldaan terug komen op de camping, hangt er een Duits echtpaar om onze auto. De man vraagt ons alle specificaties van de Landcruiser en vraagt ons met belangstelling waar we naartoe gaan. Maar Ronald heeft nog geen 5 minuten Duits gesproken of de Duitse mevrouw begint als een waterval te vertellen over de reis door Afrika die ze zelf net achter de rug hebben. Een jaar hebben ze getrokken door dit vreselijke continent: we zouden er niets aan missen en zij gaan er ook absoluut niet meer terug. Het was nergens gevaarlijk geweest, maar ze hadden zich wel regelmatig ‘unheimisch’ gevoeld en de reis was zeer ‘anstrengend’ geweest. Ze vertellen honderd uit over centraal, west en zuid Afrika… plaatsen wij waar niet naartoe zullen gaan. In de samenvatting vraag ik nog naar de West Sahara, naar Mauritanië, Senegal en Mali. Dit traject is volgens hen goed te doen, af en toe heel vies en soms zeer corrupt, maar niets om je zorgen over te maken. Burkino Faso is hun grote favoriet.Als we nog even langs hun Mercedes lopen (waarmee ze heel veel pech hebben gehad), weten wij wederom dat we met de goede auto op pad zijn gegaan. Wij zien de rest van onze reis met vertrouwen tegemoet en zij moeten nodig naar huis en verheugen zich op kerstmis in de Oostenrijkse sneeuw.

31 juli – 2 augustus 2009 Chefchaouen – Fes - 214 km Winkelen in de Souq!
We maken een mooie tocht door het binnenland richting Fes en vinden een prachtige schaduwplaats op een kleine camping. Nadat we alles hebben opgetuigd, lopen we het terrein over. Tot onze verbazing komen we uit in een heel groot Aqua-parc, met een zwembad voor allen, voor families en zelfs met een bad speciaal voor vrouwen. Het grasveld ligt propvol met locale Marokkanen, maar ook met Nederlanders die in hun geboorteland op vakantie zijn. We strijken per ongeluk neer naast een echt Nederlands gezin uit Alphen aan de Rijn. Twee veertigers, met twee leuke meiden en een kleine knul. Wat een fantastische energie hangt er om die mensen en wat doen ze het geweldig met die kids. Omdat ze graag zes weken op vakantie wilde gaan, heeft hij zijn baan gewoonweg opgezegd. Bij terugkomst ziet hij wel weer… In de avond drinken we samen nog een borrel. Nathalie blijkt een zeer bekend arts te zijn, gespecialiseerd in ‘besnijdenissen’. Tijdens een werkbezoek heeft ze kennis gemaakt met het leven in Marrakesh, hetgeen ze nu graag aan haar gezin wil laten zien. Ik beloof haar nog een paar goede adressen door te mailen: plekken waar ze met hun tent, hun auto aanhangwagen en kids relaxed kunnen toeven na hun bezoeken aan de stad.

De volgende dag gaan we met de ‘kippenbus’ naar Fes. We kunnen voor de camping opstappen, maar omdat de bus al helemaal vol zit, moeten we staan. Ik draag een rokje tot over de knie met een mouwloos hempje. Het kan prima: ouderwets en nieuwerwets zijn gemixt in deze bus, dus ik hoef me nergens zorgen over te maken. Bij de eerst volgende halte zie ik een vrouwtje van over de zeventig instappen. Ze loopt helemaal krom en heeft een juttenzak van enkele kilo’s op haar rug gebonden. Ze gooit de stok in de bus, die ik direct voor haar opraap. Ze klimt via het trapje omhoog, maakt het touw los en na flink geschreeuw van haar zijde tillen een paar mannen haar bagage van haar rug. Ze installeert zich terwijl de bus al begint te rijden. Ik wacht rustig tot ze klaar is en geef haar haar stok aan. Weer een vrouw die keihard tegen me begint te schelden… en de stok pakt ze absoluut niet van me aan.
Op haar aanwijzing gooi ik de stok weer op de grond, waarna ze hem luid scheldend zelf oppakt. Een paar mannen om haar heen geven mij een geruststellende knik. Pff… dat voelt veel beter dan al die mannen voor mij 20 kamelen willen geven!

Aangekomen in Fes besluit ik onmiddellijk nieuwe kleren te kopen. Al in de eerste straat kom ik een wijde rok tegen, gemaakt van dun glad katoen. De brede band sluit naadloos om mijn taille en de rok zit heerlijk luchtig. Zilvergrijs met onderaan een brede roomkleurige band van kant. Dit is hem! Er is een van boven getailleerde en vanaf het middel wijde blouse bij van dezelfde stof en in dezelfde kleur. Ook die past om mijn lijf, behalve om mijn armen, daar zit hij veel te strak. Mijn bijnaam in dit land ‘Strong Woman’ doet mijn naam eer aan: ik knap er bijna uit. “Waarom neem je hem?”, vraagt Ronald. “Omdat ‘de kleermaker’ ons volgende intermezzo wordt. Ik laat de naad loshalen en laat er gewoon een stuk tussen zetten”. En zo hebben we weer een missie! Nadat ik drie ogenschijnlijke kleermakerijen ben binnengelopen, wordt ik terug verwezen naar een zaakje waarvan ik dacht dat ze alleen mannenkleding maakte. Daar kunnen ze me wel helpen. Goed een uur later zijn de mouwen wijder, maar met een compleet anders gekleurde stof en de ene mouw veel breder dan de andere. Maar… het zit heerlijk en het is een uniek item geworden: een complete set voor 18 euro!

