Senegal / Gambia
20 – 22 oktober 2009 St. Louis Kamperen tussen de krabben… in de zebrabar!
We zijn nog geen 10 minuten in Senegal en ik ben nu al blij dat we ondanks alle slechte verhalen over Senegal toch ons oorspronkelijke plan om dit land te bezoeken hebben doorgezet. Het is al 2-0 voor Senegal…
De weg is mooi, er is weer gras en overal staan bomen, de dorpen zijn netter, de auto’s en fietsen op straat van betere kwaliteit. In de winkels zien we weer bananen, appels en mandarijnen en op de stoepjes zitten lachende mensen. Wat een warme aanblik. De eerste politiepost en de eerste douanepost komen we zonder kleerscheuren door… alleen de laatste politieman, vlak voor onze aankomst bij de Zebrabar, maant ons naar rechts en bekeurt Ronald voor het feit dat hij dat deed zonder zijn knipperlicht uit te steken. Als blijkt dat al onze papieren in orde zijn, blijft dat het enige waarover hij doorzeurt. We begrijpen ineens geen woord Frans en doen geen moeite om geld te pakken (we hebben ook nog geen CFA’s). Ik roep alleen maar dat we een afspraak hebben in de Zebrabar… en dan begint de politieagent ineens te lachen. Of we nog een fluoriserend truitje voor hem hebben, omdat hij vaak in de avonden moet werken… Nee… die hebben we niet, want morgen komen we weer langs en dan krijgen wij een bekeuring omdat we er geen twee hebben…
Ook daar moet hij hartelijk om lachen…hij groet ons en laat ons verder gaan naar het paradijs!
Wat een verademing… een echte camping! Groot en wijds opgezet… met laantjes van schelpen, het veld met gras en wit zand… helemaal omringd door het groen van de natuur.
De hoge en lage palmbomen met daartussen de hangmatten geeft ‘De Zebrabar’ het karakter van een paradijs en het is ook nog aan het water gelegen. Vanaf het terras zien we de zon achter de bomen in de zee zakken en de laatste bootjes komen binnen aan het parel-witte strand. We vinden een fantastische plek tussen de bomen, waar we de hele dag schaduw hebben en een eigen ‘achtertuin’ kunnen creëren. Eindelijk weer een rustige nacht in onze eigen daktent op een prachtige camping gelegen midden in het natuurgebied Parc National de la Langue de Barbarie. Een heerlijke plek om woensdag 21 oktober 2009 de hele dag te toeven. Voor 3 euro krijgen we een heerlijk ontbijt, voor 4,50 een lekkere lunch en voor 7,50 euro wordt er in de avond voor ons gekookt. Vanaf het terras kunnen we de 15 meter hoge uitkijktoren beklimmen, hetgeen een fantastisch uitzicht geeft over de gehele delta.
Om de dag te beginnen en te eindigen op dit punt… geeft een ongekende rust!
Daar nemen we op woensdag 21 en donderdag 22 oktober 2009 dus ook alle tijd voor…
Kunnen we op een prachtige plek de verjaardagen vieren van mijn surrogaatkinderen Xamira en Zana. Ook in de Zebrabar lijkt het feest! De kinderen van de Zwitserse eigenaren hebben veel andere expet-kids op bezoek. Samen met Ursula, de vrouw des huizes hebben ze een muziekmiddag op het terras dat uitzicht geeft op de rivier. Het is een prachtig schouwspel. Rond 17.30 uur komen de (bijna allemaal blanke) ouders de kinderen ophalen (blijkbaar worden de kinderen hier niet thuis gebracht). Een ‘zwarte papa’ maakt van de gelegenheid gebruik om rond 17.00 uur al te verschijnen. Hij strijkt neer op een bankje naast het grote terras, met de rug naar Ursula en de spelende kinderen. Dan volgt richting ons een fantastisch betoog. Zonder ons aan te kijken vertelt hij ons dat hij ook taxi-chauffeur is en dat hij ons naar alle mooie plaatsen in de omgeving kan brengen. Bovendien kan hij ons ‘carnet de passage’ bij de douane verlengen (want die is vanaf binnenkomst maar 10 dagen geldig), kan hij onze euro’s wisselen, en regelt hij voor ons dames graag een nieuwe Afrika-outifit. En uiteraard kan hij ons helpen aan goedkope souvenirs uit het prachtige Senegal. De Belgen die al twee dagen bij ons aan tafel zitten, beginnen een animerend gesprek met Amandu, welke eindigt in een afspraak voor een taxirit naar St.Louis, morgenvroeg om 10.00 uur.
23 oktober 2009 St. Louis – 18 km Een grote roze wolk in een knalblauwe lucht…!
Amandu is om 09.00 uur al op de camping… niet echt een gebruikelijk actie voor een Afrikaan. Blijkbaar is hij bang dat wij de afspraak vergeten zijn of dat wij per ongeluk toch om half 10 al vertrekken met een andere auto. Amandu heeft zich helemaal uitgedost en ziet er kleurrijk uit in zijn Afrika-robe. De taxi-rit is echt ‘een cadeautje’: over een schelpendam met aan beide kanten uitzicht over water en groen met tientallen vogels en kleine krabbetjes op het witte zand (echt een paradijs). We passeren een plas met wit grijze flamingo’s op stelten en langs het water lopen vrouwen in fantastische en kleurrijke jurken. De schouders zijn weer bloot, de decoloteetjes weer zichtbaar, het haar is met zorg in model gebracht en op de met prachtige doeken omwikkelde hoofden rust indrukwekkend veel bagage. In de lucht zien we een enorm grote groep roze flamingo’s vliegen: de bewegende roze vlek tegen de knalblauwe achtergrond is ‘adembenemend’! Rond 11 uur staan we in het centrum van St. Louis waar wij starten met onze eerste missie: het pinnen van CFA’s. Ik heb niet veel contant geld meegenomen, dus het is een enorme geruststelling dat we in Senegal geld uit de muur kunnen halen. Maar… de eerste twee banken die we binnenlopen hebben geen verbinding… dus we verheugen ons niet te veel op het halen van ons doel. En gelukkig… de derde bank geeft ons behoorlijk wat West Afrikaanse Roepies. Ondanks de hitte maken we toch een leuke stadswandeling, met een bezoek aan twee koloniale drinkgelegenheden. Alles in de stad is fotogeniek, maar omdat het vooral de mensen zijn die het beeld compleet maken, knippen we veel minder dan we zouden willen. Onze hersenen maken ook prachtige beelden!
