Mali

9 november 2009 Tambacounda – Torodo – 581 km Bienvenue a Mali!
Het wordt een fantastische rijdag. De route is volledig van asfalt, door een geweldig groene omgeving, met vennen en allerlei soorten dieren. De mensen zijn vrolijk en enthousiast. De kinderen zwaaien allemaal. Als we rond 18.00 uur zien dat het al duister begint te worden, gaan we op zoek naar een ‘bushplek’, die we snel daarna vinden. En zo liggen wij om 19.00 uur al in onze nestjes… moe, maar voldaan, genietend van een zeer rustige bushplaats!

10 november 2009 Torodo – Bamako – 281 km In de drukte van West Afrika!
De sterren staan nog aan de hemel, maar het wordt al bijna licht. We staan op, klappen de tent in en zijn vroeger dan vroeg op pad. En dat terwijl het nog maar een klein eindje is richting camping de Cactus in Bamako. We rijden in de ochtendspits door de hoofdstad van Mali, door de rustigste, schoonste en gezelligste wijken van de stad. Wat een super aanrij route. Als we bij één van de twee bruggen komen, begrijpen we wat iedereen bedoeld met ‘de drukte in Bamako’. Naast ons rijden echt honderden brommertjes, lopen honderden mensen met bagage over de brug naar de andere kant van de stad aan de overkant van de rivier. Afslaan naar rechts is onmogelijk (door alle brommertjes en voetgangers)! Op ons richtinggevoel rijden we richting de Cactus, waar we Henk Jan en Maureen misschien weer ontmoeten. We hebben ons veel voorgesteld van de komende dagen… en daardoor is de aankomst wellicht een teleurstelling. De camping komt op ons over als ‘vergane glorie’. Maar dat kan ook komen door het moment van onze ontmoeting met André en Joan. Ze hebben net drie personeelsleden ontslagen en een vaste kracht is al drie dagen niet op zijn werk verschenen. André en Joan zijn zelf te oud om alles op orde te houden… moeten zij dit nog wel willen?

11 november 2009 Bamako – Honderden mensen, brommertjes & verkeersdrempels!
Zus is jarig! Ik trek een extra vrolijke outfit aan, nog net geschikt voor een praktische dag in de hoofdstad van Mali. We laten ons met de taxi naar de ambassade van Burkino Faso brengen, waar een visum voor het land nog dezelfde dag geregeld wordt. We drinken een kop koffie bij vrienden van Joan en maken een planning voor de dag. Vervolgens rijden we door naar het National Museum, waar we genieten van een fantastische fototentoonstelling, die een goed beeld geeft van het leven in Mali. Daarna brengt de taxichauffeur ons naar een uitzichtspunt, waar de stad, gescheiden door de rivier de Niger, super zichtbaar is. Op de craftmarket koop ik twee echte Afrika-stoeltjes voor mijn vriendin Jeannette. Die heb ik haar beloofd op haar 40ste verjaardag… echter ze zijn zo leuk, dat ik nog niet weet of ik er bij thuiskomst wel afstand van kan doen. Rond half vier rijden we via de ambassade van Burkina terug naar de camping waar we twee andere ‘overland-stellen’ ontmoeten. Een Engels en een Nederlands echtpaar… super gezellig! Joan maakt voor ons een steak, franse frieten en geflambeerde bananen… de meest lekker maaltijd sinds tijden. Tja… wordt het net gezellig… gaan wij weer weg… daar hebben wij inmiddels ‘een abonnement’ op

12 november 2009 Bamako – Ségou – 253 km ‘Het voelt hier als THUIS’!
En weer zijn we vroeg op pad. Na een afscheid van André en Joan, de Engelsen en de Hollanders… allemaal vroeg gewekt door het kraaien van de haan… en door ons…. De Dutchies die vandaag de drukte gaan verruilen voor Ségou! “There is something about Ségou…” en als je binnen rijdt dan weet je wat! Schoon, sfeervol, kalm, hartelijke mensen… absoluut niet opdringerig. Wat een geweldige omgeving om je te mengen tussen de bevolking en een echt gesprek aan te gaan! We komen terecht in L’Auberge… een onderkomen waar 4×4’s voor de deur geparkeerd staan en reizigers de bar vullen. Op de gezellige binnenplaats hangt een serene rust. Hier komen we ‘de winter’ wel door.
Rond 15.00 uur lopen we het dorp eens in… langs shopjes met houten artcraft spullen, met ontelbare doeken met Afrika-prints, met boetiekjes met naaimachines en tientallen mannelijke ‘coupeuses’ aan het werk met prachtige ‘couture’. Toevalligerwijs belanden we in een echte ‘woonwijk’, waar tussen twee straten een trouwerij gevierd wordt. De vrouwen zijn prachtig, met hun haar in de plooi, make-up op hun gezicht en fantastische oranje jurken. Ze betrekken me bij dans en zang! Het ritme werkt aanstekelijk en geeft kleur aan een frivole middag. We eindigen onze voettocht 200 meter van ons hotel aan de ‘kade’ van de rivier. Wat een bedrijvigheid!

Als ik op de pier loop en naar de rivier beneden mij kijk, zie ik vier jongetjes in hun blote billen en blote piemeltje hun eigen broeken wassen in de rivier. Met veel lol en ferme klappen slaan ze hun kledingstukken tegen het water. En hoe meer dat opspat en hoe natter ze zelf worden, hoe meer plezier ze uitkraaien. Als ze me zien, slaan ze hun broekje beschaamd voor hun geslacht en beginnen keihard te lachen en te zwaaien. Dit zet je niet op een foto… maar wat een plaatje. Die had ik zo kunnen verkopen aan Lonely Planet! Links van de pier ligt een ijzeren ‘ponton’ waarop een grote groep jonge knapen mijn aandacht trekt. Ze roepen van alles en dus besluit ik hun kant op te gaan. Via de kant en een grote loopbrug bereik ik het gezelschap waar ik heerlijk tussen ga zitten. Tientallen vragen worden op mij afgevuurd… educatief en cultureel… heel grappig… een minischooltje tegen het einde van de middag. Als ik opsta wordt ik deskundig naar de droge kade geëscorteerd. Wat een ongedwongen sfeer… we staan met onze benen midden in de leefwereld van deze mensen. Ze laten ons dichtbij, laten ons met rust en gaan ongegeneerd verder met de drukte van alledag. Wat een onbeschrijflijke ervaring! Wat een heerlijk dorp! We sluiten de dag af met een heerlijk diner in onze ‘eigen tuin’. Ségou kan niet meer stuk!

13 november 2009 Ségou Wat je uitstraalt, krijg je terug!
We slapen uit, genieten in de tropische tuin van een heerlijk ontbijt en besluiten een boot-tocht te doen naar de andere kant van de rivier. Het lijkt mij leuk om de twee jongetjes mee te nemen die ik gister gedurende onze wandeling diverse keren heb ontmoet en die ik vanmorgen voor het hotel heb zien staan. Als ik het ze voorstel, beginnen hun ogen helemaal te glimmen! We stoppen hun schoenenpoetsuitrusting in onze auto en lopen naar de kade. Daar regelen we een piroque, een schipper en een gids. We stappen met onze twee kinderen in een prachtig gedecoreerde, slanke, lange boot waar toch zeker 20 mensen in plaats hadden kunnen nemen. Het wordt een boottocht over de rivier van 7 km, naar een klein dorp aan de overkant. De jongens genieten met volle teugen… zitten dicht tegen elkaar aan en wijzen naar van alles in en rondom de rivier. Zo dicht bij hun eigen huis en ze zijn hier nog nooit eerder geweest.