Nog 1 dag hangen we om de auto op de camping. Alleen omdat het zo’n mooie koele plaats is, want het sanitair is niet om aan te zien. En helaas zijn er geen ‘natuurplekken’ waar we af en toe even naartoe kunnen lopen om onze behoeften te doen. We doen nog een was en drinken een paar kannen thee met de campingbeheerder. Die heeft alle tijd van de wereld, omdat hij graag onze zienswijze wil horen aangaande (in zijn beleving) twee grote Marokkaanse problemen. Na een discussie van enkele uren, vraagt hij mij om onze oplossing aan papier toe te vertrouwen en aan hem te overhandigen. Ik bedank hem vriendelijk voor de eer en wens hem welterusten en een goede reis door zijn leven!

03 augustus – 5 augustus 2009 Fes – Moulay Idriss - 112 km Duizend tegeltjes!
Heerlijk om weer op pad te gaan. We slapen uit, gaan nog even boodschappen doen in de Marjane (Marokkaanse Makro) en rijden richting Meknes. Die stad is nog geen 60 km verwijderd van Fes, maar we hebben een volledige dagtour rondom Meknes in petto. De natuur is mooi en het straatbeeld gezellig. We rijden naar Volubilis, een Unesco Wereld Erfgoed, een site met van de grootste en best bewaarde Romeinse ruines in Marokko. We rennen zonder gids langs ‘alle dooie stenen’, maar nemen wel de tijd om de prachtige mozaïeken te aanschouwen. Begin ik nou toch een beetje een ‘ondankbare reiziger’ te worden die al te veel gezien heeft? Immers de prachtige Romeinse sites zag ik al eerder in Syrië en de mooiste en best bewaarde mozaïeken ter wereld liet Mufide mij zien in haar geboortestad Antakya. Anyway, wat eerder dan andere bezoekers verlaten wij de site om met de auto door Moulay Idriss te rijden. Ook die stad verlaten we (te) vroeg om naar een kleine maar sfeervolle camping te gaan.

En dat is het… een echte Marokkaanse camping. Overal waar je komt en kijkt zie je tegeltjes met een kleurrijk en druk design. Op de vloeren, op de muren, rondom de fonteintjes in de schattig begroeide laantjes, alsmede in alle sanitaire ruimten. De camping ziet er uit als ‘vergane glorie in wederopbouw’ en achter elke hoek schuilt een nieuwe mystieke plek. De platte daken zijn voorzien van glas-in-lood-koepeltjes en de schuine daken hebben kleurrijke kleine dakpannetjes. De kale met slechts enkele tafeltjes en stoeltjes gedecoreerde dakterrasjes zijn in de avond een prima plek om de hele omgeving in lichtjes te kunnen zien liggen. Wat een plaatje! Maar ook op deze camping hebben we vaak enkele uren bruin water, of enkele uren geen water. Dus afwassen, wassen en douchen kan niet op elk gewenst moment. We besluiten hier een dagje te relaxen en strijken neer in de schaduw op een hoekbank van veertien meter: eindelijk de benen helemaal languit op heerlijke dikke kussens!
Om ons heen hebben wij de luxe van vier grote ronde tafels waarvan we er eentje volpakken met alle spullen die we die dag nodig denken te hebben. Aan het einde van de dag is onze kilometerregistratie, onze boekhouding en ons reisverslag helemaal bij. Bovendien hebben we weer veel Franse en Arabische woorden bijgeleerd. Ali (een medewerker van de camping) nodigt ons aan het einde van de dag nog uit om samen met hem naar het dorp even verderop te lopen. Hij wil graag sigaretten kopen. Het wordt een speciaal uitje, in een niet-toeristische omgeving, met een uniek zicht op het doen en laten van de locale bevolking. Tja… dat zijn de mooiste momenten, waarop je geen fototoestel bij je draagt, maar ook totaal zou zijn vergeten om plaatjes te schieten als je het toestel wel binnen handbereik had gehad. Het vervolmaakt de prachtige film in je hoofd!