Aan het einde van de middag rijdt Amandu ons terug naar de Zebrabar, waar ook de rode Defender binnen is gekomen. Simon en John zijn nog vermoeider dan toen we ze zagen in Nouakchott. Inmiddels hebben zij de fietsers getroffen die zij 24.000 km lang zullen begeleiden (van West naar Oost Afrika in 10 maanden). En gezien de hitte zijn de eerste fietsdagen niet echt vlekkeloos verlopen. We eten met het hele fietsteam, vier Duitsers, Ursula en de kinderen. Een gezellige afsluiting van een leuke dag!
24 oktober 2009 St. Louis – Lac Rose Het traject van Parijs tot Dakar is compleet!
Alhoewel wij niet in Parijs zijn begonnen, voelt de rit wel als volledig afgerond. Vandaag komen we aan op een schattige camping aan het Roze meer, het officiële eindpunt van de Parijs-Dakar Rally. Het was een relaxt vertrek vanochtend, na alles op ons gemak te hebben opgeruimd en een heerlijk ontbijt te hebben genuttigd. We rijden een route over een mooie asfaltweg, echter met een snelheid niet hoger dan 60 km per uur. Het straatbeeld is kleurrijk en sfeervol… overal lachende gezichten van mensen die ons welkom heten in Senegal. Het is een relaxte en vooral mooie reisdag, die eindigt op de camping ‘Ma Petite Camarque’. We worden hartelijk ontvangen door een Frans echtpaar en maken nog een korte wandeling langs het meer dat tien keer zo zout is als de zee. Toen we net aankwamen zagen we op het Lac veel kleine puntige bootjes, met daarnaast mannetjes tot hun borst in het water. Zij scheppen het zout van de bodem, nemen op hun bootjes een ton zout mee naar de kant en markeren daar de berg zout die ze hebben binnengehaald. Voor een zak van 25 kilo ontvangen ze 400 CFA’s (650 CFA is 1 euro).
Als we de wandeling maken zijn alle medewerkers net vertrokken. We ontmoeten alleen nog een groepje mannen die schilderijen maken van zand. De Afrika-prints vormen een leuke herinnering aan Senegal en dus nemen we er diverse af. Toch veel leuker dan souvenirs kopen in de winkeltjes van Dakar. De mannen zijn aangenaam verrast door onze bulk aankoop en als ook wij blij terug lopen richting de camping, komt nog één Senegalees aanrennen met een briefje van vijf euro. Of we die kunnen wisselen voor CFA’s … en uiteraard is dat geen probleem. Hoe makkelijk kun je iemand twee keer op een dag een groot plezier doen! Als we terug komen op de camping komt de Senegalese medewerker van het resort ons al tegemoet rennen met stralende ogen en een grote glimlach. Of hij nog wat voor ons kan koken vanavond… en hij stelt meteen van alles voor! Maar echte franse frieten met ketchup lijkt hem nog het beste idee…Als we rond 20.00 uur de veranda betreden heeft hij de tafel gezellig gedekt en weet hij ons het gevoel te geven dat wij aan een fantastische maaltijd beginnen. We eindigen met griesmeelpap met rum en rozijnen… allemaal zelf gemaakt. Wat een heerlijk warm bad is Senegal!
25 oktober 2009 Lac Rose – La Petite Cote – 110 km Zondag… ook zonder kerkdienst!
Het is vandaag zondag en het lijkt mij geweldig om de dienst van 10 uur mee te maken in de kerk van Keur Moussa. De dienst staat bekend om de prachtige gregoriaanse liederen die worden gezongen in de lokale taal Wolof. Maar helaas… we crossen de hele omgeving af, maar vinden geen kerk waar sprankelend gezang uit voort komt. Wel rijden we tijdens onze zoektocht over brede zandpaden kriskras door diverse dorpen. De vrouwen zien er weer stralend en kleurrijk uit, terwijl de mannen en jongens allemaal gekleed zijn om de zondag-ochtend voetbalcompetitie te spelen. Iedereen is enthousiast en aardig tegen ons en overal voelen we ons erg op ons gemak. We besluiten onze speurtocht om 12.00 uur te eindigen, omdat de kerkdienst ook wel afgelopen zal zijn. We rijden door naar Bandia National Park, waar we bij een schattig restaurantje aan een grote lagoon met krokodillen, flamingo’s, lizzards en felgekleurde vogels onze middagmaaltijd nuttigen. Rond 15.00 uur gaan we met open jeeps het park in, samen met twee Franse meiden die stage lopen in Dakar. Onze Black-African-Guide spot het vele wild dat zich schuil houdt tussen het hoge groen. Wat bezoeken we Senegal in een mooie periode. Net na de regentijd (alles is mooi groen) en net voordat alle toeristen gaan komen (in november, december en januari). Na een super-tour (echt een Afrika-gevoel) komen we uit in het kleine dorpje Somone aan The Petite Côte. We logeren in een resort dat nog gesloten is en hebben een leuke plaggenhut, een overdekt terras, een veranda en een prachtig uitzicht over een wit strand en heldere zee voor onszelf!
Wat een weelde voor 12 euro! In het relaxte dorp, in en rondom de lagoon en aan het strand komen wij morgen, maandag 26 oktober 2009, de dag wel door!
27 oktober 2009 La Petite Cote – Toubakouta – 177 km Dwars door de week-markt!
We hebben genoten van ‘de kleine kust’ maar we willen graag verder. We hebben nog ruim 10 dagen voor we terug ‘moeten’ zijn in Dakar om Sjoerd binnen te zien komen met de rally ‘Heroes Legends’. Deze tijd willen we graag gebruiken om de sfeer in Gambia op te snuiven. We leggen een voorraad CFA’s aan (want we kunnen hier pinnen en deze munt kunnen we in meerdere Afrikaanse landen gebruiken) en rijden richting Kaolack. Vanwege een wegomlegging moeten we dwars door te stad en rijden we zo goed als door de ‘hoofdstraat’ van de wekelijkse lokale markt. Het is een drukte van belang: langs weerszijden ontelbare marktkramen en daar tussen alleen maar wandelaars, vrouwen met spullen op hun hoofd en kinderen op hun rug, mannen op fietsen, legio brommertjes, pick-ups en oude vrachtwagens. Een onverwachte authentieke ‘sightseeing die wonder boven wonder ook nog eens super gesmeerd loopt. Achteraf ‘The Hightlight’ van de dag! Rond 15.00 uur komen we in het Du Saloum Delta National Park en vinden we een plek op de binnenplaats van een grote Senegalese familie. We mengen ons tussen de vrouwen en kinderen en praten met de jonge ondernemer over zijn opkomende mini-resort en de excursies in de Delta. Zowel in de middag als in de avond en de nacht kunnen we genieten van een gevarieerd concert van honderden vogels. Weer een nacht op een bijzondere en fantastische plek in de natuur!
28 oktober 2009 Sekuta – 74 km Gambia: the smiling coast of West Africa!