Aangekomen aan de ‘andere kant’ stappen we terug in de tijd en maken we een rondwandeling van een uur door een openluchtmuseum. Alles is fotogeniek: de opa met het kleinkind aan de hand, de vrouwen met de kinderen op hun rug en bagage op hun hoofd, de kleine meisjes die al van alles op hun bolletje dragen, de huizen, de binnenplaatsen, de dieren, het handwerk voor het maken van eten en potterie…alles is een plaatje! Kinderen scharen zich achter ons en Ronald heeft handen tekort om iedereen die dat wil vast te houden. Als de wandeling ten einde is en we het laatste deel van de route richting onze piroque lopen, pakken zelfs ‘onze kids’ Ronald’s hand vast…twee jongens van 12 en 13 jaar en nog zo naief. Zo dankbaar voor dit uitje, een fles water en een paar chocoladekoekjes… nog net op tijd terug voor ze naar school moeten.

In de middag breng ik mijn broek naar de kleermaker, praat met jonge mannen en vrouwen uit het dorp en kijk nog naar een paar souveniers die ik graag wil hebben… Een uur voordat het donker haar intrede doet, lopen we nogmaals naar de rivier. Veel minder activiteit dan gister, toen wij ons fototoestel waren vergeten… maar nog steeds fantastisch!
Mannen en vrouwen in schone & sjieke kleding… helemaal into style voor de vrijdagavond… ‘the main prayer day’! Als we terug lopen richting onze Auberge merken we hoe snel we opgenomen zijn door de bewoners van dit dorp. Als ik aan de directeur van het hotel vertel dat we het hier zo bijzonder vinden zegt hij… “dat komt om wie jullie zijn en wat jullie uitstralen…dat krijgen jullie terug van onze mensen… de goedheid die ik jullie hier de afgelopen dagen zie brengen”. Maar … daar hoeven Ronald en ik geen moeite voor te doen. In Ségou gaat dat gewoon vanzelf… “There is something about Ségou!”.

14 november 2009 Ségou – Djenné – 297 km ‘The biggest mud building in the World’!
Jammer dat we Ségou verlaten…maar we willen ook graag door naar de lemen moskee in Djenné, een Unesco Werelderfgoed. Als we nog geen vijf minuten buiten zijn, worden we overvallen door zeker zes mensen die wat van ons willen. Bij Ronald komt het stoom uit de oren, dus ik probeer hem af te schermen en richting het terras van ons hotel te loodsen. Iemand wil ons gidsen in Djenné, iemand wil ons gidsen in Dogon, iemand wil ons Kola Nuts verkopen, bij twee mensen moeten we nog in hun ‘Boutique’ kijken en onze twee vriendjes willen afscheid nemen voor ze naar school gaan. Na het ontbijt staan we ze één voor één te woord, geven nog wat cadeautjes weg en ik krijg Ronald zelfs nog zo ver om twee houten stoeltjes te kopen.

Om half 10 zijn wij weer en-route door een landschap dat we al van Mali kennen. De omgeving groen, veel dorpen, veel verkeersdrempels, veel vennen, veel vee langs de weg (vooral koeien) en prachtige trajecten door ‘De Weerribben”. Nadat we 1.500 CFA hebben betaald om ‘het toeristisch gebied’ in te mogen, komen we in een verlaten offroad-gebied uit. Net als we de weg willen vragen, zien we om de bocht een veerboot staan. Dat is het pontje die ons naar Djenné moet brengen. Weer geluk… we kunnen er gelijk op rijden. Dat zijn dan van die momenten waar je van wilt genieten (heerlijk op het water), maar wat niet mogelijk is omdat je wordt belaagd door mensen die hun kans waarnemen om je wat te verkopen. Tja… en dan kun je geen kant op! Als ik één keer hardop roep dat wij al een hotel en al een afspraak met een gids hebben, wordt het ongedwongen ‘gezellig’! De mensen zijn allemaal even vrolijk, vriendelijk en gastvrij en voorzien ons van veel relevante informatie.

Na de overtocht rijden we nog een mooi stukje en dan steken we rechtstreeks Djenné in. Een brommertje komt naast ons rijden en vraagt ons waar we verblijven. Zonder dat we erom vragen of het nodig hebben, rijden ze ons voor… we parkeren de auto naast ‘het hotel’ tegen een vuilnisbelt en een open water… wat een zooi! Eenmaal binnen is de kamer net een kelder en de badkamer een uit de kluiten gewassen toilet. Maar goed…we willen graag midden in de stad zitten. De jongens van de brommer zijn ons (uiteraard) niet vergeten en zitten op de binnenplaats op ons te wachten. Of ze ons morgen door de stad mogen gidsen voor 20.000 CFA’s (30 euro). Als ik hem zeg dat wij rust willen (mijn lijf begint rood uit te slaan en alles begint te jeuken), respecteert hij dat en zegt ons bemoedigend dat hij morgen om 08.00 uur terug zal komen om ons antwoord te horen…

Zondag 15 november 2009 Djenné ‘Hellup… Djenné zit in mijn lijf!
We zijn al aan het ontbijten als Gouro binnen komt lopen. Ik wenk hem naar onze tafel en vraag hem opnieuw wat hij wil hebben voor een ‘Guided Tour’ door Djenné. Als hij bij zijn 20.000 CFA’s blijft, doe ik hem in een klein toneelstukje voor wat voor een prachtig beroep hij heeft: die van tour-guide! Ik speel de gids uit Ségou, die gezellig bij ons in de boot stapte, heerlijk onderuitgezakt op een bank genoot van de 45 minuten durende boottocht, ons hier en daar wat aanwees en ons wat toeriep, en imiteer de wandeling over het eiland langs al zijn vrienden & relaties. Daarna beschreef ik zijn outfit… hippe gympen, spijkerbroek en T-shirt… allemaal gekregen van toeristen. En dan nog 5.000 CFA’s opstrijken, terwijl de man hier in het hotel maar 2.500 CFA’s per dag verdient, en om 05.00 uur al in de weer is voor zijn gasten en om 00.00 uur pas naar bed gaat nadat alles van zijn gasten is opgeruimd…
Gouro ligt in een deuk van het lachen en neemt ‘de klus’ aan voor 6.000 CFA’s: voor ons net geen tientje. Zijn we allebei blij!