Na een dag luieren moet ik er wel weer uit! Ali heeft ons beloofd dat zijn broer ons om 11.00 uur zou komen halen, om ons naar Meknes en terug te rijden. Maar rond die tijd is er geen Broer te bekennen. Het is ook zo verschrikkelijk warm dat ik eigenlijk hoop dat hij helemaal niet meer komt. Maar… om 13.15 uur komt er toch iemand die zich voorstelt als de broer van Ali. Wel lekker makkelijk… achter zo’n Marokkaan aanlopen en de meest mooie steegjes van Meknes te kunnen zien. Maar dan krijgen we honger en wil ik perse naar een karakteristiek ‘restaurantje’: er schijnt een plek te zijn waar een Marokkaanse vrouw echt lokaal eten maakt en opdient in een omgeving die het dichtst komt bij een invitatie bij Marokkanen thuis. Maar de broer van Ali heeft geen idee hoe we daar komen en een ‘vriend’ van hem loopt ons voor door smalle steegjes. Volgens ons compleet de verkeerde kant op, maar … laat maar gaan, zo kom je nog eens ergens. Dan zie ik een uithangbord en vraag ik of dat het restaurant is waar we gaan eten. De jongen knikt, waarop ik geduldig zeg dat dit niet de plaats is waar naar ik op zoek was. Volgens de jongen bestaat die plek niet meer en moet ik toch echt in zijn restaurant komen kijken. Ik bedank hem vriendelijk in het Arabisch en zoek een ‘landmark’ op de kaart. En zo ontstaat het moment waarop de broer van Ali braaf achter ons aan loopt: heel grappig. Uiteindelijk komen we in het bedoelde restaurant en het blijkt een schot in de roos. Mama Oumnia heeft een fantastisch huis en heeft subliem gekookt. In een decor van honderden Marokkaanse tegeltjes genieten wij van een overheerlijke Tazjine. Tijd om terug te gaan naar de camping, want ook daar is het, omgeven door honderden tegeltjes, heerlijk toeven. Vanaf morgen rijden we in twee dagen naar Paul & Renate. Ik verheug me enorm het weerzien met deze gezellige Hollandse Marokkanen!

06 augustus 2009 Moulay Idriss – Ouzoud - 371 km Dé camping van Marokko…!
Was het toch de overheerlijke Tazjine van gistermiddag of de (niet rijpe) meloen van gisteravond? Na mijn bezoek aan het toilet afgelopen nacht en vanmorgen (al twee keer) heb ik geen vocht meer in mijn lijf en voel ik met niet echt fit. We breken langzaam op en leggen een cadeautje voor Ali op de balie, want die ligt uitgerekend vandaag nog om 09.00 uur in zijn bed. We staan in de rij om af te rekenen en iedereen die het maar wil horen vertel ik dat we naar mijn vrienden in Ouzoud gaan. Vanaf Ifrane en Azrou zijn we voornemens om een ‘meren-route’ te rijden, waardoor het 120 km meer is naar Ouzoud. Daar hebben we twee dagen voor in de planning staan, zodat we op de prachtige datum 07-08-09 bij Paul en Renate zouden binnen rijden. Echter stiekem heb ik aldoor al de hoop dat we, eenmaal op weg, in één ruk zullen doorrijden.

Ifrane is grappig. Geen spoor van Marokko. Moderne asfaltwegen, met markering en nette trottoirs aan weerszijden. Prachtige grasborders met bloemen en verschillende soorten bomen. De woonwijken staan vol met stenen huizen, met tuinen omringd met mooie parken voor collectief gebruik. Op straat lopen mensen europees en netjes gekleed. Echt een dorp op stand. Of, zoals het zo mooi in de boeken staat: je waant je in modern Frankrijk! We rijden Ifrane uit door een groen landschap waar ik van de gelegenheid gebruik maak om het beetje vocht dat ik tijdens de reis heb ingenomen, toch weer in de natuur achter te laten. Pff… wat voel ik me ellendig. De meren zijn in geen velden of wegen te bekennen en de temperatuur stijgt door tot 54 graden. Ik voel me een kasplantje en tot helemaal niets in staat. We besluiten door te rijden tot de grote stad Beni-Mellal, waar we rond 15.00 uur zullen arriveren. Ik wil alleen nog maar liggen! Eenmaal aangekomen en rijdend rondom Beni-Mellal besluiten we om die laatste kilometers toch gewoon door te rijden. Immers het is nog vroeg en het zoeken van de camping in deze stad en het uitklappen van de hele boel voor 1 nachtje vergt ook veel tijd. Wel jammer, want ik had mij het weerzien anders voorgesteld. In ieder geval niet als een verwelkt kasplantje (van de hitte) en zo slap als een vaatdoek (van de misère). Maar … het idee om ‘thuis’ te komen is wel helemaal geweldig!