We zijn nog nauwelijks op weg of we staan al aan de grens. Eens even kijken of dit een aangename overgang wordt… anders gaan we gelijk weer terug naar Senegal. Het reizen moet vooral heel plezierig zijn: dat is het thema van ons avontuur! Van alle kanten zijn we gewaarschuwd. Voor corrupte politie & douanemensen en voor alle Gambianen die alleen maar een ‘slaatje willen slaan’ uit jouw aanwezigheid als toerist. Immers ‘het toerisme’ is de belangrijkste bron van inkomsten voor dit land. Het grensgebied hier lijkt op een groot plein waar van allerlei spullen worden verkocht (het is eerder een markt dan een grensovergang). Als we aan komen rijden komen diverse mensen op ons af en wijzen ons waar we de auto moeten parkeren. Geen van allen dragen ze een uniform en/of badge. De meeste dragen wel een bult handel op hun hoofd, op hun buik of op hun rug.
Ronald stopt de auto gewoon midden op het plein en ik verdwijn met de hele papierhandel richting het enige kantoortje dat ik zie. Binnen 10 minuten hebben we een exit-stempel van Senegal in onze paspoorten (gratis). Bij de douane hoef ik slechts het (bij binnenkomst verkregen) senegalese-autocarnet in te leveren. Ronald hoeft niet eens zijn gezicht te laten zien! Maar hij heeft andere zorgen: hij moet zeker 20 in geld en noten handelende vrouwen van zich afslaan! Als ik vrolijk langs kom lopen (met ook vijf dames achter mij aan) rijdt hij de auto naar de rechterkant van het plein, waar ik weer vrolijk binnenhuppel. En daar laten de vijf beambten achter de balie mij gewoon even staan… Als ik alles een paar minuten aangekeken heb, spreek ik een van de mannen aan: “Ik wil graag Gambia in met mijn eigen auto… is dat te regelen hier?” De man begint te lachen en vraagt mij wat ik precies in Gambia kom doen. “Iedereen heeft ons aangeraden om Gambia te mijden, omdat het hier niet plezierig reizen is… en juist daarom nemen we de moeite om het zelf te komen ervaren!”. Als de man vraagt om nadere details vertel ik hem dat ons op het hart is gedrukt om met name uit te kijken voor corrupte politie en douanebeambten die erop uit zijn om ons geld af te troggelen. Weer begint hij te lachen. Mijn gesprekspartner blijkt het hoofd van het hele departement te zijn en regelt dat ik binnen vijf minuten onze paspoorten gestempeld krijg (Gambia entree). Als ik terug kom bij zijn balie biedt hij mij een doorreisdocument voor de auto van drie dagen, die wij vervolgens in Banjul moeten verlengen als wij langer willen blijven. Ik kijk hem ‘beteuterd’ aan en zeg tegen hem dat wij nu al weten dat wij 5 november 2009 bij hem terug gaan komen… Nog geen 5 minuten later schrijft, tekent en stempelt een beambte ons autocarnet voor de tijd die wij in Gambia willen verblijven! Als ‘de baas’ uit mijn zicht verdwijnt, geeft de beambte het document aan mij en vraagt: “And what will I have for breakfast?”. Breakfast? Lieve schat, het is al bijna middag… breakfast-time is over! Hij lacht. Ik vertel hem dat ik vanmorgen een brood heb gekocht voor 100 CFA’s (15 euro cent) en lachend geef ik hem 800 CFA’s… om voor elke dag dat wij in zijn land verblijven een brood te kopen (die hij vervolgens met zijn drie collega’s moet delen). Maar… als ik terug kom op
5 november wil ik wel zien dat de mannen goed gegeten hebben! En… alle volgende Nederlanders die hier passeren mogen ze geen bijdrage meer vragen! De mannen liggen helemaal in een deuk van het lachen en ik sluit af met de wens dat ze vanavond lekker genieten van de voetbalwedstrijd Nederland – Gambia.
We rijden Gambia in… eigenlijk hetzelfde straatbeeld als in Senegal. Met dien verstande dat alle mensen om ons heen handelaren blijken te zijn. Nog geen kilometer na de grens worden we aangehouden door de politie. Met een stralende glimlach groeten we in het engels. Na zijn groet en “How are you” …roepen wij dat we heel tevreden zijn over de gang van zaken aan de grens en dat we ons verheugen op de voetbalwedstrijd van vanavond. We mogen doorrijden. Iemand roept ons nog na dat we inmiddels wel een bootticket in ons bezit moeten hebben. We knikken, beloven iets verderop te draaien om naar het ticket-kantoor te gaan dat we een paar honderd meter eerder aangegeven hebben zien staan, maar rijden toch stiekem door. We geloven er helemaal niets van! We zijn ervan overtuigd dat we in de haven ook wel een ticket kunnen kopen.
Dus niet: geen ticketverkoop in de haven! Er zit niets anders op dan terug te rijden… opnieuw langs te politiecontrole. Alle mensen op het stoepje voor de police-stop zitten keihard te lachen als ze ons weer zien… “You didn’t believe us?” No, we geloofden er geen bal van! Sorry… we kunnen niet meer onderscheiden wie de waarheid spreekt en wie niet!
Aankomen in de haven is een belevenis op zich. Binnen enkele seconden hebben we 20 mensen om ons heen staan die ons wat willen verkopen of die ons willen helpen. Ze zijn allemaal een zoon of een neef van de man die werkelijk in de haven werkt en ons op de boot moet loodsen. Maar die man laat alles gewoon gebeuren. Of ze even in onze auto mogen kijken? “Tuurlijk, geen probleem… alleen laat ik niets zien als er nog 30 Gambianen om heen staan. Dus, als die weg zijn mag je in onze auto kijken!”. De havenman vraagt me of hij het duur of goedkoop zal maken voor ons… waarop ik heel onnozel vraag wat hij bedoeld… want we hebben het ticket toch al betaald!? Ik sla de deuren van de auto dicht en ga tussen een stel ‘inlanders’ op het stoepje zitten. Een nieuwe auto dient zich aan…
We rijden de auto op de veerboot en komen terecht tussen alle inlanders die naar Banjul gaan. Zittend en hangend aan onze auto, luierend op bankjes, vrouwen met vijf emmers mayonaise op hun hoofd, mannen in grappig pakjes, verkopers met ijs en sinaasappels… je kunt het zo gek niet bedenken. Het is alsof er 45 minuten driedimensionaal een film aan je voorbij trekt. Als we de haven uitrijden is het even zoeken naar de juiste weg, maar ook dit is weer een geweldige sightseeing. We bereiken camping Sukuta, gerund door Joe en Claudia. Super netjes, super georganiseerd, schone WC, ruime douche en op het terras draadloos internet. Hier houden we het ook wel een paar dagen vol!
29 – 30 – 31 oktober 2009 The Gambia: your all year round destination!