Het wordt een fantastisch toer, door een labyrint van steegjes, langs waterbronnen, langs bakkerijtjes, langs huizen opgetrokken in diverse bouwstijlen, langs Koraan scholen, we komen thuis bij gezinnen, lopen dwars over het voetbalveld waar alle jonge spelertjes ons ‘high five-en’, komen langs de rivier waar tientallen vrouwen hun was doen en staan zeker op vijf daken om de stad van alle kanten van bovenaf te kunnen aanschouwen. Op de terugweg loopt hij langs het huis van onze hoteleigenaar, die daar is tijdens zijn pauze en ons enthousiast toeroept dat we toch nog een nachtje kunnen blijven… “Vraag maar naar kamer nummer vier!”. Eenmaal terug op de binnenplaats, zijn er inderdaad veel gasten bijgekomen. Wij dachten dat het een ‘truc’ was… om ons te zeggen dat we maar één nacht konden blijven, dat we vandaag de auto mochten laten staan en dat er nu toch nog plaats voor ons is…. Maar we vergissen ons… het hotel is mutje vol… Zoals voorspeld: want morgen is het maandag, dé maandag om Djenné te bezoeken. Dan is er markt vlak voor de grootste uit modder opgetrokken moskee in de wereld.

Het was een fantastische ochtend, maar ik ben blij dat ik in de schaduw kan zitten. Ik ben gisteravond met veel huiduitslag naar bed gegaan en heb de hele nacht liggen krabben en heb dus geen oog dicht gedaan. De tour met Gouro was een welkome afleiding, maar met dat het gedurende de dag warmer wordt, wordt de jeuk erger, begin ik harder te krabben en worden de strepen, bulten en blaren groter! Ik neem een koude douche, maar het helpt niet! Het personeel van het hotel is erg begaan met mijn lot en iedere bewoner van het dorp die even komt ‘socializen’ wordt het probleem voor gelegd. Een jonge knaap weet een ‘Klazien Oet Zalk Recept’ en niet lang daarna komt de hoteleigenaar met een emmer met smeersel. As gemengd met zand, azijn en chloor… dat moet ik onder de douche maar eens op mijn lijf smeren. Dus dat doe ik! Na tien minuten met het goedje op mijn lijf onder de ventilator te hebben gestaan, douche ik het af… en ik heb drie uur geen jeuk meer! Maar… zoals moeders altijd zegt: “prijs de dag niet voordat het avond is…”. De komende nacht zal ik weer liggen krabben en weer geen oog dicht doen!

Maandag 16 november 2009 Markt in Djenné
Het is maandag… alle toeristen zitten vroeg aan het ontbijt en maken zich op voor bezoek in vogelvlucht door Djenné. Wat heerlijk dat wij de tijd hebben om alles rustig aan te doen. We hebben de moskee en het dorp al uitgebreid gezien, hebben al vrienden gemaakt met de bewoners en gaan alleen nog maar naar de markt. Die mogen we van ‘onze vrienden’ bekijken vanaf een dakterras, welke geweldig zicht geeft op de aanvoer van kramen en producten. Maar ook al is het pas half negen, de zon is al geweldig op kracht en op het dak is geen schaduw. De jeuk neemt met het kwartier toe, dus we besluiten de markt vanaf de grond te verkennen. Tot ik de bibliotheek zie, die we nog niet hebben bekeken en die ook een dakterras heeft…. En zo zitten we na een korte rondleiding langs maquettes en boeken op het enige ‘schaduwdakterras’ van de stad! Rond 13.00 uur hebben we het wel gezien. We keren terug naar ons hotel om te lunchen, maar treffen een binnenplaats vol met nieuwe gasten. We stappen in de auto en vertrekken richting de veerboot, waar we net voor het pontje een zandkasteel hebben gezien met een enorme tuin. Daar kunnen we vast kamperen. Toch in Djenné, maar lekker rustig buiten de stad aan de rivier met veel vertier!

We zijn super welkom bij Shandal, een jonge vrouw die Nederlands, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Zweeds en alle dialecten van Mali spreekt. We zetten onze auto in de tuin en zakken neer op haar grote terras aan de rivier vol rotantafeltjes en stoeltjes. Binnen vijf minuten krijgen we de eerste glaasjes thee aangeboden en voor we het weten wassen de twee hulpjes van Shandal onze auto. Het is vroeg donker in Djenné en dus beginnen we ook vroeg met het koken van ons eigen potje: gebakken aardappelen met doperwten en worteltjes. Ik was mijn ontstoken huid met een fles bronwater en kruip vroeg in mijn nest. Als ik bijna in slaap val, hoor ik naast de wagen een stem: “Madame, are you ok?”. Het is Gouro, onze gids, die nog even komt informeren of het wel goed gaat met mijn allergie. Wat een schat… helemaal op de brommer van Djenné naar de camping bij het veerpontje… daar zit vast nog een staartje aan…

Dinsdag 17 november 2009 Djenné Goedkoop vermaak!
We ontbijten op de veranda van Shandal en kijken uit over de rivier waar piroque-jes met oude mannetjes, werkende jonge vrouwen en spelende kinderen langs varen. Allemaal met een grote glimlach op het gezicht en een vrolijke groet richting onze ontbijttafel! Shandal zit vol verhalen… heeft psychologie gestudeerd, heeft over de hele wereld gezworven, spreekt tig talen, heeft al in het IJshotel in IJsland geslapen en heeft een gezin gesticht met een echte Malinese Toureq (nomaad). De afgelopen jaren heeft ze gewerkt aan het zandkasteel, waar ze nu met haar gezin woont en waar wij nu in haar tuin te gast zijn. We mogen op het dak van het kasteel slapen, van haar douche en haar personeel gebruik maken en genieten van haar met smaak ingerichte open woonkamer. We praten bijna tot aan het diner, hetgeen we weer zelf klaarmaken. Na het eten toont Gouro opnieuw zijn gezicht. Hij heeft een gids voor ons gevonden die ons door Dogon kan leiden… Bebé is een echte Dogon-inwoner en heeft zojuist de Baobap-groep uit Nederland begeleid. Hij is in Djenné en als we willen kunnen we hem morgenvroeg voor vertrek nog spreken. Praten kan altijd… zeker in onze ‘eigen achtertuin’ … dat is lekker rustig (zonder te veel omstanders)… en dus maken we een afspraak voor morgen na het ontbijt.

18 november 2009 Djenné – Bandiagara – 164 km Zware onderhandelingen!
We zijn al vroeg op, maken alles klaar voor vertrek, ontbijten op de veranda en zijn om half negen helemaal klaar voor ons bezoek. Daar zitten we dan, Gouro, Bebé, Ronald en ik, lekker uitgerust in een gezellige rotanzit op het grote terras aan de rivier. Wat een plek om te onderhandelen over onze volgende ‘highlight’ in Mali. Gouro introduceert zijn grote vriend Bebé, een inwoner uit het Dogon gebied die gewend is om grote groepen te leiden. Het is een guitige jonge knul: met een paar witte gympen, een super toffe blauwe jeans, een Dogon shirt en een Dogon ‘slaapmuts. Naast beide ogen heeft hij twee littekens, die zo mooi en symmetrisch langs zijn ogen zijn geplaatst dat er sprake van ‘opzet’ moet zijn. Vast een ritueel in de familie…