We sms-en Paul en Renate dat we eraan komen: “camping met of zonder (warm) water, met of zonder schaduw, met of zonder ontbijt en diner, met of zonder vriendelijke staf?”…
Net op het moment dat ik tegen Ronald zeg dat we ff goed moeten opletten, omdat we over 46 km linksaf de binnenlanden in moeten rijden, krijgen we een sms terug van Renate. “Let op: over 44 km bij At Atab linksaf om in Ouzoud te komen: prachtige route!” Nou… daar staan we om te springen, want zelfs dat hebben we bijna de hele dag niet gehad. In het eerste deel kunnen we ‘the beauty’ nog niet ontdekken, maar na een paar kilometer rijden we een prachtige bergtocht! Alleen jammer dat ik stiekem in mijn onderbroek zit en mijn rok over mijn schoot heb gedrapeerd, want ik mis een fantastisch intermezzo. Midden op straat staan zeker dertig mannen rondom een vrachtauto, een pick-up en diverse staaldraden. Er is net een laadbak in het ravijn gestort en er wordt met man en macht om het ding weer op straat te krijgen. Ik vraag Ronald een stuk voor het ‘feest-gedruis’ te stoppen, zodat ik mijn rok snel kan aantrekken, maar uiteraard lukt dat niet. De mannen manen ons om verder te rijden… we mogen er langs. Vlak voordat we passeren komen er een zestal mannen rondom ons raam: “Avez vous de l’eau?” Ik voel me hoogst ongemakkelijk, zo half aangekleed en bovendien kan ik de auto niet uitspringen om ze een hand te geven en te begroeten. Franse en Arabische woorden springen door mijn gedachten, maar ik kan zo snel de juiste antwoorden niet vinden. Ik vraag Ronald een fles koud water en een fles ‘op kamertemperatuur’ te pakken en aan de mannen te geven. Die kunnen wel in het Frans en in het Arabisch bedanken. We horen vele malen ‘merci beaucoup en shukran’ en rijden verder.

Onderweg komen we alleen maar luxe personenauto’s tegen gevuld met Marokkaanse families. Maar het euvel wil dat de weg niet breed is en ze met hun ‘nieuwe auto’ absoluut niet de berm in willen. En dus kunnen wij niet passeren en is het erg lastig met tegemoetkomend verkeer. Als het zo door gaat, dan krijgt Paul gelijk met zijn ETA van 18.00 uur. Maar we besluiten ons er niet aan te ergeren en te genieten van de omgeving die steeds mooier wordt naarmate we Ouzoud naderen. Voor het plaatsnaambordje stoppen we voor het maken van een foto. Op de achtergrond kunnen we Ouzoud zien liggen. En hoe ellendig ik me ook voel, Ronald en ik zijn het er over eens dat ik zelf het laatste stukje tot op de camping zal rijden. Immers, hier zijn de plannen vorig jaar uitgekristalliseerd om vanuit huis weg te rijden en eerst naar Marokko te gaan!

Net voordat we links de camping op willen draaien, krijg ik ‘last’ van tegemoetkomend verkeer. In mijn vizier krijg ik ‘De Zebra’, waarmee Paul weer een groot vat water heeft gehaald. We knipperen en lachen en draaien vrijwel gelijk de camping op. Paul als eerst en heel snel en ik als tweede en heel langzaam, want jeetje… wat is er veel veranderd!
De plaatsen aan de linker en rechterkant zijn helemaal begroeid met de minuscule plantjes die ik Renate vorig jaar met liefde heb zien verzorgen. Er is zelfs een klein veldje met een volleybalnetje. Tegenover de berbertent wordt driftig gebouwd: ongelofelijk, de Auberge waar ze het vorig jaar als ‘mogelijk plan’ over hadden, wordt nu echt gerealiseerd. Het zijn drie kamers en ze zijn bijna af! Het kampeerterrein wat in ons zicht verschijnt is echt fantastisch geworden: mooie terrassen gevuld met kiezels (tenminste niet alleen maar zand), prachtige pergola’s met leuke zitjes eronder, en… ook hier is alles begroeid met plantjes en bomen. Gelukkig zijn de ‘ouderwetse’, maar super praktische en schone toilet en douche nog steeds in tact. Paul springt op de treeplank van onze auto en brengt ons naar het eerste terras dat direct aan het terras van de berbertent (het restaurant) grenst. Een superplek met schaduw! Wat gaaf om ze op dit terrein weer terug te zien! De rondleiding die direct volgt, brengt ons als eerste naar hun nieuwe huis, dat helemaal onder aan het terrein op een grandioos uitzichtpunt staat. Een écht huis, met een veranda… en wat een plek! Na de ‘tour’ strijken we neer op het terras en Paul en Renate nemen alle tijd om lekker bij te praten. We ontvangen nog vier jonge Spanjaarden die graag op het terras willen eten. En als klap op de vuurpijl gaat Renate ook nog speciaal voor ons de keuken in om een Babi Ketjap te maken! In de avond koelt het lekker af: dit is super weer om in te slapen!