Na een dag in en rond de auto te hebben gehangen, het beddengoed te hebben verschoond, de was te hebben gedaan en zelf weer helemaal verzorgd te zijn, word ik weer onrustig. Ik wil graag wat van Gambia zien en volgens mij zitten we precies in de goede hoek. Ondanks het warme weer besluiten we te gaan lopen (we hebben ook nog geen Gambiaans geld om een taxi te betalen!). Bij de uitgang van de camping rollen de zweetdruppels al over onze rug! Na 5 km te hebben gelopen, wandelen we een super-luxe resort binnen (het beste hotel van heel Gambia), genieten we van alle beschikbare informatie (voor de toeristen), lopen langs het zwembad en strijken neer aan het strand. Daar zien we de eerste oude blanke dames al met hun jonge, sterke, zwarte loverboys! En ook al hadden we die verhalen al in geuren en kleuren gehoord… als je het in het echt ziet… geloof je het nog niet… het blijft een verrassende combinatie… zo’n stuk oud vel met een vitaal gespierd lijf aan haar zijde!
Het is te warm op het strand en dus starten we met onze missie: ‘geld’! Omdat pinautomaat zes het ook niet doet, besluiten we toch maar 50 euro contant om te wisselen… kunnen we tenminste even wat drinken op het terras! Daar horen we van Nederlanders dat we in de buurt ‘frikadellen en kroketten’ kunnen eten. Weer een nieuwe missie! Eenmaal aangekomen bij het restaurant ‘The Dutch Whale’ horen we van de buurman dat het restaurant nog gesloten is. Het seizoen moet nog beginnen. We besluiten om 200 meter verderop wat te gaan drinken bij een bar met uitzicht op zee. Als we die kant op lopen stuiten we op een groepje ‘hangjongeren’ die langs de kant van de straat onder een golfplaten stalletje zit. Ik loop naar ze toe, groet ze en zak neer op het bankje dat ze hebben staan. Een geanimeerd gesprek volgt. Nog geen vijf minuten later loop ik met Salomon richting de bar om een aantal drankjes te halen. Een super-gezellige tent, met twee enthousiaste barkeerpers die ook weer een leuk verhaal hebben. En dus drinken Salomon en ik aan de bar vast een colaatje en een spritje! Salomon maant mij te gaan: “Lets go, Ronald might be jealous if it takes to long…”. Het is een bijzonder figuur, die Salomon. Als we weer op de ‘hangplek’ aankomen, blijkt dat we een colaatje te weinig hebben en dat nog iemand aan het gezelschap is toegevoegd. En dus ga ik nog even terug naar het restaurant om twee drankjes op te halen. Als ze me er per ongeluk drie geven, vragen we aan het meisje met de noten op haar hoofd om erbij te komen zitten. Voor iedereen nog een zakje uit haar handel en het borrel-uurtje is compleet: om ons heen alleen maar blije Gambiaanse gezichten!
Salomon is 1.70 m, slank, Afrikaans gespierd, met een echt reggaehoofd en dito hoed. Een gehaakt hempje om zijn blote zwarte bovenlijf, met een legergroene broek en een paar witte gympen aan. Hij zit op een gele lege jerrycan, met een grote lange boon op zijn schoot, die hij bewerkt met een zakmes. “I am an artist… I create things”… We hangen aan zijn lippen, want hij kan geweldig vertellen… Over de historie van Gambia, over de opkomst van het toerisme (en over de herkomst en de verschillende karakters van de toeristen), over zijn voorouders en de over huidige generatie Gambianen. Salomon (38) is wijs, heeft een leuke kijk op het leven en heeft over alle issues die wij hem voorleggen een geweldige filosofie, die hij fantastisch kan verwoorden. In het Engels met hier en daar een paar woorden Nederlands. Want hij is 3 maanden in Assen geweest en dus spreekt hij Nederlands. “Het is belangrijk om je aan te passen aan het land waar je woont, weet je…!” Wij Gambianen zijn mensen van ‘de wereld’… wij spreken heel veel talen en wij zitten ook overal in de wereld… wij houden van mensen… we are a peacefull nation!”.” Wij hebben van onze opa’s en oma’s geleerd om iedereen met een glimlach te verwelkomen en gastvrij te zijn. Dat wordt ons met de paplepel ingegoten, zo zijn wij groot gebracht”. “We have to maintain that vision. Otherwise it will be a tree without roots!”.
Het wordt al laat. Salomon is door het geklets heen nog niet echt opgeschoten met zijn ‘creatie’. Maar de drie bonen waar hij aan werkt zijn voor een Engelsman die de handel toch pas over 10 dagen komt ophalen. Ik vraag hem wat zo’n bewerkte boon nou kost. “In het hoogseizoen 300D, in het laagseizoen 200D en bij een bulkaanvraag 150D ( 1 euro is 40D)”. Ik bestel een boon voor mijn neefje Floris en Salomon belooft mij om er morgen gelijk aan te beginnen. We stappen op en vragen aan zijn vriend Lamin of hij ons met zijn auto naar een ander restaurantje kan brengen. Salomon instrueert hem om ons bij Binnie’s te zetten… dan kunnen we toch nog kroketten en frikandellen eten!
Bij Binnie’s zit het vol met Hollanders. Allemaal mensen die in dienst zijn bij Ballast Nedam. Ze werken aan de infrastructuur van Gambia (weg werkzaamheden), boren waterbronnen of zorgen ervoor dat delen van het land niet overstromen. Het eten is heerlijk en de bediening vriendelijk. Als we uitgegeten zijn, staat Lamin weer op de stoep om ons naar de camping te brengen. Hij wil geen geld hebben: “I can not charge friends: you are part of the family now!”.
Tactiek of geen tactiek… het geeft ons een goed gevoel! We spreken af dat hij ons de volgende ochtend om 11.00 uur weer komt ophalen… CU later aligator!
Het is zaterdag 31 oktober 2009 en om 11.00 uur zitten wij helemaal klaar voor vertrek. Geen Lamin te bekennen. ‘This is Afrika’! Dat kan toch niet waar zijn… gister klopte alles nog? Is dit dan de ‘kink in de kabel’? Claudia en Joe lachen en vertellen ons dat het vandaag ‘National cleaning day’ is… een dag waarop voor 13.00 uur helemaal niets gebeurd. En dus wachten wij tot 13.00 uur. Lamin is vast vergeten dat het vandaag zaterdag is en dat hij tot 13.00 uur rond zijn huis moet opruimen. Om half 2 krijgen wij een lift van Spanjaarden, die ons naar het dorp brengen. We lopen naar ‘onze hangplek”. Daar treffen we Salomon die al druk bezig is met de boon van Floris en Lamin, die helemaal overstuur. Vrijdagavond had hij zich bij thuiskomst gerealiseerd dat hij niet om 11 uur bij ons kon zijn, maar hij had geen nummer van ons gekregen waarop hij ons kon bereiken. Rond half 2 was hij op de camping aangekomen, waar de ‘guard’ hem had gezegd dat wij net waren vertrokken. Simpel misverstand… geen probleem! We drinken wat samen en stappen in Lamin’s auto voor een sightseeing door Gambia. “You have to experience The Gambia… it’s important that you do…” roept Salomon ons na!