Ik heb mijn huiswerk goed gemaakt… ken de kaart van het Dogon gebied uit mijn hoofd… weet welke toer de meeste toeristen maken en heb de kosten ook goed op een rij. Bovendien heb ik Shandal gevraagd wat diverse mensen met diverse beroepen zoal verdienen hier in Mali. We hebben zelf al bedacht dat we niet meer dan drie dagen willen wandelen en weten wat we willen zien. Bebé heeft ons met zijn uitstraling en Engelstalige vaardigheid snel voor zich gewonnen onze schets een complete toer. Langs leuke bezienswaardige dorpen, met goede overnachtingplaatsen, met ontbijt, lunch, diner en zijn assistentie als gids… voor de bargan-price van 300.000 CFA (dat is 450 euro). En dat terwijl wij niet meer dan 180 euro willen uitgeven. Ik kijk Ronald aan: “dat gat is veel te groot Niek, daar komen we nooit uit!”. Tuurlijk komen we eruit… 450 delen door drie, dat is 150 euro… en dat is nog ruim binnen ons budget! Als ik keihard begin te lachen en roep dat dit niet grappig is, legt Bebé mij eerst uit dat in Mali altijd onderhandeld wordt… “Wij roepen altijd eerst maar wat… maar nu jullie ‘vrienden’ zijn, kan ik jullie een andere prijs geven. Ik gids jullie voor 200.000 CFA (300 euro). Ik pak een stuk papier en reken Bebé voor, voor hoeveel geld wij per dag kunnen leven in Mali: Ik reken een ontbijt, een lunch, een diner, een overnachting, een toegangsprijs voor een dorp… en voeg daar een dagloon van een gemiddelde Malinees aan toe. Bebé schudt zijn hoofd, slaakt een zucht en moet er zelf ook erg om lachen. “Maar ik ben een goede gids… en bij de groepen krijg ik 20.000 CFA per dag alleen al voor mijn aanwezigheid”. Tja, lieverd… dan moet je een nieuw groepje zoeken, want voor dat geld gaan wij niet mee! Bebé probeert zijn prijs te rechtvaardigen door ons voor te rekenen hoeveel geld hij kwijt is voor vervoer en brandstof. Maar daarop roepen wij dat hij elke willekeurige auto in de straat mag aanhouden om ons naar de beginlocatie van de tour te brengen. Weer schudt hij zijn hoofd…of wij hartstikke gek zijn… maar we maken de deal rond op het bedrag dat wij in gedachten hebben!

“We moeten een contract opmaken”, roept Gouro. Een papier met de plaats en de datum, met jullie ontmoetingsplaats (voor morgen), het aantal dagen dat jullie samen zijn, wat jullie ervoor krijgen met het eindbedrag. Ook moeten jullie wat aanbetalen voor het regelen van vervoer en voor het aankopen van Kola Nuts”. Wij beginnen te lachen, zeggen dat een contract wat ons betreft niet nodig is en dat we ze geloven op hun ‘blauwe ogen’ en verzekeren Bebé ervan morgen om 08.00 uur in Hotel Falaise te staan. Weer schudt hij zijn hoofd… Domme Hollanders! “Maar Bebé wil wel graag een aanbetaling van 30.000 CFA’s”…
Absoluut geen probleem … hier heb jij je geld en tot morgen! Bebé schudt zijn hoofd nog harder, gooit zijn hand in de lucht en vertrekt… hij moet een grote toer voorbereiden!

We nemen afscheid van Shandal en haar mensen en pakken het pontje. ‘Mama Africa’ begroet ons net zo enthousiast als op de heenweg, alleen zagen wij hem toen voor een verkoper aan. Het wordt nu echt duidelijk dat de lange, zwarte, karakteristieke slungel op de veerboot werkt en altijd rondloopt met deze grote witte oprechte glimlach. De foto die ik van hem maak, beloof ik op te sturen!

We rijden een mooie route en zijn in mum van tijd in Mopti (het toeristisch centrum om een Dogon-toer te regelen, maar dat hebben wij al voor elkaar). Het is zo snel gegaan dat we direct afslaan naar Sevaré, waar we eigenlijk de nacht wilden doorbrengen. Ook daar zijn we in ‘een flash’… en dus besluiten we door te rijden naar het dorp waar we Bebé morgenvroeg ontmoeten: Bandiagara. Op de camping vlak voor het dorp, krijg ik een rondleiding van Margarethe die me met trots de mooi, schone binnenplaats laat zien met grappige begroeide bomen en bloemen. We kunnen er overnachten en mogen de auto drie dagen laten staan, om zaterdag weer terug te keren bij ons ‘eigen huis’. We rijden toch nog even door… om te zien hoe ver Hotel Falaise van onze plek verwijderd is en om inkopen te doen in het dorp. Het hotel ligt nog geen 3 km van de camping direct voor de rotonde in het dorp. En omdat we belaagd worden door ‘potentiële gidsen’ rijden we snel terug naar de camping. We vinden een prachtplek, helemaal links achterin… tijden geleden dat we op zo’n mooie en rustige camping hebben gestaan. Hier laten wij de auto morgen met een gerust hart achter!

19 – 20 – 21 november 2009 Een driedaagse voettocht door het Dogon gebied!
Om zeven uur maak ik nog een rondje langs alle werknemers van de camping en vertellen ze dat we nu vertrekken voor een driedaagse wandeltoer met Bebé. Of ze goed op onze auto willen passen… en alvast bedankt! We zijn al opgenomen in de familie… ze kennen onze namen nog. Dat gaat helemaal goed komen. We lopen de drie kilometer naar het hotel van onze ‘rendez vous’ en schuiven daar om half 8 aan de ontbijttafel op de binnenplaats. We zijn er allebei van overtuigd dat Bebé om 08.00 uur zal verschijnen… en dat doet hij ook!

In de meest afgetrapte Peugeot barrel dat we in tijden hebben gezien, worden we naar het eerste dorp gebracht. De man achter het stuur is een oom van Bebé en heeft speciaal voor ons een traditioneel Dogon-outfit aan. De wandeling door Djiguibombo is boven verwachting, de foto’s die we van de werkende vrouwen kunnen maken ongekend en het contact met de kinderen is vertederend. Met de oudste mannen van het dorp speel ik ‘het Afrikaanse spel’ dat ik ooit samen met Jeannette in Oost Afrika heb gekocht en thuis nog vaak heb gespeeld… volgens ‘de verkeerde spelregels’. We spreken elkaar’s taal niet…maar de lol is groot en na vijf minuten weet ik na twaalf jaar eindelijk hoe het spel te spelen. Bij het afscheid delen we Kola Nuts uit, die gretig worden ontvangen, waarna we de eerste zeven kilometer lopen naar het volgende dorp.