07 augustus – 10 augustus 2009 - Ouzoud Wonen en werken op de camping!
We hebben heerlijk geslapen en als we de daktent uitkomen is het leven van de campingbeheerders al in volle gang. De douches en de WC zijn al schoon, het terrein is helemaal netjes, de vuilnisbakken zijn al leeg, de afwas van gister wordt gedaan door Minoe en er is op het terras een tafel gedekt voor het ontbijt. Niet zomaar een ontbijt, maar een zeer uitgebreid ontbijt. Met koffie, thee, melk, jus d’orange, een eitje, yoghurt, twee pannenkoekjes, brood, roomboter, jam, honing en echte kaas en vleeswaren! Wat een feestmaaltijd. De andere campinggasten, drie Duitse jongens met een busje, zijn nog niet uit de veren. Hassan geeft de planten water en op de bouw zijn de mannen al druk met het maken van het dak van de Auberge. Dat werkt aanstekelijk, want als ik mijn laatste hap brood door de keel heb en alle vocht op tafel heb opgedronken is het tijd voor ons eigen huishoudelijke werk. Ik start met onze slaapkamer en haal alle beddengoed uit de daktent. Pas nog gedaan denk je, als je trouwe lezer bent van deze site, maar hier is alles vies in het kwadraat. Neem je eigen beddengoed in gedachten, nadat het veertien dagen in gebruik is geweest en bedenk dan hoe het eruit zou zien als je alle ramen in je kamer steeds open hebt staan, terwijl ze in je tuin een schuur aan het bouwen zijn (zo stoft het hier dag en nacht). En … voeg daaraan toe dat je zelf na een dag net zo smerig bent en je vier dagen niet kunt douchen, maar wel elke avond je bed in kruipt … Dus: tijd voor de was!

Ik ben heel voorzichtig met het verbruik van water, dus ik stop alles in een hele grote wastobbe, laat het een tijdje weken, begin het te schrobben en pak een emmer schoon water. Daar spoel ik alles in uit en hang het op de lijn (ver weg van de bouw van de Auberge). Daarna gebruik ik het spoelwater om de rest van de was te doen: van vier dagen ondergoed, van allebei twee setjes kleren en van allebei een handdoek. Wat is wassen in Nederland toch makkelijk! Het vieze water moeten we overgieten in tonnen, die vanavond weer gebruikt gaan worden voor het water geven van de tuin. Nu de slaapkamer bijna schoon is, start ik met het uitmesten van de auto. Na een reisdag vind ik voorin een kaart, een reisboek, twee woordenboeken, lege flessen water, een volle vuilniszak, losse papiertjes, slippers, de Blackberry’s zijn leeg, evenals de Ipod. Maar goed, dat opruimen is een fluitje van een cent… als het 20 graden is, maar hier is het in de ochtend al over de 35 tot 40 graden! Toch pak ik gelijk door en ruim ik de achterkant ook helemaal uit, haal er een doek door en verklaar alles netjes. De rest van de dag ga ik heerlijk op het terras zitten om de leef- en werkmoraal van de Marokkanen en de drie Duitse toeristen te aanschouwen. Als ik dat gezien heb, ga ik eens uitgebreid onder de douche: wat is dat een aangenaam en lekker einde van een heerlijke dag! Precies op het moment dat de buik begint te knorren, kunnen we weer aanschuiven: gevulde kip met rijst & groenten, met daarbij gekookte aardappelen, wortelen en courgette. Weer likken we onze vingers af!

We besluiten nog effe na te zitten op het terras met een flinke pot Marokkaanse thee, maar worden verrast door een stroom van toeristen. Eerst een Duits busje, met 3 jongelui uit Londen, 1 meisje uit Spanje en prachtige knul uit Portugal en een hele aardige Duitser! Daarmee staat ons terras helemaal vol. Niet lang daarna komen er twee busjes binnen met de vier Spanjaarden (van middelbare leeftijd) die wij reeds in Meknes bij Mama Omnia hebben ontmoet. Ze vragen meteen of ze na het opzetten van hun spullen op het terras een spaghetti bolognaise mogen komen eten. En dus vliegen Minoe en Renate direct de keuken in. Ondertussen komen er weer twee busjes binnen met twee Franse gezinnen (in totaal 10 personen), die Paul opvangt. Ook zij wensen op het terras te eten, omdat ze een zware reisdag achter de rug hebben en niet meer willen koken. Met de dames in de keuken vind ik het een schone taak om de tafel van de Spanjaarden en de tafel voor de Fransen professioneel en gezellig te dekken. Al gauw zitten de Spanjaarden aan het water, aan het wijn en het vers gebakken brood. Ook de spaghetti wordt met dank ontvangen. En dan…. komen de tien Fransen het terras op… helemaal enthousiast: dit zijn de gezinnen waarmee wij drie dagen op de camping bij Moulay Idriss hebben gestaan! De ene vrouw, van origine Nederlandse, had ik uitgebreid verteld over camping Zebra. Ze wilden ons niet achter de kont aan reizen, maar na een lange reisdag en veel vieze campings te hebben gezien, wilden ze toch bij Paul en Renate hun geluk beproeven. Fantastisch: dat wordt een leuke omzet! Ook zij zijn helemaal blij met de tafel voor tien, het water, de wijn, met cola & fanta en het verse brood met echte Franse roomboter. Deze maaltijd kan niet meer stuk. Zeker niet omdat ze de Tazjine met appeltjes en honing hebben besteld: de specialiteit van deze camping. Het was flink aanpoten voor ons allen, maar wat hebben we een plezier gehad. Moe maar voldaan drinken we nog een borrel en vertrekken dan naar ons schone bed!