De eerste stop is bij een Art Craft Center. Het is een multifunctioneel centrum: de eigenaar is de beste kapper van West Afrika, runt zijn kapsalon, exploiteert het Art-center en kweekt orchideeën in zijn tuin waar je heerlijk kunt zitten en koffie kunt drinken. Als wij om half 3 aankomen, staan zijn eerste klanten al voor de deur te wachten. Deze ‘hair-artist’ knipt niet voor 15.00 uur! En dus gaan we eerst een kijkje nemen in het kunstatelier en in de tuin. Niet lang daarna ontmoet ik de flamboyante man en als ik hem over zijn reputatie en over mijn vriendschap met Mufide vertel, is het ijs gelijk gebroken. In een van de recentste tijdschriften op zijn toonbank (september 2009), kan ik hem het meeste recente werk van Mufide laten zien… ook in Gambia liggen de plaatjes van Mufide in ‘the Gallery’.
We rijden dwars door de ‘krottenwijken’ richting de haven waar een visser ons een rondleiding geeft langs de vangst van de afgelopen dagen. De waar ligt in het zout te drogen in de zon. Ondanks de stank genieten we van de traditioneel geklede vrouwen die de vissen schoonmaken, de mannen die het te drogen leggen, de jongens die de netten weer heel maken en de kinderen die op stukken plank druk zijn met ‘boardsurfen’. In de avondzon zien we een aantal ‘worstelende’ jongeren op het strand. Het wordt een prachtige foto… mooier dan de sportende jongeren op de voorkant van de Lonely Planet!
Op de terugweg stoppen we nog even bij een ‘giga- boomhut’ in een grote Baobapboom. Het uitzicht over het strand en het geluid van de brekende golven is rustgevend. Daarna zet Lamin ons weer af bij Binnie’s…want we hebben gister te veel op de kaart gezien om uit te kiezen. En dus eten we nu een driegangenmaaltijd…Rond 21.00 uur komen Salomon en Lamin ons daar weer ophalen om ons mee te nemen naar een Traditional Gambian Dance Night. We strijken neer op een terras waar binnen enkele minuten 10 muziekanten met diverse soorten trommels aan de slag gaan. We luisteren, dansen en genieten van Salomon die zich na de pauze gewoon aan het muziekgezelschap heeft toegevoegd. Vol overgave geeft hij ons een fantastisch traditioneel (drum)concert! Op onze tafel prijkt ‘de boon’ die hij speciaal voor Floris heeft gemaakt. Rond middernacht zetten Salomon en Lamin ons af bij de camping. Helaas kunnen we op dit tijdstip geen gasten meer meenemen… we nemen afscheid van ‘onze vrienden’ en zien eenmaal terug op onze plek dat ‘nieuwe (Hollandse) vrienden’ zich hebben aangediend. Naast ons staat een immens grote vrachtauto… vast en zeker op weg naar het Zuiden van dit boeiende continent!
1 november 2009 De Nederlanders… reizen met name over de digitale weg!
“Goedemorgen”… de kolossale rode bunker heeft ‘een gezicht’ gekregen. Henk-Jan en Maureen zijn sinds 1 september 2009 onderweg en willen anderhalf jaar door Afrika trekken. Samen met hun trouwe viervoeter Boris. Allebei lekker ‘fris, opgeruimd, nuchter en direct’. Het klikt gelijk! Na een paar praatjes rondom onze auto’s installeren we ons op het terras van camping Sukuta. Met een Blackberry, een Ipod en drie laptops. De snoeren van alle ‘gagets’ zittend in diverse stopcontacten vormen een waar kunstwerk op het terras. Volgens Joe en Claudia heeft geen enkele reiziger zo veel digitiaal spul bij zich als de Nederlander. We werken allemaal onze site bij, internetten, wisselen informatie uit (kaarten en GPS punten) en kijken stukjes van cabaretiers via internet. Het wordt een echte luiermiddag met veel cola en bier. Om half 8 komen Joe en Claudia weer terug uit het dorp met de lekkerste pizza van Gambia. Die smaakt inderdaad fantastisch! Dan gaat de bioscoop aan: de computer van Henk-Jan is al even kolossaal als zijn auto. Maar wat een fantastisch beeld voor de film van Indiana Jones. Ook zonder zak snoep, MM’s of Pringles wordt het een super bioscoopavond.
Bedankt Henk-Jan en Miranda voor de twintig films die wij de komende tijd nog kunnen kijken.
2 november 2009 Sukuta – Farafenni – 180 km Toebaaaaaaaaaaaaaaaaaaab!
Wordt het weer gezellig als je van plan bent om weg te gaan! Met lichte tegenzin klappen we de tent in, halen we onze was binnen en ruimen we onze rotzooi rond de auto op. Als alles is ingepakt, drinken we nog een kop koffie en een kop thee naast de wagen van onze vrolijke buren. Jammer dat we weg gaan… en jammer dat we niet een stuk samen kunnen rijden. Maar zij hebben nog een missie in Gambia (bezoeken van mensen) en wij hebben nog een missie in Senegal (Sjoerd komt 7 november 2009 aan in Dakar). Misschien treffen we elkaar nog in Mali. Aangekomen in het dorp wisselen we nog wat geld, doen we boodschappen en kijken we of Salomon al op zijn plek zit. Onder het golfplaten stalletje tref ik zijn zus, waar ik delfsblauwe klompjes achterlaat voor onze vriend. Het is een echte ‘artist’… wie weet kan hij er iets moois van maken… van die Hollandse klompen!
We willen graag nog wat van Gambia zien en liggen voor op ons reisschema en dus rijden we door naar het oosten om na 170 km de volgende veerboot omhoog te nemen richting de grens met Senegal. De weg is beter dan ons werd voorgespiegeld… een vlakgetrokken brede, rode gravelpiste die klaar is om geasfalteerd te worden. Onderweg komen we overal groepen wegarbeiders en groot materiaal tegen. Verder genieten we van de tafreeltjes in en rondom de kleine dorpen. De plaggenhutten, de was die buiten hangt en de kinderen die naar ons zwaaien en ons keihard naroepen: “Toebaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaab!”.