Piggelmee, Grote Smurf, Teletubbie Po… in een frame van Anton Pieck!
De natuur is fantastisch, de oude mannen, de werkende vrouwen, de kinderen, de ossenkarren, de koeien de geiten, de Baobab-bomen en de mini-hutjes uit de schilderijen van Anton Pieck komen in slowmotion aan ons voorbij. We arriveren om 11.30 uur in Kani Kombolé waar het vandaag ‘marktdag’ is. Die is nog niet begonnen, want mensen komen van heinde en ver om hun waar hier aan te bieden. We strijken neer in een schattige auberge waar we wat drinken en onze lunch nuttigen. We kunnen kiezen: rijst, cous cous of spaghetti! Na het eten bezoeken we de markt en wandelen de volgende drie kilometer naar
Teli, waar we na een korte pauze een flinke klim maken naar de rotswoningen onder een grote klif: The Tellem Houses. Pff… dat is een flinke tippel vandaag. Nu nog zeven kilometer naar Ende (geboortedorp van Bebé), waar we de nacht onder de sterren doorbrengen. Ons harde werk wordt beloond met een hartelijk en gastvrij ontvangst door de familie van Bebé, die een prachtig onderkomen in het midden van de stad beheerd. Nog even nazitten op een grote steen tussen een zevental oude mannen van deze stad… is de ‘high-light’ van de dag! De laatste vier Kola nuts die we nog hebben, geef ik aan ‘The Patron’ van de groep… maak ik hem verantwoordelijk voor de verdeling van de bijzondere waar onder de zeven armen.
We eten vandaag voor de tweede keer spaghetti en eindigen de dag moe maar voldaan op het dakterras van de auberge. Onder de klamboe en onder de sterren.

We zijn om 05.00 uur al wakker van het gekraai van de hanen, het gebalk van de ezels en het gezang uit de luidspreker van de moskee. Om zeven uur zitten we aan de poffertjes, gemaakt van een smerig goedje meel met zand. Ik vraag om drie bananen en drink meteen een cola: ik heb suikers nodig, anders kom ik de dag niet door! Om 08.00 uur vertrekken we… voor een rondje door Ende… van slechts 2 kilometer… Maar we klimmen twee uur, langs ongebaande paden, tot we boven op de klif arriveren en een fantastisch uitzicht hebben over Ende, welke in drie kleine gelijke delen over de vallei verspreid ligt. We dalen stevig… nog ruim een uur en duiken om 11.30 uur weer op onze matras voor een ‘middag-nap’. Om 13.00 uur strompel ik naar de lunch: lekker… SPAGHETTI! Na de lunch maken we nog een rondje door het dorp, langs alle ambachten. We zien hoe het houtsnijwerk en de traditionele ‘mud-kleding’ gemaakt wordt en praten wat met familie & vrienden van Bebé. Dat zet weer een paar kilometers in de benen. Gelukkig staat er om 15.30 uur een ossenkar voor de deur. De komende zeven kilometer kunnen wij zittend op een houten kar de omgeving aanschouwen! We worden afgezet in Yaba Tula, waar we de laatste drie kilometer door een prachtige natuur klimmen naar onze overnachtingplaats Begnimato. Boven op een klif worden we warm welkom geheten door een familie die voor ons spaghetti kookt en ons een warme slaapplaats aanbiedt. Ik vraag weer om bananen… in plaats daarvan krijgen we pelpinda’s en mango’s… ook goed: alles beter dan spaghetti!

De klif is grandioos. Enorme rotspartijen in allerlei vormen prijken om ons heen. Het ochtendlicht is prachtig. We lopen door een Anton Pieck Dorp… aan de voordeuren en aan de muren van de huizen hangen gevangen (dode) apen en konijnen. Hier zijn de mannen nog echte jagers! We beginnen aan onze laatste tocht… van de rotsen ineens in het akkerland. Hier verbouwen ze granen, uien, pepers, pompoenen en meloenen… dat biedt perspectief voor de lunch! Maar in ons laatste onderkomen krijgen we…. SPAGHETTI!
Wel met de lekkerste saus van de afgelopen drie dagen! We bezoeken het dorp en nemen twee kinderen op sleeptouw naar ‘ons terras’. Ze mogen kiezen tussen cola, fanta of sprite…
Ze aarzelen, maken een keuze en drinken samen met ons even gulzig. Wij omdat we dorst hebben van de hitte en zij omdat ze het heerlijk vinden. We schenken ze allebei een kledingstuk. De oudste krijgt een T-shirt, de jongste mijn roomkleurige outdoorblouse. Ze trekken hun eigen oude, vieze vodjes uit, trekken onze kleding aan en vertrekken…
Ik kijk ze stiekem na… en zie dat ze huppelend, dansend en lachend richting huis keren. Ze bekijken elkaars shirtje nog eens van dichtbij en houden iedere voorbijganger aan om hun verhaal te doen. Wat een schatjes!

Ons nieuwe barrel is gearriveerd. Een oude Mercedes brengt ons terug naar Bandiagara. Bebé neemt nog een lifter mee en dus zitten wij opgepropt achterin. Het is allemaal prima! De natuur is prachtig, de kinderen stralend, de weg is slecht en onze auto stopt een aantal keren. De chauffeur stapt uit met een grote steeksleutel en rammelt wat aan de remmen…
Af en toe ff aandraaien… maar verder werkt alles nog prima. We lachen en genieten van de terugweg. Bebé laat ons af zetten op de camping en maakt van de gelegenheid gebruik om nog naar een souvenir uit de auto te vragen. Een aansteker, een pen en wat blikken groenten voor zijn moeder… hij is super blij… en wij ook, want wij hebben een grandioze toer gehad.

De auto staat er nog en op de camping zijn ze blij dat we weer terug zijn. En wij zijn blij met onze eigen voorraad etenswaren die we nog in de auto vinden. We hunkeren naar ‘gewoon’ voedsel, echter omdat we doodmoe zijn en geen zin hebben om te koken, genieten we van een champignonsoepje. Wat kan dat heerlijk smaken! Net voor het donker wordt zien we ‘De Limbo’s’ in de witte Defender nog arriveren. Ik ben te moe voor een praatje. Morgen is er weer een dag…

22 november 2009 Bandiagara Hunkeren naar ‘Hollandse Pot’!
Wat heerlijk om in je eigen bed uit te slapen … tot 07.00 uur! De Italianen uit de acht offroad campers om ons heen zijn al vertrokken en den Hollanders uit de Defender zijn ook al aan het pakken. Ik heb bij Margareth ontbijt besteld. Koffie, thee, brood en een omelet. Ik neem onze eigen mokken mee naar het terras, met twee glazen en twee blikjes sap. Verder heb ik de auto op de kop gezet en in een ver hoekje nog een mini-pot pindakaas, een mini-pot Bon Maman jam en een doos met mini-hagelslagjes van Venz gevonden. Na drie dagen super basic te hebben gegeten, willen we nu een uitgebreid ontbijt! De limbo’s komen afscheid nemen… ze hebben echt geen puf meer om van hier naar Timbuktu te rijden (1.000 km heen en terug), om vervolgens nog geen 75 km van hier de grens over te gaan naar Burkina Faso.
Ze hebben het even ‘gehad’ en hunkeren naar ‘fatsoenlijk voedsel’. Hoe herkenbaar…

We hadden tijdens onze driedaagse tour maar een klein rugzakje bij ons, maar toch slingert overal rotzooi door de auto. We maken van de gelegenheid gebruik om de binnenkant van de auto eens uit te mesten… op zoek naar Nederlands voedsel en op zoek naar spullen die we nog weg kunnen geven. Boven de bestuurderskant en de bijrijderkant zitten twee vakjes, waar ik met wat graaiwerk zeven half gebruikte wc-rollen, zakdoekjes, pennen, nagelsetje, oplaadsnoertjes, kladblokje, vitaminetabletten, twee spelletjes, medisch kitje en steriele spuiten tegen kom… mijn god… wat hebben wij een luxe leven! Tijdens onze driedaagse voettocht waren volwassenen en kinderen al blij te maken met een lege plastic fles (1,5l) …