Weekend op de camping!
Ik slaap heerlijk, maar wordt onrustig wakker. In totaal hebben we met 18 man gegeten in het restaurant van Paul en Renate en er is een afwas van hier tot Tokio, waar ik gelijk om half 8 al aan begin. Beetje bij beetje wordt iedereen wakker en steeds als vier mensen het toilet hebben bezocht, maak ik het weer netjes schoon. Precies in het goede tempo breekt iedereen op en komt de boekhouder van elke groep afrekenen bij Paul. Rond half 11 is de rust op de camping volledig wedergekeerd. Aangezien Paul en Renate op zaterdag vrij zijn, tutten we ons allemaal op om de wandeling naar de Cascades van Ouzoud te aanvaarden. Een leuke wandeling en een gezellige tocht naar de voet van de watervallen langs alle bekenden van mijn lieve Hollandse vrienden! Ook dit is echt een feestje, want we zijn alleen maar omringd door vakantie vierende Marokkanen. Ze hebben alle schaduwplekjes langs de trap in gebruik, zittend op kleden en luierend in hangmatten en tenten. Kinderen zwemmen en maken plezier en de paar versierde houten vlotten zijn in gebruik om tot vlak onder de watervallen te kunnen komen. Als we terug zijn van onze excursie, halen wij ‘zebra-bier’ uit onze koelkast: gekregen van mijn vriendin Andrea en bewaard voor een speciaal moment. En dat wordt het… tezamen met de overheerlijke Espetec worst uit Spanje, die we ook speciaal voor dit moment hebben bewaard!

Zondag… echt een dag om meteen lekker te douchen en direct languit op de bank te gaan liggen om allerlei Nederlandse tijdschriften te lezen. Toch pak ik eerst de grote afwas nog aan en was ik voor Renate een ton vol met spullen. Op de bank liggen doe ik wel gelijk daarna, maar het ongelofelijke wordt waar: ik doe echt driekwart van de dag helemaal niets. Ik besluit om de laptop aan internet te prikken, mijn eigen site eens te lezen, mijn e-mail te checken en alles te beantwoorden. Dat blijkt een dagtaak (met een zeer trage verbinding). En zo wordt het dus toch nog laat!

Maandag wasdag in Marokko!
Maar niet bij ons, want Renate en ik hebben alles schoon. Wonder boven wonder vergeten we allemaal de wekker te zetten en slapen we allemaal uit. Ik gooi wat olie door mijn haar, maak mij sinds weken weer een keer op, smeer mijn lijf in met bodylotion en doe eens een ander outfitje aan. Een leuk rokje en een leuk shirtje, want vandaag is het niet zo heet en gaat niet alles aan je lijf plakken. Mijn darmen zijn nog steeds niet OKE en dus besluit ik een dieetdag te houden voor dit orgaan. Ik begin nu echt veel water te drinken om alles goed door te spoelen en eet tijdens het ontbijt alleen droog brood. Renate geeft mij een ondefinieerbaar, niet te drinken goedje, maar ik neem aan dat zij een onevenaarbare medicijnvrouw is geworden. Echt jammer, want een van hun medewerkers, een jonge knaap, heeft twee super tazjines gemaakt. Gelukkig voor mij heeft Renate tijdens haar boodschappentoer door Ouzoud de ‘Danone-vrachtwagen’ aangehouden. Die heeft ons inmiddels voorzien van liters yoghurt, chocolade vla en Activia. Dus dat laatste, dat eet ik!

Paul heeft de auto al aangezet. Ik ren naar mijn eigen auto, kleed mij snel om (ik trek mijn wijde, lange rok en blouse aan), pak mijn labello (mijn lippen barsten van de droge wind en de zon) en mijn fototoestel en ga in de bak van de pick-up zitten. Ronald rijdt en Paul kan er lekker (ziek) naast gaan zitten. Die heeft ook veel te hard gewerkt gisteren: er zijn ook zoveel lopende projecten. Het huis is nog niet helemaal af, de drie kamers en de nieuwe keuken zijn nog in aanbouw en dan zijn er ook nog zoveel campinggasten geweest! Nu gaan we eerst naar Azilal om spullen te kopen die we in Ouzoud niet kunnen krijgen. We kopen vlees en materialen voor de bouw en we maken van de gelegenheid gebruik om te tanken. We rijden nog even langs ‘the Secret of Mercedes’om met eigen ogen te kunnen zien dat er een plek bestaat waar een handig mannetje allemaal oude Mercedessen opknapt en verkoopt als zijnde nieuw. Lachen! Als we weer richting Ouzoud vertrekken, spring ik weer achterin de bak. Wat heb ik er een bekijks. Mannen en groepen jongetjes zwaaien en delen handkusjes uit en de auto’s achter ons rijden tot op de bumper om me toe te lachen. Ondanks dat de rit mooi en gezellig is, ben ik blij dat we thuis zijn en vlieg ik direct door naar de bank (mijn darmen hebben het nog steeds niet op orde). Renate kookt speciaal voor Paul en mij zoute soep en toe eten we de overheerlijke chocoladevla. Alleen nog ff een lach-filmpje kijken en dan ga ik op tijd naar bed! Morgen is het weer een dag!