Rond half 3 (veel eerder dan verwacht) staan we bij de veerboot. Dit keer hebben we onze ticket al wel ergens langs de weg aangeschaft. Als we langs alle stilstaande vrachtwagens richting de oever willen rijden, worden we aangehouden door een man in een gele jurk. “Where is your paper?”… Ik laat de bootticket zien. “No, that other paper that you got on the boarder?”. Ik vertel hem vriendelijk dat wij op 28 oktober 2009 Gambia binnen zijn gekomen en dat wij dus echt alle benodigde papieren wel hebben! De man wordt boos en vraagt mij nogmaals om de juiste papieren te laten zien. “Welke papieren?” Hij loopt naar een chauffeur en laat mij een gestempeld formulier zien “Chamber of Commerce for Agriculture”. Hoezo, Chamber of Commerce?… wij hebben geen bedrijf… en al helemaal niet in Agriculture… wij zijn gewoon toeristen! Dus wij komen niet met handel uit de Casamance (Zuid Senegal)? Nee… wij zijn niet in de Casamance geweest… ‘to dangerous’! “You are right… they are or enemy! Zegt de man in de gele jurk”. Ik vertel hem dat ons was afgeraden om naar Gambia te gaan en dat wij juist daarom hebben besloten om het zelf te gaan bekijken en ervaren. “You did a good thing… I arrange a place for you on the boot!” En in dezelfde seconde begint de boot aan onze kant te laden. Het allerlaatste plaatsje is precies groot genoeg voor ons… en dus kunnen wij nog van deze overtocht gebruik maken. Ditmaal nemen we plaats op het dakterras van de boot en maken we wel een foto. Het was rustig in de haven en niemand valt ons lastig op de boot… maar de keerzijde is, dat de beelden minder chaotisch, minder kleurrijk en minder gezellig zijn dan tijdens onze overtocht richting Banjul! Je kunt niet alles hebben in het leven… Eenmaal aangekomen aan de overkant, rijden we nog een paar kilometer naar “Eddy’s”. Wat een gezellig en sfeervol ding moet zijn om te overnachten is een vervallen plaats met slecht avondeten en een nog slechter ontbijt. Ach… we vertrekken toch vroeg in de ochtend!
3 november 2009 Farafenni – La Petite Cote – 197km Honderd telefoonnummers!
Als ik mijn ogen open doe, denk ik maar één ding: zo snel mogelijk weg uit deze muffe ruimte. Eenmaal buiten staat ons ontbijt al klaar op de binnenplaats. Vieze thee en koffie, droog brood en een pakje boter. We laten alles staan, rekenen af en vertrekken. Zijn we op tijd aan de grens. Net voor de grens moet ik nog met de hele papierhandel langs een politiepost. Daar staan vijf beambten om me heen die me van allerlei kanten vragen stellen. Ik vraag tot wie ik me moet richten en vertel over onze reis en over ons geweldig verblijf in Gambia. Het wordt stil in de ruimte… ik zie slechts nog vijf stralende gezichten met een trotse glimlach. Het wordt een informele bende: één van de politieagenten wil nog graag een Nederlandse vrouw… of ik nog een leuke zus of een leuke vriendin heb? Tuurlijk… een hele leuke zus en veel leuke vriendinnen, maar die zijn allemaal bezet! Of ik nog medicijnen heb voor de borst, voor de hals of voor de benen? Want de een heeft pijn in de keel na het zingen en de ander wil graag harder kunnen lopen. Ik adviseer de een om een ander te laten zingen en zelf te gaan dansen en de ander om minder hard te lopen en het tempo aan te passen aan alle anderen mensen in West Afrika. Na veel gelach en het in ontvangst nemen van vijf adressen en telefoonnummers (ze willen allemaal graag contact houden) mag ik vertrekken. Nog anderhalve kilometer tot de grens.
Aan de Gambiaanse kant krijg ik bij immigratie binnen 10 minuten de stempels om het land te verlaten (gratis)… na het in ontvangst nemen van drie adressen en nadat ik de enige vrouw in functie moet laten weten hoe ze een professioneel fotomodel kan worden. Bij de douane zit een wat meer autoritaire man, die mij direct bij binnenkomst zegt dat hij slecht gehumeurd is omdat hij nog niet heeft ontbeten. “Dan kunnen we elkaar de hand schudden, roep ik, “want het ontbijt bij Eddy’s was niet te vreten…geen wonder dat die man zelf in Engeland zit”. De beambte lacht en geeft me een exit stempel op het carnet, dat ik mag houden als herinnering aan een rit door zijn prachtige land. Hij belooft me zijn superieur in Banjul te bellen (die ik bij binnenkomst plechtig had beloofd dat ik 5 november 2009 bij zijn grenspost terug zou komen) om hem mijn hartelijke groeten te geven. Op naar de Senegalese kant. Entreestempels krijg ik binnen 5 minuten (gratis) en het Carnet de Passage, geldig voor 10 dagen, moet ik aankopen voor 2500 CFA (4,5 euro). Geen geld voor het papierwerk dat hij ervoor moet verrichten. Binnen een half uur zitten wij weer in Senegal op naar de Kleine Kust. We slapen weer bij Bassari, waar Madame en Omar helemaal blij zijn om ons terug te zien. Een heerlijk terras en een goed bed… en een prachtige zonsondergang!
4 november 2009 naar Lac Rose – 197km Isabelle is jarig- feest in de dierentuin!
Vandaag is Isabelle jarig… ze wordt 2 jaar. Jammer dat ik er niet bij kan zijn… ze leert in korte tijd zoveel… ik zou haar graag weer eens zien… tante bedje! Onze reisdag naar Lac Rose wordt kort en dus besluiten we op het terras met uitzicht op zee uitgebreid te ontbijten en nog even wat te lezen en te computeren. We vertrekken tegen het middaguur, zodat we precies tijdens de lunch in het Bandia National Parc zijn. Daar genieten we van een heerlijke pizza aan de waterpool in gezelschap van krokodillen, lizzards, vogels en apen. De mensen in de bediening herkennen ons gelijk en verzorgen ons nog beter dan tijdens ons eerste bezoek een aantal dagen geleden. Grappig… vroeger wilde ik liever niet twee keer op een zelfde plek zijn, maar tijdens deze reis ontdek ik toch de charme van ‘het weerzien’. Ook de rit van het Parc naar Lac Rose is ons bekend… maar toch zien we weer hele andere dingen. De dorpen die we passeren zijn ook nog zo authentiek en de mensen zo vriendelijk! Als we bij Lac Rose de camping op komen rijden komt Daouda al aangerend… met een grote glimlach… of hij weer patatjes voor ons mag maken… Weer een weerzien… en weer een feest… Het is tenslotte Bellie haar verjaardag!
5 – 6 november 2009 Dakar – 60 km Met de backpack naar Dakar!
Aan het Franse gezelschap dat we op de veranda van Ma Petite Camarque treffen vragen we of het de moeite waard is om naar Dakar te gaan. “Un jour… est sufie ! Beaucoup des voitures, beaucoup des motos et beaucoup des marchants qui veulent vendre tous! C’ est très fatigué à Dakar!