Onder onze doos met kaarten, reisgidsen en reisboeken (niet te tillen), zit nog een plastic doos met voedsel… nog nooit in gekeken… Daar vinden we een pak gele rijst, twee potten pindakaas (wat een geraffineerde combinatie), pasta & zongedroogde tomaatjes, vier potten rundvleesbouillon en heel veel cup-a-soup… het water loopt in onze mond! De komende dagen worden Haute-Cuisine! We pakken wat geld uit de kluis, grijpen naar al onze laders (Ipod, fototoestel, computer en mobiel) en ik stop wat memorabele zaken van de afgelopen twee weken in ‘de doos van Claud’ (een Jip & Janneke koffer gekregen van Claudia, gevuld met leuke benodigdheden voor onze reis en die gevuld terug moet met reisverhalen). We zijn weer helemaal klaar om af te reizen, maar genieten vanavond eerst nog van een grote pot chilli con carne (verse uien, blik bruine bonen, blik mais, blik gepelde tomaten & oregano). We beseffen maar weer eens dat we op een goede plek onder de zon geboren zijn!

23 november 2009 Bandiagara – Timbuktu – 421km ‘We gaan naar Timbuktu’!
En wij doen het toch… we rijden naar Timbuktu! Al zitten we nog zo dicht bij de grens van Burkina Faso. Al roept iedereen dat het een enorm eind is naar Timbuktoe, de weg slecht, de rit zeer oncomfortabel en de aankomst in Timbuktu een teleurstelling. We zien wel… vooral ik wil er geweest zijn (Ronald maakt het niet veel uti)… we zijn nu zo dicht bij!

We nemen afscheid van Margareth en haar familie: ze schenkt me twee broden en een ketting. We rijden nog even naar Bandiagara om inkopen te doen, maar de winkels zijn nog gesloten. Wel komen we nog een paar ‘vrienden’ tegen van de afgelopen dagen. Ditmaal hangen ze aan ons raam om nog even te kletsen en ons het allerbeste te wensen, in plaats van hun diensten als gids aan te bieden. ‘Untill we meet again… enshal’lah’. Wij rijden het prachtige Dogon gebied uit en tanken de auto helemaal vol in Sevaré. De man van het tankstation kan niet geloven dat wij brandstof willen hebben voor 50.000 CFA’s (75 euro) en vraagt drie keer of dat wel in de tank gaat passen. Als we uitgetankt zijn, bedankt hij ons vier keer voor ‘de goede zaken’.

Net op weg stoppen we nog even voor een grote kar getrokken door twee ezels, die midden op de weg omklapt. Het jongetje dat erop zit, klapt met een grote smak tussen het asfalt en het dek. Enige seconden later staat hij huilend aan de kant van de weg. Ik gooi de auto aan de kant, haal een koud blikje cola uit de koelkast, wikkel er een dunnen hema-zakdoek om heen en hou die tegen de enorme bult op zijn achterhoofd. Zijn vader kijkt ons dankbaar aan. Tien minuten later staan we in de supermarkt en kijken onze ogen uit…zoveel spullen hebben we lang niet meer bij elkaar zien staan! We graaien bonen, doperwten, olijfjes, augurkjes, tonijn, koekjes en frisdrank uit de koelkast. De man achter de toonbank voelt aan dat hij ‘handel’ kan drijven en zodra mijn handen vol zijn, neemt hij alles van mij af en loopt richting de toonbank. Hij pakt alles gelijk in dozen en slaat alles gelijk aan op zijn rekenmachine. Als wij nog steeds onderzoekend door zijn shop lopen, besluit hij ons al zijn waar te laten zien. Of we nog olie nodig hebben, waspoeder of crackers. Misschien macaroni of cous cous… Maar het is mooi geweest zo. Wij kunnen voor zeker vijf dagen eten en drinken!

De weg naar Timbuktu is boven onze verwachting! Asfalt tot aan Douentza en daarna een prachtige, brede, rode grevel piste (wasbord) tot 35 km voor de beruchte stad. Het landschap verandert steeds. Van het ‘schilderachtige Anton Pieck gebied’, naar een Veluwe-achtige vennenstreek, naar imposante rotsformaties, prachtig divers gekleurde duinlandschap tot aan de enorme waterpartijen zoals in Giethoorn en de Weerribben. We hebben weer geluk, want de veerboot staat aan onze kant en er is nog ruimte om mee te kunnen. De mensen die zich op de landtong voor de oever hebben gevestigd in hun marktstalletjes heten ons welkom in ‘Timbuktu’ en laten ons verder met rust. We staan met een fantastisch gevoel 45 minuten lang op de boot en genieten van het uitzicht vanaf het water. Als we de boot afrijden is het nog 10 km rijden naar het centrum. Nog voor we het grote plein hebben bereikt, komt er een brommertje naast ons rijden: “Ik ben de broer van Bebé en ik breng jullie naar een mooie camping!”. We stoppen langs de kant van de weg, maken kennis met Ali en laten ons naar ‘zijn camping’ brengen. Nog ruim voor we de locatie bereiken zie ik aan de linkerkant een grote poort open gaan en vervolgens staat er een welkomstcomité van drie mannen klaar om ons een mooie slaapplek aan te wijzen op de binnenplaats. We worden verwacht!

De eigenaar laat ons trots zijn eenvoudige, maar voor ons uitstekende locatie zien. Wij hebben verder niets nodig… alleen een koud colaatje voor mijzelf, Ronald en Ali om te proosten op onze aankomst. Ali rept met geen woord over een ‘guided toer door Timbuktu’ of voor een ‘camel ride door de dessert’. En dus zwengelen we het zelf aan. Heerlijk om morgen lekker achter hem aan te lopen, alle aandacht te hebben voor de stad, contact te hebben met de mensen (vaak vrienden en familie van onze begeleiders) en niet lastig te worden gevallen door andere ‘potentiële gidsen’. We kennen de prijzen, maken een goede deal en gaan aan de slag: met het reorganiseren van de binnenkant van de auto (één chaos van binnen door het offroad rijden), het opzetten van de tent en het klaarmaken van het eten. Vanavond gele rijst, met drie soorten gemengde groenten uit blik en pindasaus (van Calvé pindakaas). Een koningsmaal! Als we alles hebben afgewassen en opgeruimd komt Ali langs. Of hij even met ons kan praten… Ik kijk op mijn horloge: het einde van de maand, die komt zijn ontslag indienen! En ja hoor…hij heeft slecht nieuws. Hij kan ons morgen niet gidsen, want hij moet een groep ophalen van het vliegveld, die rondleiden door Timbuktu en die vervolgens naar de start van een ‘camel-toer’ brengen… “Geen probleem”, roepen wij lachend, want wij zien zijn vriend Baboe al naast hem staan. Morgen gaan wij met een nog vrolijkere gabber de stad in!