Dinsdag 12 augustus 2009 met de mooie kleren naar de lokale Souq!
Maandagavond zag ik alle medewerkers al één voor één naar Paul gaan. Wat is daar nou aan de hand? Het blijkt ‘pay-day’ te zijn, want op dinsdag is het ‘souq’ in Ouzoud en dan hebben de medewerkers geld nodig om spullen aan te schaffen. Omdat deze dag een echt sociaal gebeuren betreft, heeft de hele crew op dinsdag vrij! En dus doe ik de schort van Minoe om, maak ik de wc en de wastafels schoon, doe de afwas van gisteravond en ruim de tent op. Ik was nog wat spulletjes uit voor Renate en voor mijzelf. Dan roept Renate dat we alles moeten laten vallen, omdat we zelf ook gaan shoppen op de markt. Gezellig! Ik trek mijn beschaafde Marokko-outfit weer aan en ben er helemaal klaar voor. En zo komen we langs de ezelparkeerplaats, de kippenslachter (live in actie), de tandarts, de lokale muziekbandjes, de mobiele schoenmaker, de kruidenboer en kopen we een aantal verse beignets, bij de bakker die ze vers aan een lang groen stuk riet rijgt, zodat we deze als een ketting mee naar huis kunnen nemen. Oja… en ik koop nog een paar teenslippers in maat 37 (tenminste dat staat erop), maar eenmaal thuis gekomen blijkt het maatje 34 te zijn. Het blijkt een illusie om de slippers iets ruimer te trekken en dus zijn ze nu kapot en kan ik er zelfs niemand meer blij mee maken. Tja… weer 1,80 euro naar zijn grootje (en daarvan is Minoe dan weer helemaal overstuur)! Wat een heerlijk land!

Na een korte pauze leen ik een broekje en shirtje van Renate, trek een paar andere oude teenslippers aan en begin het plafond van kamer nummero un te sauzen. Een klein plafonnetje van vier bij vier. In mijn gedachten had ik daar de roller zo even overheen getrokken. Maar het cement is ruw en trekt veel verf, bovendien heeft de trap gaan plateau om spullen op te zetten en is de kwast ook niet helemaal EU/CE-proof. Al met al ben ik net klaar voor het donker. Ik ruim alle gebruikte spullen netjes op en laat de kamer bezemschoon achter. Het is belangrijk dat wij de medewerkers het goede voorbeeld geven. Met het laatste beetje energie dat ik nog heb, ruim ik ook kamer twee nog helemaal uit en maak ik ook die helemaal bezemschoon. Daar kan één van de medewerkers morgen beginnen met het beitsen van de ramen en deuren. Ronald belooft om morgen aan de slag te gaan met elektriciteit en Paul gaat direct ’s ochtends in gesprek met de (vloer) tegelzetter. Met een beetje geluk kunnen we over veertien dagen alle kamers schoonmaken en inrichten. Dat zou gaaf zijn! Als ik richting de douche loop, kom ik nog wat afvalwater van een was tegen. Daar ga ik eerst maar eens met beide benen in staan. Ik maak mezelf nog even ‘spoelschoon’ en geniet dan van een heerlijke warme douche. Precies als ik het terras op kom lopen, roept Renate ons aan tafel. Een echt broodjes shoarma met verse salade en als dessert… allemaal twee potjes chocoladevla!

Ook hier snijden we op woensdag (en donderdag) de week door…Ondanks het feit dat ik in de maanden april en mei fulltime heb gesport (gemiddeld 2 tot 3 uur per dag), heb ik na het schilderen van het plafond toch flinke spierpijn. Logisch natuurlijk, want in de maanden juni en juli heb ik alleen maar geluierd in Frankrijk en Spanje. Hier in Marokko is het veel te heet om te sporten en dus wandel ik elke dag een uur en is het opknappen van de kamers ook een goede work-out voor mijn lichaam. Dat is ook hard nodig, want we krijgen hier elke dag een warme maaltijd in de middag en een warme maaltijd in de avond. Als we hier lang blijven, dan groeien we helemaal dicht. Toch besluit ik mijn verzuurde spieren vandaag een dagje rust te geven en weer gebeurt het onmogelijke: ik hang alleen maar op de bank, zonder computer, zonder internet, zonder tijdschriften en zonder mijn franse woordenboek. Vandaag doe ik helemaal NIETS, alleen maar eten, drinken en vroeg naar bed. We spreken af om morgen heel vroeg op te staan om naar de grote Souq te gaan in Azilal: Renate, Minoe en ik, want de mannen gaan aan het werk met de elektriciteit.