Van niemand hebben we nog goede berichten gehoord over Dakar. Maar onze ervaring is inmiddels dat je alles zélf moet ervaren! En dus willen we naar Dakar… zeker nu we zo dicht in de buurt zijn. Binnen een kwartier heeft Jacky (de bazin van de camping) onze reis geregeld. Een Auberge, een gids voor een rondleiding over Ile Gorée en een taxichauffeur, omdat zeker niet met onze eigen auto gaan, maar per openbaar vervoer en met een kleine backpack. Vertrek stipt 07.00 uur.
En precies om 07.00 uur arriveert er een ‘barrel’ van een auto voor de veranda van de camping. Een blauwe Peugeot 309 met krassen, deuken, portieren en ramen die niet meer sluiten en een interieur dat niet meer te herleiden is naar een standaard interieur van een auto. We gaan meteen op weg… in de ochtendglorie genieten we van alle opstartrituelen in en rondom de dorpen tussen Lac Rose en Dakar. Vlak voor Dakar komen we in een enorme file terecht. Volgepakte bussen, volgepakte auto’s en legio brommertjes rijden kriskras door elkaar om alle gaten te benutten om zo snel mogelijk voorwaarts te komen. Ronald is geïntrigeerd door de omgeving en wil onze chauffeur ook als gids laten functioneren. Dat doet hij blijkbaar niet dagelijks, want rijden en vertellen gaan niet samen. Met een flinke gang knalt onze auto tegen een voorganger op die net gestopt is. Shit… hebben wij weer. Betrokken bij een auto-ongeluk! Beide chauffeurs stappen uit, bekijken de schade (die niet te herleiden is tussen alle andere deuken), geven elkaar een hand en rijden weer verder. Daar zijn wij mooi zonder kleerscheuren afgekomen. Eenmaal in Dakar weet onze chauffeur echt niet waar we zijn moeten en zo krijgen wij nog 45 minuten een (gratis) sightseeing door de stad. Als we bij onze Auberge komen, weet Dédé (de manager) helemaal niet dat we een kamer hebben gereserveerd. Ze drukt ons binnen 15 minuten weer ‘de tent’ uit met de opmerking dat onze kamer wel klaar zal zijn als we terug komen. En zo druipen we af…
We nemen een taxi naar de haven om de boot te pakken naar Ile de Gorée, want dat schijnt een fantastisch eiland te zijn. We kopen een kaartje en kunnen direct laden. De boottocht tussen bijna alleen maar lokalen is geweldig. Vooral de vrouwen zien er prachtig uit in hun kleurrijke jurken. Het eiland is pittoresk, kleurrijk en goed te overzien en dus lopen wij zonder de gids de heuvel op tussen allerlei stallen met kunststukken. Hier moet je eigenlijk ‘tig’ stukken kopen… want het zijn fantastische werken om cadeau te geven aan anderen… In Nederland onbetaalbaar en hier 20 tot 40 euro. We genieten van zon, zee, koloniale gebouwen en uitzicht op de skyline van Dakar.
Als we terug komen op het vaste land, nemen we een taxi naar de binnenstad. Als we uitstappen hebben we binnen 3 minuten volledig ‘merchandising Dakar’ op ons dak. Of we schoenen willen kopen, sokken, broeken, t-shirts, brillen, handdoeken, poppetjes, muziekinstrumenten, onderbroeken, zakdoeken, tijdschriften, geurtjes en wat ik allemaal nog vergeet te noemen. Na een half uur is Ronald het helemaal zat en strijken we neer in een restaurantje waar we nog minimaal 2 uur moeten wachten voor ze een diner willen serveren. Ook daar worden we weer ‘lastig gevallen’ door verkopers… Houdt het dan nooit op?
Na het eten bestellen we voor de deur een taxi, die ons in de wijk van onze Auberge afzet. We lopen het laatste stuk… door het donker… maar in een rustige buurt waar we ons veilig voelen en niet het idee hebben dat we op onze spullen moeten passen. We slapen samen in een kamer met vier stapelbedden… hadden we nog zes mensen van straat mee kunnen nemen!
De Auberge is spotgoedkoop, spotless en zit vol met backpackers van middelbare leeftijd. Als ik vraag om een ontbijt voor twee personen, verwijst de mevrouw van de keuken mij naar een grote tafel op een zandvloer in de vide. “maar ik hoor niet bij die groep…” zeg ik nog heel naief. Een paar minuten later zitten we tussen 12 andere gasten… die ook niet bij elkaar horen. We eten een droog broodje en drinken een kopje thee en vertrekken per taxi naar het noorden van het gebied rondom Dakar. We gaan naar Ngor en Joff en strijken neer op een schattig hoog gelegen terras met uitzicht op een zandstrand, een veerbootplaats en in de verte een eiland waarvan we ook alle activiteiten op de kustlijn kunnen aanschouwen. Een prima plek om te vluchten uit de drukte van Dakar. We zien complete kuddes geiten de zee in getrokken worden voor een wasbeurt, een zwarte jongen die zijn pas geleerde kunsten vertoont op zijn surfplank, kinderen in een oude boot likkend aan een ijsbol in plastic en mannen die de onderkant van hun boot nog proberen te repareren. Wat een fantastische ochtend! We lopen terug naar de bewoonde wereld en halen onderweg bij een super moderne bakker een warm broodje. Na onze lunch langs de straat, houden we een taxi aan om ons terug te brengen naar Lac Rose. Een peulenschil: binnen 5 minuten hebben we een taxi die de rit van 60 km aan wil… en ook nog voor een redelijke prijs. Een supertaxi: het wordt een comfortabele rit… en we zijn twee keer zo snel ‘thuis’ dan we in Dakar gekomen zijn. We doen rustig aan, want morgen is de dag waar we al zo lang omheen draaien. Sjoerd arriveert met de rally Heroes Legend ergens aan dit meer… als we elkaar maar tegen gaan komen!
7 november 2009 naar Lac Rose Het wachten wordt beloond… Hero Sjoerd arriveert!