24 november 2009 Timbuktu Alles is bereikbaar… zelfs Timbuktu’!
Fantastisch om wakker te worden in Timbuktu! Tomboctou… al jaar en dag synoniem voor een plek die onbereikbaar en héél ver weg is. Uit de reacties van het thuisfront merk ik dat veel mensen in de veronderstelling leven dat Timbuktu slechts bestaat in de uitdrukking voor ‘verweggiestan’. Maar alles is (tegenwoordig) bereikbaar … overal is weer een (zand)weg waarover mensen zich verplaatsen, overal zijn weer huizen, overal leven gezinnen met huisdieren (kippen, hanen, ezels), overal is weer wat (al is het niet veel en gevarieerd) te eten en overal staat elke dag de zon weer op!

Hier is het vroeg dag. Om 05.00 uur worden we wakker van het gezang uit de dichtstbijzijnde moskee (er zijn er hier zelfs drie) en vertrekt de eerste 4×4 uit ‘onze binnenplaats’. Timbuktu, here we come! Om tien over acht staat onze gids al naast de auto: we zijn helemaal verbaasd. “Today, we Africans do it the European way… you want us to be on time!”. Maar dit is wel heel erg op tijd. Naast onze auto is speciaal voor ons ‘een zitje’ klaargemaakt. Met een tafel, twee stoelen en een ontbijt. Nog ruim voor half negen gaan wij te voet door Timbuktu.

Baboe is vrolijk, enthousiast en spreekt goed Engels. Ongelofelijk zoveel als hij weet te vertellen over het ontstaan en de historie van Timbuktu. Hij neemt ons mee door prachtige straatjes, begroet veel dorpelingen en geeft ons het gevoel dat we ‘thuis’ zijn. We komen bij een klein huisje waar een man klaar zit om ons een stempel van Timbuktu in ons paspoort te geven. Leuk aandenken voor thuis! Onderweg koop ik bij een stel kinderen kaarten: of ik zeker weet of ik er vijftien wil hebben. De jongens staan te juichen en zijn blij met hun dagomzet. Op de markt koop ik aardappelen en uien. Gewoon omdat het zo leuk is… al die stapeltjes die voor vaste prijzen klaar staan… niet omdat we het op korte termijn gaan gebruiken. Iets verderop bezoek ik een Telecom winkel, waar ‘Jeroen & Gabriël’ alle soorten mobieltjes en abonnementen verkopen. Heel grappig… wat een verschil met ‘onze showroom’. Tenslotte strijken we nog neer bij een kapper, die het lange haar van Ronald vakkundig verwijderd met een tondeuse en botte schaar. Wij geven de kapper wat extra geld en een compliment voor zijn ijver. Het is, zoals de leus verwoord:
“Het zout komt uit het noorden, het goud komt uit het zuiden. Het geld komt van de blanken en al het goed komt uit Timbuktu!”

Tijdens onze tocht heb ik een leuke gabber van 13 jaar ontmoet. Hij spreekt vloeiend Engels en weet steeds de juiste snaar te raken. “Hello lady, welcome in Timbuktu. Is this your first visit to Mali? And to Timbuktu? Do you like your visit so far? That’s great! If you have completed this tour, do you want to look at my souvenirs. It’s almost Tabaski, and by that time I need a new robe. Maybe you can contribute to that?”. Ongelofelijk zo compleet, zo netjes & beleefd in vloeiend Engels. Ik complimenteer de jongen met zijn uitspraak en vraag hem waar hij deze taal heeft geleerd. “Thank you lady. I go to school. We learn to speak and write English there. And I like to speak to visitors and to have some discussions, so I can practise even more”…

Als we in ons campement aankomen, staat hij er weer. Samen met zijn vriendje. Of we naar hun souvenirs willen kijken. “Nee, dat willen we niet!”. Ze mogen wel bij ons aan tafel komen zitten en wat met ons drinken, maar dan willen we geen gezeur over souvenirs. En zo zitten we daar… gezellig met z’n viertjes aan een cola en sprite, een fanta en een biertje! Ik haal uit de auto een brood, ketchup, mayonaise en een blik worstjes. Die maken we warm, zodat we een klein kwartiertje later alle vier genieten van twee broodjes hotdog! Als we uitgegeten zijn, ben ik toch nieuwsgierig naar de spulletjes in het tasje van het jongetje. Als ik hem ernaar vraag, legt hij een doekje op tafel en legt al zijn koopwaar er zorgvuldig op. Dan legt hij een doekje voor mijn neus en vraagt mij vriendelijk om er alles op te leggen wat ik leuk vind. Ik vind het zo’n grappig formule dat ik besluit om wat te kopen. En dus leg ik alles wat daarvoor in aanmerking komt op het servetje vlak voor mij. De jongen pakt de rest van de goederen zorgvuldig in zijn tas en zegt: “Now we start bargaining. I mention my firt price, you mention yours, then I give my second price, then you give your second price. Then I go big time down en you go big time up. If I like your last price, I sell it to you, otherwise I put the stuff back in my bag! Het begin van een prachtig spel, zo fantastisch gespeeld, dat ik van beide jongens twee artikelen aankoop. Ze bieden mij aan om hun huis te laten zien, om daar thee te drinken en daarna samen naar hun school te lopen. En misschien kan ik ze dan aan het einde van de dag nog een souvenir geven uit onze auto… Wat een gehaaide rakkertjes.

Ronald is na het eten van de hotdogs al afgehaakt en zit helemaal ‘in zijn boek’. Ik ga met de jongens mee en loop door tig straatjes, bezoek tig huisjes en sta op diverse daken om het uitzicht naar de Sahara te kunnen bewonderen. Het zijn echte ‘tour guides in de dop’. Tenslotte bezoek ik de school, waar ik neerstrijk op de veranda van de directeur, die een geanimeerd gesprek met mij begint en alle laatkomers maant om naar hun klas te gaan. Ik loop terug naar de auto en haal een flinke zak met balpennen op. Misschien mag ik die in de klas van mijn vriendjes uitreiken. Als Ronald en ik weer terug komen bij de directeur neemt hij ons mee langs de diverse klassen. Als we binnen komen beginnen de kinderen luid te juichen en te klappen: we willen wel door de grond zakken… want, wie zijn wij?!
We zijn perplex, vooral van het aantal kinderen dat we in een ruimte treffen: in elke klas zitten bijna 100 tot 150 leerlingen. Zoveel pennen heb ik niet meegenomen. En dus laat ik ze aan het einde van de toer achter bij de directeur… om af en toe een kind te belonen of aan te moedigen! We eindigen onze dag op het terras van het restaurant tegenover onze camping. Daar krijgen we een heerlijk bord frites met mayonaise en kletsen we even bij met twee Nederlanders die in Ghana werken.