Donderdagochtend: haar in de plooi, wijde rok en blouse aan, paar centjes mee en een groot berber-kleed. Om half 9 jump ik achter in de pick-up, zodat Renate even lekker bij kan praten met Minoe (die zich helemaal bezwaard voelt dat zij voorin mag zitten). We rijden in een half uur naar Azilal en onderweg komen we alleen maar gezinnen met ezels tegen, alle mannen, vrouwen en kinderen zijn even keurig aangekleed. In de verte valt mijn oog op een plek met veel groene bomen en als we daar zijn aangekomen zie ik dat daar al veel ezels zijn aangekomen om een tussenstop te maken. Tja, wij rijden ff snel naar Azilal, maar voor deze mensen is het toch een dagtocht. We parkeren de auto op een open plaats voor het terrein van de markt. Voldoende plaats, want er zijn weinig mensen die met de auto komen. We struinen de hele markt over, kopen spullen voor de kamers en voldoende verse groenten en kruiden voor het eten van de komende week. Verder halen we de post nog ff op en pinnen we nog een paar extra dirhams. De enige die veel geld uitgeeft ben ik. Een paar crocqs voor op de camping (3 euro), een tas voor bagage (6 euro), tien ansichtkaarten voor meer dan 10 euro en een fles Tessaire siroop voor in het water (5 euro). Een dagje buiten de camping is dus een duur geintje! Eenmaal ‘thuis’ gekomen maak ik voor het eerst gebruik van de Marokkaanse Jaccuzi die Paul en Renate hebben gebouwd op het terras van het restaurant. Heerlijk! Na een douche kunnen we aanschuiven voor een uitgebreide BBQ, met zelf gemaakt brood en verse knoflooksaus. En weer eten we veel te veel! Na het eten bouwen we onze eigen bioscoop in de buitenlucht en kijken we nog gezellig ff een filmpje!

Vrijdag 15 augustus 2009: hard werken op de camping
Vroeg in de ochtend trek ik direct mijn werkoutfit en mijn nieuwe ‘klompen’ aan. Ik ontruim Chambre nummero 2 en leg over het bed en de rest van de vloer plastic. Trapje erbij… een grote pot verf… en gaan met die banaan. Precies voor de lunch zijn Renate en ik klaar met het sauzen van het plafond. Alleen nog sloten en klinken op de deuren en we zijn weer een heel eind verder! In de middag nodigt Paul ons uit om gezellig naar de rivier te lopen en te genieten van het water en alle vakantievierende Marokkanen. We spreken de komende tijd door: want we willen nog wat klussen op de camping, we gaan nog een week naar Nederland, we willen nog een paar dagen rondreizen door Marokko, we willen nog gasten ontvangen in Marrakesh en we willen nog 7 dagen mee op 4×4 toer met Paul en Renate. Uiteraard duiken we met kleren en al nog een keer in de koude rivier. Daar komen we nog een Amerikaanse vrouw tegen van 60 jaar die zojuist is getrouwd met een Marokkaanse knul van 28 jaar. Weer een leuk intermezzo: de vrouw helemaal uithoren en een beetje op stang jagen! Thuisgekomen heeft Renate het eten klaar. Lamskoteletten uit de oven met aardappelen en groenten en… chocoladevla als toetje. Immers, het is al bijna maandag en dan komt de Danone-vrachtwagen weer op de camping! Als alle toeristen in bed liggen zetten wij de thuisbioscoop nog een keer aan om na middernacht nog een heerlijk ijsje te eten en vervolgens naar bed te gaan. Wij leven hier (als een vorst in Frankrijk)!

Zaterdag 16 augustus 2009: genieten van een vrije dag!
Mijn zus vraagt steeds: “Wat doe je nou zoal de hele dag”. Nou op een vrije dag vrij weinig! Ik heb vanmorgen heerlijk ontbeten, een paar spullen uitgewassen, heerlijk koffie gedronken met het personeel, Minoe gereden richting het dorp om boodschappen te doen (ze heeft geen rijbewijs) en daarna heb ik genoten van de overheerlijke Tazjine die Said voor ons had gemaakt. Dat is een een-pans-gerecht waar we met z’n allen uit eten met een stuk brood. Na het eten ben ik met Renate gaan shoppen voor lampen en heb ik voor de kindjes van onze zussen echte Marokkaanse sloffen gekocht. En nu hangen we met z’n allen op de bank, omdat het zo heet is dat je hier niet meer in beweging komt. Leuk vooruitzicht dat we dinsdag voor een weekje naar Nederland gaan. We verlangen naar bewolkt weer en een kamertemperatuur van 20 graden.