We zijn al vroeg wakker, maar besluiten het rustig aan te doen. Sjoerd rijdt vanochtend weg uit St. Louis … een rit waar wij vijf uur over gedaan hebben. Maar… rekent Ronald mij voor… als Heroes Legends een rally is, dan kunnen ze op z’n al om 11 uur bij ons zijn. ‘Bij ons’… alleen nog ff de vraag waar ‘bij ons’ is… dat kan overal rond het meer zijn! We ontbijten, ruimen onze spullen op en klappen de tent in. Als ik om half 11 nog uitgebreid onder de douche sta hoor ik een paar helikopters over vliegen. Zouden ze er zijn? Shit… ik moet opschieten… aankleden en in de auto… een rondje rond het meer om te kijken of we ergens een ‘finish’ zien. In de verte hoor ik Ronald ‘schreeuwen’: “Niek, de finish is voor de ingang van de camping en de eerste motoren komen NU binnen!”. Ik kleed me snel aan en zonder mijn haar te doen of make-up op te smeren ren ik naar buiten. Shit… ik wil ook nog een ‘bokaal’ voor Sjoerd kopen. Een herinnering aan deze bijzondere ontmoeting. Gelukkig komen de ‘merchandisers’ er al aan en heb ik binnen 10 minuten een schilderij met het embleem van Afrika in zand. Met een stift beklad ik de achterkant met mijn naam. Zo… ik ben klaar voor onze ontmoeting. Volgens de organisatie komen de eerste auto’s over twintig minuten binnen. Of ik weet in welke auto Sjoerd rijdt… geen idee. Of ik weet welk nummer de auto heeft… geen idee. Of ik weet bij wie Sjoerd in het team rijdt… geen idee. We zien wel.
Maar lang hoeven we niet te wachten, want uiteraard arriveert Sjoerd in de voorhoede van alle deelnemende voertuigen. Het is super om Sjoerd te zien, helemaal vol van deze adrealine-tocht door ‘the dessert’. Wat een moment en wat een plek om elkaar een dikke knuffel te geven. Van een goed gesprek komt het niet… we hebben allebei gewoon te veel om te vertellen en de rally is in volle gang. Zaak om hier optimaal van te genieten. Voor Sjoerd ‘de euforie’ van het einde van een fantastische rally, voor ons een energieke en bijzondere dag in onze reis. Zoveel 4×4 voertuigen… en zoveel echte 4×4 freaks, zoveel enthousiasme voor een geweldig Event. Als Sjoerd en alle andere deelnemers nog een rondje om het meer rijden, gaan wij met onze wagen rechtstreeks naar de finish. Waar voor een paar uur terug nog niemand van de lokale bevolking wist van deze rally (want hoe vaak hadden we er al niet naar gevraagd… iemand moest toch iets weten van z’n groot event) is het nu een drukte van belang! Overal lopen Afrikaanse mannen en vrouwen met allerlei soorten handel. De jongen waarvan ik om 11 uur een schilderij had gekocht, zag zijn kans waar. Rond 13.00 uur had hij het logo van Heroes Legend nagemaakt in een zandschilderij. De eerste prijzen lagen op 50 euro… maar zakten na verloop van tijd naar 35 euro en 20 euro… daar waar een schilderijtje normaal 5 euro kost. Wat een fantastisch intermezzo! Wat een slimme actie!
Als elke auto officieel gefinisht is, gaat de hele groep naar een ‘campement’ voor een uitgebreide lunch om daarna door te rijden naar Dakar. En hoewel we van harte uitgenodigd worden om mee te eten, besluiten we om naar ons eigen campement te gaan, anderhalve kilometer verderop. Dit is de rally van Heroes Legend, met hun organisatie, hun deelnemers en hun familieleden. Sjoerd moet genieten met de mensen waarmee hij 14 dagen heeft afgezien. Wij treffen elkaar wel weer in Nederland! We gaan terug naar Ma Petite Camarque, we downloaden de foto’s en maken ons op voor onze volgende reis…. Op naar Mali!
8 november 2009 Lac Rose – Tambacounda – 432 km Nog één dagje Senegal!
Het is nog donker op de camping… we zijn allebei niet goed in afscheid nemen… en dus vertrekken we met de ‘stille trom’. Het is weer zondag… en dus hebben we nog een kans om de zondagmis bij te wonen bij Keur Massau. We weten inmiddels waar het is (want we hebben het een aantal weken geleden niet gevonden), maar besluiten door te rijden richting de grens. Het wordt een lange dagreis, waarin we nog volop genieten van de natuur, de mensen en de kleuren van Senegal. We zakken af naar het zuiden… naar Kaolack… een route die we inmiddels goed kennen. Rond 16.00 uur vinden we het mooi geweest en stoppen we bij een klein hotelletje met hutjes als kamers. Eindelijk weer een keer een fatsoenlijke douche en een fatsoenlijk bed. Morgen rijden we weer vroeg verder!
9 november 2009 Tambacounda – Torodo – 581 km Bienvenue a Mali!
Als we om half 11 in Kidira aankomen, staat Bamako fantastisch aangegeven: hier moeten we rechtsaf. Een slagboom hindert onze doorgang en dus stap ik met de hele papierhandel uit om bij de politie onze stempeltjes te halen. Onder een van hout en riet gemaakte veranda zitten twee chagrijnige politieagenten, die mij zeker niet verder willen helpen. Vanuit hun stoel wijzen ze richting de straat waaruit we gekomen zijn, waar we vervolgens twee kilometer naar rechts moeten. Teleurgesteld, beduusd en echt niet wetende welke kant wij nou uit moeten, stap ik terug in de auto. Zo dolen we een tijdje door Kidira… een echte grensplaats met veel winkeltjes en legio mensen, auto’s, brommers en grote vrachtwagens. Potverdorie… dat we dit leuke Senegal nou op deze manier moeten verlaten… ik heb er een kater van. Dan verschijnt er opeens een man op onze treeplaat, die ons de juiste weg wijst (tussen alle omleidingen door) naar de grenspost van Senegal. Zonder problemen krijg ik de exit stempels in onze paspoorten! Maar… ik moet terug naar de politieagenten voor het afstempelen voor het carnet. Hoe enthousiast ik daar ook weer verschijn, de beambten blijven even chagrijnig en nemen alle spullen van mij af en drukken mij de deur uit zonder te groeten. Ook goed…op naar Mali!
In colonne rijden we achter een aantal grote vrachtwagens over een brug richting Bamako. Bij een slagboom stap ik uit met al onze papieren, in de veronderstelling alles te moeten laten zien om Mali in te komen. Maar alle beambten zijn aan het eten en ze wenken me dat we nog veel verder door moeten rijden. Langzaam rijden we door tot aan een gebouw dat er uit ziet als een overheidsgebouw. Binnen gekomen kan ik daar inderdaad een carnet voor de auto op laten maken. Achter een eenvoudige tafel zitten vijf jonge knapen, die allemaal kijken hoe één persoon tot twee keer toe foutieve papieren opmaakt. Pff… wat zonde van de tijd… maar… één groot voordeel van onze reis: wij hebben geen haast. Weer rijden we door… nog steeds geen entree stempels in onze paspoorten. Als we er maar niet voorbij zijn. Bij de volgende slagboom kan ik die gelukkig halen… eindelijk… wat een onduidelijke (maar super gemakkelijke) grensovergang. Nu kan onze reis door Mali echt beginnen.
Artikelen (RSS)