25 november 2009 Tombouctou – Koro – 328 km Een spannende koningsrit!
Weer word ik ‘over-excited’ wakker… het voelt zo grappig om ‘helemaal’ in Timbuktu te zijn! In tegenstelling tot wat velen zeggen (dat hier voor de gemiddelde overlander weinig te beleven is), voelen wij ons hier prima thuis. We zijn bij binnenkomst natuurlijk welkom ontvangen door Ali, staan op een rustige binnenplaats waar wij opgenomen zijn in ‘de familie’, en staan in de omgeving (huis en school) van mijn nieuwe vrienden tegen de rand van de Sahara-route naar Chinguetti (Mauritanië). Met onze gids hebben we de leukste steegjes in de binnenstad van Timbuktu gezien: hier zouden wij best nog een paar dagen kunnen blijven. Maar… we willen toch verder… het is mooi geweest! Als we het dorp doorrijden richting de boot bel ik nog even naar Tim (Spanjer). Ik had hem in Nederland gezegd dat ik heel graag een keer naar Timbuktu wilde reizen en als ik daar daadwerkelijk zou komen, ik zeker even wat van me zou laten horen! Het is woensdag half negen… moet kunnen… Tim is toch aan het werk! Ik schrik van zijn slaperige stem. Heeft hij uitgerekend vandaag een dagje vrij en ligt hij nog lekker te ronken. Sorry Tim!
Ik bel ook nog even naar Jeannette, want die had ook zo graag door Mali gereisd. Voor haar was Timbuktu ook zeker een hoogtepunt geweest. Eigenlijk heel grappig: ik bel omdat er in de geschiedenis zo veel is geschreven over Timbuktu en de stad symbool staat voor ‘heel ver weg & onbereikbaar’ en ik kan Tim en Jeannette gewoon met mijn eigen mobiel bellen!

Als we bij de veerboot aankomen staat er een hele lange rij. Ach, wij hebben toch geen haast, we kunnen zeker in een halve dag in Douentza zijn en daar hebben wij drie leuke campementen gezien. Ik stap uit om even langs de rij te lopen en te zien hoe de eerste veerboot wordt vol geladen. “Goedkoop vermaak” noemde mijn moeder dat altijd! Als de eerste veerboot weg rijdt, komt er gelijk een nieuwe grote boot aan. Maar met zeven 4×4’s en twee grote vrachtwagens voor ons, komen we daar vast niet op! Ik loop terug naar de auto om Ronald te informeren over ‘ons lot’: minimaal 45 minuten wachten. Ondertussen is hij al meerdere malen lastig gevallen door mensen die voor een beetje geld kunnen zorgen dat wij alsnog op de boot komen. “Niet nodig, is zijn antwoord, wij hebben alle tijd!” Tot onze grote verrassing blijft er op de boot nog één klein gaatje over waar Ronald met ingeklapte spiegels nog net achterwaarts in kan (moet) rijden. Een super staaltje stuurwerk! En weer geluk: het is de snelste boot! We rijden off-road naar Douentza, waar we stoppen om 100 liter diesel te tanken en onze (extra kop)lamp weer aan de bullbar te laten lassen.

Omdat het nog vroeg in de middag is, besluiten we door te rijden en de piste te nemen van Douentza naar Koro (aan de grens met Burkina Faso). We moeten even zoeken naar de afslag en op het moment dat we die inslaan hebben we ook geen idee of het de juiste weg naar Koro is. We komen terecht op een wit zandpad met groene struiken langszij. In alle windrichtingen zien we bergen op de achtergrond met daartussen prachtige oranje zandheuvels. We spreken af dat we dit parcours twee uurtjes nemen en dan kijken of en hoe we verder gaan. Niet lang daarna verschijnen hier een daar dikke stenen op ons pad, waarna we terecht komen op een rotsachtige terrein waar geen pad meer te bekennen is. Tot onze stomme verbazing komen we hier en daar nog een verdwaalde Malinees tegen en zien we zelfs een paar hele kleine dorpjes, bestaande uit vier tot zes huizen. Dan klimmen we met vier kilometer per uur tegen een zwarte rotshelling aan die lijkt dood te lopen tegen een groot dorp. Alle mannen, vrouwen en kinderen die ons gadeslaan, blokkeren ons zicht. De taalbarrière en alle drukke handgebaren van omstanders maakt ons niets wijzer aangaande de te nemen route. We rijden door smalle doorgangen langs vele lemen huizen en zijn ineens weer alleen op een rotsachtige hoogvlakte. Wat een route: inspannend, maar wel fantastisch!

We naderen een volgend dorp, waar iedereen ons met grote verbaasde ogen aankijkt. Ook hier vervolgen wij onze weg, zonder dat we weten of we de goede kant op gaan. Ineens gaat de rotsroute stijl naar beneden. Het enige mooi vooruitzicht is, dat we onderaan de route weer zand en savanne zien. Eénmaal beneden aangekomen, kunnen we onze route weer over zand en langs struiken vervolgen. Het is inmiddels 15.00 uur en we hebben nog 85 km te gaan. Als we 20 km per uur blijven rijden, dan halen we Koro niet meer voor het donker, maar als dit zandpad goed blijft kunnen we ook in twee uur over zijn. Ach, we hebben alle tijd, dus we besluiten rustig op ons gemak door te rijden tot 18.00 uur, dan kamp op te slaan en morgen weer verder te zien. Terug naar Douentza kan altijd nog in minder dan één dag. We steken de rivier over en rijden op de GPS door het groene landschap. Als we op een kruising van zandwegen aankomen, volgens we ons gevoel of kijken naar de handgebaren van kinderen langs de route. Eigenlijk moet je gewoon kamp opslaan aan de rand van zo’n dorp en daar een weekje blijven. Hoe is het mogelijk… waar leven mensen allemaal en waarvan?

We beginnen een race tegen de klok: het wordt bijna donker. Vlak voor de zon onder gaat komen we bij een prachtig klein meer. Vol met kleine half ondergelopen baobab bomen en stampvol met witte en roze lelies. Aan de rand van het water doen nog wat vrouwen de was en staan kleine jongens met grote kuddes karakteristieke koeien (anders gevormd dan bij ons in Nederland). Wat een ‘dijk van een plek’ om neer te strijken met een drankje en een kamp op te slaan! Ronald wil graag doorrijden. En zo rijden we door, met rechts naast ons de gele zon, die verandert in een oranje en rode bal, die langzaam de grond dreigt te raken. Als de zon verdwenen is, wordt het al snel zwart rondom de auto. We komen in ‘Dogon-dorpen’ en verdwalen in het labyrint van steegjes. Vriendelijke dorpelingen helpen ons met het keren van de auto, in het donker en op veel te nauwe ruimten. Af en toe gaat er iemand op onze treeplaat staan om ons het dorp uit te loodsen. We hebben geen idee van welke kant we de dorpen in komen en hoe we er weer uit gaan, maar steeds kunnen we onze weg vervolgen. Tegen 19.30 uur komen we aan in Koro, waar volop leven is, maar waar wij onmogelijk een verblijf kunnen vinden. En dus vraag ik een jongen om ons voor te fietsen naar een plek waar wij kunnen overnachten. Als de poort open gaat, rijden we de auto naar binnen en eten we een bord gebakken aardappelen op de binnenplaats: geen idee waar we aangekomen zijn. Er is hier niet of nauwelijks licht. We duiken gelijk ons nest in. Morgen is het weer een dag… dan zien we wel verder. Achteraf zal dit zeker één van onze mooiste ritten zijn. Een rit die zo inspannend en spannend was, dat we de hele weg vergeten zijn om foto’s te maken. Tja… dan moeten we hier nog maar eens terug gaan!